"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud
Posts tonen met het label Uitkerkse polders. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uitkerkse polders. Alle posts tonen

maandag 20 januari 2014

West-Vlaams uitwaaien

"A journey is best measured in friends, rather than miles."
Tim Cahill
Een mooie, zelfs vrij warme decemberochtend belicht de drukke stationsomgeving van Leuven als ik met mijn wagen behoedzaam naar het afspreekpunt rij, Charlotte komt net aangelopen en even snel kunnen we de E40 oprijden, op weg naar dat ultraplat stukje België: West-Vlaanderen. Ik ben nog werkloos en Charlotte kan wat rust gebruiken na haar doctoraatsvoorbereidingen en we mogen logeren bij Reinhardt in Damme, vlakbij Brugge. Hij woont afgelegen in de uitgestrekte polders en kan ook wat hulp gebruiken bij het wilgenknotten. Kortom: een ideale trade-off functie. Maar natuurlijk komt het verkennen van de natuurgebieden op de eerste plaats, of wat had u anders verwacht van drie biologen ?
En weerom bevind ik mij op de soms gladde houten planken van de pier in Nieuwpoort aan de IJzermonding terwijl de Scholeksters (Haematopus ostralegus) luid te kennen geven dat het eb is, tijd om voedsel te zoeken ! Het klinkt door elke minuut heen.
De Steenlopers (Arenaria interpres) zijn weer betukt op gemakkelijke buit bij de eeuwige vissers. In het zachte decemberlicht kleurt hun winterkleed nog mooier in zijn eenvoud.
Rein wordt al snel vriendjes met een van de Zilvermeeuwen (Larus argentatus) die de pier aflijnen.
Die vissers zijn hier vooral op jacht naar bodemvissen waaronder voornamelijk Pladijs (Pleuronectes platessa).
Langs de golven verzamelen zich Bonte strandlopers (Calidris alpina) en Zilverplevieren (Pluvialis squatarola) om te rusten.
Een paar dagen eerder was er een zeer zware Noordzeestorm, de Sinterklaasstorm genoemd, die in combinatie met het springtij een behoorlijke ravage aanrichtte op de Engelse eilanden en de Waddeneilanden. België bleef nog vrij goed beschut maar zwakke dieren overleefden het natuurgeweld toch niet, zoals deze jonge Bruinvis (Phocoena phocoena) die reeds tot voedsel diende voor de vele meeuwen en kraaien.
Ook de enorme aantallen aangespoelde schelpen, slangsterren en ander strandgrut zijn een stille getuige van deze storm.
Ik weet niet goed wat mij ertoe drijft om steeds naar de IJzermonding te gaan. Niet alleen omdat het de enige riviermonding is in België maar ook omwille van de unieke combinatie van een drukke badplaats aan de ene kant en de rust en het vogelgekwetter aan de andere kant. Het contrast trekt mij aan, vooral die van de rustige kant waar slechts weinige toeristen komen en waar natuurlijke dynamiek hoogtij kan vieren. Ik kan er niet direct een reden voor geven voor deze aantrekkingskracht, maar het blijft een fascinerend gebied voor mij.
De dagen vliegen zeer snel voorbij in deze laatste weken vlak voor de zonnewende en voor we het weten schemert het al. Terug bij Rein thuis in Damme brengt hij ons, met de vinger op zijn lippen, behoedzaam naar een van de knotwilgen waar al een paar weken een Groene specht (Picus viridis) een slaapplaats ingericht heeft. De vogel is er en ligt diep in dromenland zoals zijn regelmatige ademhaling bewijst. Het is een schattig zicht, een slapend wild dier, je voelt jezelf ineens een indringer in de rust en we zijn ook snel weg om dit beestje zijn verdiende rust te laten bewaren.
De volgende morgen heeft het gevroren en is de tuin met de schapen bedekt met rijp. Een stevig ontbijt gaat er wel in om warm te blijven terwijl de zon het land opwarmt.
Want het is tijd om de wilgen te knotten. Terwijl Rein en ik ze te lijf gaan met de handzaag en snoeitang, ruimt Charlotte de stammen op met een kapmes zodat ze mooi glad zijn voor de kachel.
Zo af en toe zijn er takken die zeer dik zijn geworden en waarbij een beetje verzekering geen kwaad kan: Rein klimt als een ware chimpansee de bomen in en bindt er een lang stevig touw rond.
Daarna was het zagen geblazen, soms wisselden we af maar ik had meer de kracht om het touw gespannen te houden en de zware tak in de juiste richting te laten vallen. Charlotte bleef wijselijk op afstand terwijl Rein lustig de zaag orchestreerde.
Het werk lijkt op het oog niet op te schieten maar de vele busseltjes snoeihout, netjes verzameld door Charlotte, en de enorme hoop zwaar hout die achter ons lag bewijzen het tegendeel. Wilgen leveren zeer veel biomassa, dat is een feit !
Tijd voor ontspanning op de middag was er ook met een lange strandwandeling met Tuurke, de hond des huizes, langs de Zwinduinen.
De duinen waren ook zwaar afgekalfd, meermaals waren de afkalvingen tot meer dan twee meter hoog. De duinen waren zodanig toegetakeld door de recente storm dat ze weer een bewijs leverden van hun natuurlijke bescherming van de achterliggende polders. Ook duinen en hun natuurlijke dynamiek zijn belangrijk in kustbescherming, dat heeft men in Nederland, met de enorme uitgestrekte zandduingebieden, al langer in het snotje dan in Vlaanderen.
De duinen vormen ook een favoriet biotoop voor vele soorten en een uitverkoren jachtterrein voor de Torenvalk (Falco tinnunculus), in casu een jong mannetje.
Hier klonk het lied van de Scholeksters weer boven het golfgeruis heen. Ik begin te vermoeden dat het ook dit geluid is dat mij aan de Noordzee blijft binden, als een Calypso.
Want die kleine steltlopers aan onze kust laten toch ook zo hun sporen na in mijn herinneringen.
De Ooievaars (Ciconia ciconia) die broeden in het Zwin, kiezen er vaak voor om de winter door te brengen in de omringende polders waar in de meestal zachtere winters voldoende voedsel te vinden valt.
Na de lange strandwandeling, keren we weer terug naar de wilgen tot het begint te schemeren. We gaan vlug naar de Damse Vaart waar we getuige zijn van een ander prachtig natuurfenomeen in de impressionistische kleuren van de avond: de slaaptrek van duizenden ganzen die hun aanwezigheid luid gakkend te kennen geven. Ongelooflijk.
Vroeg invallende avonden zorgen ervoor dat biologen minder lang in de natuur kunnen genieten, we wenden de wielen dan maar naar een van de mooiste steden van België: het middeleeuwse Brugge waar we ons amuseren met het bewonderen van de vele kerstetalages, waaronder opvallend veel creatieve chocolade, en de trotse bouwwerken in de stad. Het enige spijtige is dat Brugge 's avonds verstilt. Leuven is op elk uur van de dag en avond zeer levendig dankzij een gemengde bevolking en de vele studenten en die "vibe" mis ik in deze stad waar de geschiedenis nog meer sporen heeft nagelaten als in mijn thuisstad... Maar het blijft visueel een prachtige stad om bij avondlicht door te kuieren.
Tenslotte de volgende dag, na een ochtend wilgen knotten, bezoeken Rein en ik nog de Uitkerkse polders. Charlotte is de avond ervoor al teruggekeerd per trein omdat ze de volgende dag nog een belangrijke vergadering in de agenda had staan. In het groen van de polders verzamelen de Kolganzen (Anser albifrons) zich.
De groepsdynamiek van deze grote aantallen territoriale vogels is het voorwerp van vele minuten, tot uren, observeerplezier. Heel even wordt ons een blik gegund in hun individuele levens, van ontspannen rekken en strekken tot een uitslaande ruzie.
Ook vele Kieviten (Vanellus vanellus) en Smienten (Anas penelope) groeperen zich voor de winter, een extra veiligheid tegen predatoren zoals de alomvertegenwoordigde Vos (Vulpes vulpes) of de vele roofvogels die de weilanden met hun doordringende blik afspeuren.
Plots is er een andere bekende roofvogel in het zicht. Ziet u hem, goed gecamoufleerd tegen het bruin verkleurde riet ? Nee ?
Laat ons de foto wat bijsnijden, want toegegeven, hij zit wat ver. Een Velduil (Asio flammeus) met zijn kenmerkende gele blik vol rust. Hij poetst zijn veren, kijkt wat rond, soest wat weg in de avondzon. Hij spaart zijn energie voor de nachtelijke jacht.
En terwijl de rietpluimen het zakkende zonlicht vangt in een kaleidoscoop om een kakofonie aan nauwelijks vast te leggen kleuren te vormen ...
... neem ik weer afscheid van het landelijk gebleven West-Vlaanderen, al weet ik van mezelf dat het zoals steeds slechts bij een kort afscheid zal blijven. De rust en vogelrijkdom daar is goud waard in een leven vol files en agendapunten...

zondag 15 december 2013

Aan het Noordzeestrand

La mer
Les a bercés
Le long des golfes clairs
Et d'une chanson d'amour
La mer
A bercé mon coeur pour la vie

Charles Trenet - La mer
Steeds weer, waar ik ook ben, voel ik uiteindelijk de lokroep van de zee. Ik ben geboren in de bossen en velden van de Dijlevallei maar een groot deel van mijn kindertijd heb ik ook aan onze Belgische kust doorgebracht. Als natuurliefhebber heeft het gewoon iets, die eindeloze dynamiek die er nog steeds wild uitziet ondanks vele eeuwen menselijke beïnvloeding. Ribbels in het zand, aangespoelde schelpen, een zeester tussen de stenen van een golfbreker, geen mens die eraan tornen kan.
Want het licht aldaar betovert eenieder die een paar minuutjes ervoor over heeft om te kijken en te zien, zoals op een avond hier in Middelkerke.
Bovendien is de zee elke dag anders. Zo eens is ze een rustige wiegende moeder die een eenzame vissersboot wiegt in Nieuwpoort.
Datzelfde piepkleine vissersbootje trekt ook bezoekers aan, benieuwd naar de restjes, zoals deze Grijze zeehond (Halichoerus grypus). Eerst ziet men de reeds gelokte meeuwen cirkelen boven een bepaalde plek in de lage golfjes en plots duikt daar het gladde, grijze, glanzende hoofd op van een zeehond die de vissen tot de oppervlakte heeft nagejaagd.
Net zoals de zeehond zijn ook de Kokmeeuwen (Chroicocephalus ridibundus) belust op een lekker hapje, een van de velen die de hengelvissers op de pier geregeld wegwerpen.
Een juveniele Zilvermeeuw (Larus argentatus) kijkt verlegen naar de lens.
Het is een leuke periode hier langs de pier, want ook Dwergmeeuwen (Hydrocoloeus minutus), die normaal veel verder op zee foerageren, kwamen hier vlakbij de mensen om hapjes uit het water te plukken. Deze ware mariene soort heb ik nog maar zelden zo mooi voor mijn lens gehad! Ik bleef bijna een uur op de pier staan, ogen te kort om te kijken naar de capriolen van deze kleine witte acrobaten.
Zelfs een adulte Drieteenmeeuw (Rissa tridactyla) komt een graantje -of visje- meepikken, vooral platviskoppen verdwenen in de golven en werden zo verorberd.
Maar al die indringers van op de zee werden soms niet in dank afgenomen bij de lokale vogels zoals deze Kokmeeuw die een Dwergmeeuw tracht te verjagen. Maar de Dwergmeeuw vliegt zoals een eenmotorige Cesna ten opzichte van het lompe uiterlijk van de Kokmeeuw, die laatste is eraan voor de moeite en geeft het snel op.
Dat verandert niets aan het feit dat soms, op de pier, men zich in een film van Alfred Hitchcock waant...
Steenlopers (Arenaria interpres) maakten tevens direct gebruik van deze opportune voedseluitdeling. Met hun vlugge, wazige looppasjes scharrelen ze rond op de verweerde balustrade.
Intussen is het op het geribbelde strand een kabaal van jewelste van de honderden steltlopers en aan- en afvliegende meeuwen.
Deze Scholeksters (Haematopus ostralegus) rusten even uit na vele uren hun snavel in het zand gestoken te hebben op zoek naar de energierijke schelpdieren en strandpieren waarmee ze zich voeden.
Verderop in de monding van de IJzerrivier vliegt een Lepelaar (Platalea leucorodia) op, hij is erg laat en zal zo vertrekken naar het warmere zuiden.
Intussen begrazen de Vlaamse schapen, een inheems schapenras, de schorren en duinen van de monding en dragen ze ineens ook bij aan de verspreiding van de planten in het gebied dankzij hun dikke wollen vacht dat vele zaden en klitten kan vervoeren.
Een langzaam verdwijnende zonsondergang tekent een nieuwe dierbare herinnering in, een nieuwe verbinding tussen mijn synapsen wordt gemaakt.
Het rustige weer kan zo omslaan, enkele dagen later zorgde een strakke zeewind voor woelig water en voor duizenden Rotganzen (Branta bernicla) die zich verplicht zagen om langs de kust te trekken in plaats van boven zee. Op twintig minuten tijd zouden we er al zo'n 560 tellen, in gestrekte draf naar het zuiden.
Boven de kleine verlichtingsbehuizing van de pier danst de donkere novemberlucht, als in een liedje van Guns 'n' Roses.
De zee beukt in op het land, een waar spektakel voor landrotten als ik.
De nimmer aflatende, felle wind zorgt ervoor dat zelfs biologen hun heil gaan zoeken in de luwte van de duinen en polders. We treffen zo de rups van een Veelvraat (Macrothylacia rubi), een spectaculaire behaarde rups die met wat geluk een dagactieve nachtvlinder wordt.
Het voordeel van zulk ruw weer met zware regenwolken is wanneer het fotografische geluk een handje helpt en de schitterendste avondluchten creëert zoals hier in de uitgestrektheid van de Uitkerkse polders.
De koeien trekken zich er niet veel van aan, al eeuwenlang, door weer en wind, begrazen zij wat ooit oude zeebodem was.
Dan gebeurt er nog iets totaal onverwachts, een grote slaaptrekbeweging van Spreeuwen (Sturnus vulgaris) met het typische onafscheidelijke gekwetter vult de donker wordende lucht.
Waar je ook kijkt, ze vliegen overal rondom ons en plots zijn ze weer verdwenen, op weg naar hun slaapplaats voor de nacht. Waarom ze dit doen is al langer een raadsel, wellicht ligt bescherming aan de basis maar waarom in dergelijke grote groepen ? Er is nog werk aan de winkel voor gedragsbiologen.
Weer een andere dag, weer een ander zicht. Ik ben eens op weg met mijn fiets in het platte polderland achter Nieuwpoort. Zelfs hier komt ik nog ornithologische verwijzingen tegen zoals de naam van het gehucht "Wulpen"...
Mijn haar zou moeten wapperen in de wind maar laat ons eerlijk zijn, het wordt gewoon achterover gestroomlijnd. Laat het ons daarop houden. De herfstzon licht het jaagpad langs het kanaal en biedt mij een onbelemmerd mooi zicht op de polders.
Dichtbij Nieuwpoort kom ik dan weer op klassieke beelden uit het industriële verleden van de kust zoals dit oude fabrieksgebouw. Ook het contact met het verleden maakt de hedendaagse mens tot wat hij of zij is. Dat mag niet verloren gaan.
Maar wat mij ook steeds weer mens maakt is Darko en onze lange wandelingen samen, door weer en wind.
Veel wind en zand in dit geval op de stranden van Middelkerke en Raversijde!
Het leuke aan de verlaten stranden tussen Middelkerke en Raversijde is hoe het een vogelaar de gelegenheid biedt om die ingewikkelde materie van meeuwen in te oefenen. Hier staan zowel Kleine mantelmeeuw (Larus fuscus), Grote mantelmeeuw (L. marinus) en Zilvermeeuw (L. argentatus) in het beeld van de verrekijker. In adulte vorm zijn ze gemakkelijk maar in juveniele vorm, een verenkleed die tussen de soorten erg gelijkend is en bovendien tot zo'n 4 jaar meegaat, is de determinatie en vooral leeftijdsbepaling voer voor specialisten.
De Blauwe zeedistel (Eryngium maritimum), een zeldzame plant van de Atlantische kusten en typisch voor duinpioniersvegetatie, is gelukkig terug in aantal aan het toenemen in de beschermde duinen hier.
Een zee-egel, een Gewone zeeappel (Psammechinus miliaris), ligt in een getijdenplas langs de golfbreker.
Toen ik met mijn grootouders in het restaurant "Seagull" ging eten, had ik niet verwacht er een opgezette Jan-van-Gent (Morus bassanus) aan te treffen boven onze tafel.
En weer is het stilaan tijd om de betovering af te schudden en afscheid te nemen van de Noordzee die met haar woelige streken en haar grillige geschenken mijn hart veroverd heeft...