"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud
Posts tonen met het label Ardennen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ardennen. Alle posts tonen

zaterdag 22 november 2014

In het wild wild zijn

In wildness is the preservation of the world.
Henry David Thoreau
Een prachtige septembernamiddag wanneer een stilaan dalende zon in zachte tinten, als van een haardvuur, de bomen streelt en mijn busje en ik zijn vrolijk ronkend op weg naar Leuven, het station, om Kaat, Nuno en Arne op te halen. Al enkele weken jeukte het bij ons om eens terug wild te gaan, terug in een woestere natuur dan wat we in Vlaanderen kunnen vinden: terug naar de Ardennen, naar het bekende jagersstadje Saint-Hubert, voor het grootse spektakel van het burlen van de edelherten (Cervus elaphus)... Voldoende om rillingen van te krijgen, rilt u even mee ?
Het begon allemaal klein en eenvoudig als we de tent op de camping in Tenneville opzetten: een boomsprinkhaan (onzekere determinatie, Meconema sp.) zocht de motorwarmte op van mijn busje ...
We kamperen hier aan de oever van de Ourthe, een van die bekend klinkende namen van de lagere school als we in het 4e leerjaar alle rivieren van België van buiten moesten leren. En hier stroomt ze dan, tastbaar en onstopbaar. Daar moet even in rond geplonsd worden !
Maar ons uiteindelijke doel lonkt en we wenden de wielen naar Mochamps waar enkele bekende plaatsen zijn, compleet met kijktorens, om de bronst van de Edelherten aan te schouwen zonder ze te verstoren. Een bordje wijst ons aldaar de weg.
Maar we zouden geen biologen zijn als de weg naar de kijktoren ons minstens het driedubbele van de tijd kost om er te geraken dan bij een normaal wandeltempo ... want ons oog valt op diverse paddenstoelen die de bosbodem orneren en wie kan er nu zulke schatten van minieme grootte links laten liggen ? Wij alvast niet. We worden er niet alleen beloond door de schoonheid maar ook door het plotse overvliegen van mijn eerste Belgische raaf (Corvus corax) met hun typische kakelende roep en wigvormige staart ! Deze aas- en alleseters zijn hier in de uitgestrekte bossen op hun plaats.
Maar uiteindelijk arriveren we bij de enorm hoge kijktoren die een fabelachtig uitzicht over de Fagne de Mochamps commandeert.
Rondom zijn er kijkgaten voorzien en een prachtig landschap strekt zich onder ons uit ...
... toch is de hoofdactiviteit vooral in westelijke richting aan de andere kant te vinden als daar plots een mannetje edelhert uit het bosje opduikt ... Ik kan het amper geloven, na alleen nog maar vrouwtjes gezien te hebben in mijn diverse bezoekjes aan Hilde in Suxy en Église heb ik hier eindelijk het imposante en zo bekende beeld van het typische edelhertengewei dat tussen de 70 en de 90 centimeter lang kan worden.

Het interessante aan deze geweien is dat hun grootte en gewicht - variërend van 4 tot 10 kilogram !- sterk ecologisch bepaald wordt: het staat niet alleen onder invloed van de conditie en de leeftijd van de mannetjes maar ook van de kwaliteit van de omgeving waar de herten in leven. Uit oude jachttrofeeën en -registers weet men bijvoorbeeld dat in Duitsland in de 17e eeuw de geweien veel forser waren -met uitschieters tot 20 kilogram- dan nu het geval is. De vermindering in grootte kwam er door de toenemende bevolkingsdruk, de aanplant van naaldbossen -in plaats van de voor herbivoren interessantere loofbossen- en de toenemende jacht. Toch is het niet enkel menselijk bepaald: herten die in armere gebieden zoals heide leven hebben ook vaak minder imposante geweien. De energie die voor de groei van een dergelijk tooi nodig is, is dan ook een grote kost voor de mannetjes en een leefgebied waarin al weinig energie aanwezig is -bijvoorbeeld via voedsel- reflecteert dan ook in het gewei.
In de bronsttijd -de periode in de tweede helft van september en oktober waarin de mannetjes de roedels van de vrouwelijke hindes opzoeken en andere mannetjes bekampen om hun recht op voortplanting te verdedigen- is niet alleen het burlen, het luidruchtige brullen, maar ook zijn fysieke conditie dat deels in de grootte van het gewei gereflecteerd wordt van belang voor het mannetje om zijn seksuele en sociale status te bestendigen. Vaak maken ze zichzelf nog extra imposant in geweivolume door plantenmateriaal op te scheppen.
Hier op de Fagne de Mochamps hadden de meeste roedels zich al zowat gevormd voor de paartijd en worden de groepjes van drie tot vijf vrouwtjes geregeld vergezeld door een mannetje die ze niet uit het oog verliest.
Intussen zet de ondergaande zon het veengebied in vuur en vlam.
Terwijl de avond met rasse schreden nadert, komen de muggen tot leven in de boomtoppen rondom ons. Een reflectieschild van duizenden pixels...
Het burlen weerklinkt af en toe maar horen wij amper in de kijktoren. Als we later terug beneden op het pad staan in het schemerdonker dringt het pas echt tot ons door hoe zwaar en indrukwekkend het is. Een oerklank, een sonoor gebrul dat tussen de boomstammen echoët.
Her en der duiken ze op, deze machtige dieren die tot 260cm lang kunnen worden met een schofthoogte tot 140cm.
In de vergane pasteltinten roept het langvergeten herinneringen op in ons bloed, uit de Ijstijden, uit ons wilde hart.
Ondertussen rukken de nevelen op en werpt de maan een laatste restje bleek licht op het landschap waar ze al eeuwen op neerkijkt. Voor ons, na een close encounter met een hinde die plots voor ons de weg overstak, was het een geweldige dag. Na een beetje opwarmen in de kantine van de camping, vleien we ons neer op onze matrassen en vallen spoedig in slaap als de vochtige witte mist van de Ourthe stilaan het tentzeil en het blauwe metaal van mijn busje met tientallen druppels bekleedt.
De volgende morgen staan we op voor de vogels om in de kijktoren de dageraad te verwelkomen die de nevelen roze kleurt. Het is heel vroeg, zes uur 's morgens, en toch blijven wij niet lang alleen in de kijktoren, niet alleen stromen de vroege spotters toe ...
... maar de mistsluiers klaren stilaan op en het typische witte achterste van een hinde verschijnt. Ze zaten hier wellicht al de hele nacht lustig voort te grazen in de veilige obscuriteit van de mist.
Het duurt nog even voordat de herfstzon aan warmte wint en de lucht weer wat opdroogt. Het uitzicht blijft spectaculair mooi, zo on-Belgisch.
Een mannetje dat zijn roedel hindes eventjes alleen liet, kijkt nieuwsgierig op naar de kijktoren.
Tegen de voormiddag begint bij ons de honger te knagen, we moeten nog altijd ontbijten en vertrekken dan ook naar Saint-Hubert naar de boulangerie. Daarna sluiten we ons korte weekendje af met een mooie wandeling in de bossen rond de stad waar diverse jachtkansels, uitkijkplatforms zoals Nuno demonstreert, het verleden en heden van Saint-Hubert tot leven brengen en waar we uiteindelijk nog een sperwer (Accipiter nisus) observeren die een buizerd (Buteo buteo) tracht te verjagen. Het is een gratis vliegshow ! Een waardige afsluiter van een etmaal terug in de wilde bossen zoals onze voorouders nog moeten geweten hebben. In die wilde momentjes herleven we weer. Had die dekselse Henry David Thoreau toch volop gelijk !

vrijdag 30 november 2012

Ardense buien

Once wedded to Nature there is no divorce - separate her you may and hide yourself amongst the flesh-pots of London, but the wild will keep calling and calling forever in your ears. You cannot escape the "little voices".

Frank Wild
Een klein stemmetje is er inderdaad altijd, achterin mijn hoofd. Het houdt zich niet vaak koest. Zeker niet als ik weer aan mijn bureau zit, onherroepelijk roert het stemmetje zich en vormt het dromen, dromen van wilde oorden. Dromen van wilde beesten en woeste planten. Zulke dromen zijn vrij gemakkelijk te doen uitkomen, om het verlangen naar ontdekken en natuur beleven eventjes te voeden volstaat het om voor een paar dagen de steven te wenden naar de Belgische Ardennen. Dat deed ik dan dus ook in het eerste weekend van oktober, samen met Reinhardt ging ik weer naar Suxy en omgeving, in de provincie Luxemburg waar wij, geluksvogels dat wij zijn, weer mochten genieten van Hilde's gastvrijheid, net zoals vorig jaar.
Het is een vrijdagavond en dus is het verkeer nogal druk op de Brusselse ring, het is zeker een behoorlijke drukte voor mijn Volkswagen busje die kalme wegen gewoon is. Maar ik vond dat dat karretje nog eens een lange rit mocht meemaken, om eens lekker warm te draaien en de roest te slim af te zijn, bovendien zou de hoge bodemvrijheid van pas komen op die slechte boswegen ! 's Avonds om twintig uur arriveren we bij Hilde haar omgebouwde schuur in Ardense steen. Na een soepje is er nog genoeg tijd om op ontdekkingstocht te trekken met onze zaklampen in de omgeving. Vosjes (Vulpes vulpes) blijven soms erg lang zitten in het straffe schijnsel van onze lampen, zo zien we er eentje zichzelf krabben ... We zien en fotograferen ook wat een constant gegeven van ons weekendje zou worden : paddenstoelen ! Hier staat er een Vliegenzwam (Amanita muscaria) naast mijn zaklamp (Dewalt DW908, 25,4cm hoog) ter vergelijking.
Na een korte nacht in de slaapzak én donsdeken begeven we ons in het donker op weg naar het bos rond Suxy op zoek naar grote zoogdieren. De zon komt heel aarzelend op ...
Uiteindelijk breekt de ochtendzon dan toch door en verrast ze met kleuren die de impressionisten lyrisch zou gemaakt hebben.
Mijn busje staat trouw op zijn hoge pootjes te wachten. De bodemvrijheid en de motor op de achterwielen zorgden voor een plezante rit door de modder en kiezels.
Een Ree (Capreolus capreolus) zien we wel (en niet alleen dit verkeersbord !), maar het grootwild (Edelhert, Cervus elaphus en Everzwijn, Sus scrofa) waar we zo op hoopten laat zich niet zien ...
In tegenstelling tot vorig jaar zijn wij nu namelijk net ná de periode van het burlen gekomen en is het jachtseizoen in volle actie geschoten. Het grootwild is nu schuilplaatsen diep in het bos aan het zoeken en hebben een meer nachtelijk regime ingesteld.
Dan komen we op het idee om even te passeren op het bureau van toerisme waar we een wandelkaart kopen en een route volgen die aangeduid staat : Promenade des Quatre-Ponts tussen Chène en Ébly. Niet alleen kopen we een kaart maar krijgen we ook heel veel informatie over de jacht in de streek mee van de vriendelijke mevrouw aan de balie die erg blij is met de moeite die wij doen om vlot Frans te spreken.
De wandeling leidt ons langs diverse kleine boerderijtjes, pittoresk van uitzicht.
De grootste verrassing van het weekend was in een weiland aan het begin van de wandeling : daar zien we verschillende silhouetten bijeen zitten, op het gras of op de paaltjes of in de bomen achterin het weiland. De verrekijker leert ons dat het vijftien (!) Rode wouwen zijn,Milvus milvus, Milan royal of eerder Milan rouge zoals ze hier in de streek blijken te gebruiken. Deze toch niet zo algemeen voorkomende vogels hebben het warmere middaguur afgewacht om ineens massaal het luchtruim te vervoegen en op zoek te gaan naar een vroege lunch. Om het in simpele woorden uit te drukken : het was een indrukwekkende belevenis ...
Dan komen we plots en onverwacht in een mooi stukje valleigebied van de Sûre, dit natuurlijk riviertje meandert her en der en is helemaal beschermd in het kader van beschermingsprojecten voor Otter (Lutra lutra) en Zwarte ooievaar (Ciconia nigra). De Zwarte ooievaar is helaas reeds vertrokken maar 's avonds proberen Rein en ik om langs de rivier een glimp op te vangen van een van de meest verborgen levende zoogdieren van Europa : de Otter. In de plenzende regen schijnen we onze zaklampen op veelbelovende stukken, we ontdekken wel een waarschijnlijke dassenburcht (Meles meles) maar de Otter, die laat zich niet zien !
Maar die middag op de wandeling was het weer nog goed genoeg om te genieten van de uitzichten eenmaal we bovenop de valleiflank gekomen waren.
Vindingrijke decoraties in volkse tuinen leiden ook tot aangename zichten.
's Namiddags begint het zwaar te regenen en trekken Rein en ik toch maar op paddenstoelentocht. Ikzelf ken niet zoveel van deze mooie en moeilijke, diverse groep maar Rein probeert zich met momenten erin te scholen, mede dankzij een goede determinatiegids.
Helaas is het zelfs dan heel moeilijk als je geen ervaring hebt en daarom moeten de foto's eventjes zonder correcte benaming blijven ... Maar dat doet geen afbreuk aan hun visuele schoonheid !
Bij de onmiskenbare fungi is het gelukkig wel te doen om er zonder twijfel een naam op te kleven zoals op dit Kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa), het is een saprofyt (een houtafbreker) op naaldhout.
In dit dennenbosje, in Massul, vlakbij Hilde, is het goed toeven voor biologiestudenten, de grote tapijten van mos zorgen ook voor een erg Scandinavisch gevoel ...
Die paddenstoelen bleven maar uit de grond komen ...
Een mooie bolle Vliegenzwam, in zijn jonge fase. Later klapt dit vruchtlichaam zijn hoed open zodat de sporen van tussen de plaatjes uit kunnen waaien.
Een Grote stinkzwam of zoals wij hem noemen : "de stinkende bospiet", Phallus impudicus, trekt in zijn rijp stadium volop vliegen en andere insecten aan, ze worden aangelokt door de indringende geur.
Parelstuifzwammetjes (Lycoperdon perlatum) vertonen zich in strikt gelid aan de occasionele waarnemer. Net zoals heksenkringen zijn het groeivormen zoals dit die bewijzen dat paddenstoelen, zoals wij ze kennen, niets meer zijn dan vruchtlichamen van hyfen, draadvorminge uitlopers onder de grond of in het hout die zich groeperen in het mycelium. Het is trouwens een mycelium van Sombere honingzwam (Armillaria ostoyae) in de Amerikaanse staat Oregon dat het grootste organisme ter wereld vormt. Het is naar schatting 2400 jaar oud en heeft een omvang van 8,9 vierkante kilometer ! Bovengronds merk je er amper iets van op die paar vruchtlichamen na ...
Het enige dat we zouden zien of horen van het gewenste grootwild was dit spoor van Everzwijn in de verse modder op zondagochtend. Maar wij vinden dat niet erg, de spanning van het zoeken is net zo leuk als het uiteindelijk waarnemen van de soort zelf ! We zouden anders maar waardeloze biologen zijn ...
Met een opgeladen gemoed, opgelaten humeur en vrolijke glimlach nemen we afscheid van Hilde en de Ardennen, maar terugkomen zullen we zeker. Dat klein stemmetje zal daar wel voor zorgen !

zaterdag 8 september 2012

Op het ruisende water

The world's a beast of a burden
You've been holding on a long time
And all this longing
And the ships are left to rust
That's what the water gave us

So lay me down
Let the only sound
Be the overflow
Pockets full of stones

What the water gave me
Florence & The Machine
Een vrij onooglijk uur 's morgens vroeg in de zomer, een groepje staat op het perron in Leuven. Ze wachten op die ene die nog ontbreekt en later in pure James Bond-stijl netjes tussen de sluitende deuren van de treinwagon zou springen. De gedachten zijn nog half slaperig maar zouden spoedig wakker worden op het kedeng-kedeng van de wielen op de sporen. Wakker zijn was wel een kleine voorwaarde, want er moest maar liefst vier keer overgestapt worden eer we in Houyet zouden aankomen, een piepklein dorpje in de Belgische Ardennen.
Na al die overstappen staan we op een piepklein perron tegenover een piepklein stationsgebouw en volgen we een steeds aanzwellende groei van mensen die richting een piepklein houten barakje stapten. Want wat komen een bende studenten, het merendeel biologen, nu hier aanvangen ?

Kayakken, dat is het woord dat u zocht.

Juist, we gaan ons begeven in smalle oncomfortabele bootjes voor veel natheid en plezier ... Het helpt ook dat de dag een warme 26°C schenkt en dat de Lesse net goed is van frisheid. Jawel, de Lesse, een zijriviertje van de machtige Maas, 89 kilometer lang maar de laatste 21 kilometer tussen Houyet en Anseremme, waar ze zich in de Maas voegt, is het een kalme ondiepe rivier geworden. Ideaal voor een kayaktocht tussen die twee dorpen, op de Lesse varen is goed te doen voor onervaren kayakers, ondiep spoelt ze de oevers af, ruisend over de vele rotsen die haar bodem orneren want we blijven tenslotte in de Ardennen.
Dan zijn we vertrokken, ik deel mijn tweepersoonskayak (in een andere pas ik niet met mijn 1m94) met Marjo op de boeg. De anderen in hun monokayaks zouden ons vandaag meermaals afsnijden, het is zomer en er is water, waarom ook niet ?
Jan zorgde maar dat hij ver uit de buurt bleef.
De Lesse kronkelt hier behoorlijk zoals het een klassieke rivier betaamt en kruist meermaals de spoorweg die met rustieke bakstenen bruggetjes ondersteuning krijgt.
Na een zeer nat en fris voorjaar en een tanende zomer kwam de zon nog eens piepen en ons de zomer te schenken. Het was bij momenten druk op de Lesse, een klassieke zomeruitstap in de streek, zo bleek later.
De Ardennen staan bekend om hun ruige kalkstenige rotsformaties. 400 miljoen jaar geleden (bedenkt u, de moderne mens is 2 miljoen jaar oud), was dit een hooggebergte tot de zee, door grote tektonische activiteit, de bergen kon overspoelen en deze snel erodeerde. Later, 30 miljoen jaar geleden, toen Afrika tegen de Europese plaat botste ontstonden de Pyreneeën en de Alpen maar werd ook het achterland omhoog gedrukt, zo ook het huidige laaggebergte en de heuvels van de Ardennen.
Pauzeren lukt hier goed, op regelmatige afstanden zijn er rotsstrandjes als deze waar je de kayak of kano aan land kan laten aan de grond lopen. Sarah en Carl demonstreren dat heel gewillig op de foto ...
Zo af en toe waren er op deze drukke dag toch nog stukken waar de rivier rustig doolde, waar het geluid enkel het water en de peddels verried.
En langs een rivier is een beetje cultuurhistorie nooit ver weg, van oudsher zijn rivieren belangrijke bewoningscentra net omwille van het water. Dat wordt hier bewezen met het neogotisch kasteel van Walzin dat op de rechteroever torent, hier stond al sinds de 11e eeuw een burcht die meermaals vernield werd, enkel een woontoren uit de 11e eeuw blijft nog als getuige over van de roerige eeuwen.
Ook hier regeren kalkstenen formaties.
Na 21 kilometer peddelen komen we dan aan de monding in de Maas in het dorpje Anseremme.
Hier in Anseremme probeert men die machtige rivier deels in te tomen met indrukwekkende sluizen.
We liepen hier eventjes want zoals ik eerder al zei is Jan nu verkikkerd op geocaching en ook hier lag iets verstopt ... Met succes keerden de schatszoekers, bij naam bestaande uit Arne, Jan, Martijn en Simon, terug.
En dan was het tijd om de trein te nemen in Anseremme, nu moesten we "maar" drie keer overstappen eer we terug in Leuven waren. Moe. Happy.
Het was een laatste 'zekere' keer met onze hele vriendengroep want velen van ons, waaronder ik, gaan het laatste jaar in aan de universiteit en wie weet wat het leven voor elk van ons nog brengt daarna in die niet zo verre toekomst ? Deze daguitstap moesten we dus toch nog eens doen. "That's what the water gave us", een bevestiging van vriendschap.

En dát. Dat was waar deze dag om draaide in een doldraaiende wereld.