"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud
Posts tonen met het label hiking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hiking. Alle posts tonen

woensdag 16 januari 2013

Sneeuwploeteren

Here we show that four days of immersion in nature, and the corresponding disconnection from multi-media and technology, increases performance on a creativity, problem-solving task by a full 50% in a group of naive hikers. Our results demonstrate that there is a cognitive advantage to be realized if we spend time immersed in a natural setting.

Strayer & Atchley, PlosOne 2012
Zesentwintig december. Ik ben nog verzadigd van het overvloedige kerstmaal van mijn familie thuis, de calorieën zijn opgespaard maar deze keer hebben ze wel nut. Het is namelijk zo dat op deze tweede kerstdag een groepje biologen zo zot is om naar de Vogezen te trekken om in de sneeuw "beesten te gaan zoeken". Waarom ? Moet er een reden voor zijn ? Een goede reden is alvast wat hierboven staat beschreven : een paar dagen in de natuur, los van alle dagelijkse beslommeringen, zijn heel goed voor het probleemoplossend vermogen van de hersenen. Een vast plan hebben we niet, waar we vanavond gaan slapen weten we ook niet. We rijden naar gebiedjes die er goed uitzien en die twee reisgenoten, Sam en Rein, kennen van in de zomer. Zo stoppen we voor het eerst, bij -1°C, aan een meer waar we een voorsmaakje krijgen van de rest van onze korte vakantie.
De Passat heeft net winterbanden gekregen, sneeuwkettingen -die ik niet nodig zal hebben- steken in de koffer. De koude wind die op ons lijf slaat na een rit van vijf uur in een warme auto is voldoende om ons snel naar onze winterjassen te doen grijpen. We zijn in de bergen en het is winter ! In eigen land is het op dat moment boven de 10°C. We kunnen ons geluk niet op.
Een korte wandeling leidt ons langs de bergwand omhoog.
Hier vinden we de eerste sporen van dat vluchtige beestje, de vlugge Gems (Rupicapra rupicabra). Al heel lang droom ik ervan om er eentje te zien; ik groeide op met ouders die de kust verkozen boven de bergen en het hooggebergte is mij dus vreemd. Die schade wil ik nu inhalen en de Vogezen zijn een goed winters begin.
Hier maken we voor het eerst kennis met sneeuw die tot aan de dijen reikt, bij het afdalen verkies ik op sommige lastige stukken een andere techniek waar Roel mij halfslachtig in volgt ... Sleeën met mijn achterste !
Daarna rijden we door naar de Hohneck, de derde hoogste piek van de Vogezen op 1363m. De wegen zijn niet gestrooid maar wel geruimd en de mist valt in. Eindelijk winter zoals het hoort en ik voel me in mijn sas.
De schemering begint te vallen en we besluiten de top van de Hohneck voor de volgende dag te houden en eens te beginnen om een jeugdherberg te zoeken voor die avond. Na een stop bij het toeristisch informatiekantoor van Gérardmer, een bekend skioord in de Vogezen, hebben we een slaapplaats in de Auberge de la Rételère. Een gezellige jeugdherberg met een vrij goede keuken - spek en aardappelen, perfect voor de energie- en een toffe bazin van Zuid-Amerikaanse afkomst, het is een goed rustpunt voor deze lange dag. Want er staat ons morgen nog iets te wachten ...
Maar eerst drinken we nog iets, Rein kiest voor La Bête des Vosges, een lokaal gebrouwen donkerkleurig amberbier dat goed blijkt te smaken ! Maar wie op de foto is nu het beest van de Vogezen ?
Sam en Rein bekijken de route voor de volgende dag...
Tien uur 's morgens, de auto staat weer geparkeerd aan de herberg aan de Hohneck terwijl stijgwinden de sneeuw doen opvliegen, in horizontale vlagen snijden de kleine stevige sneeuwvlokken de lucht door. Dat belooft. We trekken door de diepe sneeuw naar de top van de Hohneck, op zoek naar Gemzen en andere beesten. Die dieren bleven ook binnen die dag, de wind werd alsmaar sterker en op de top gekomen werd zelfs ik, met mijn stevig postuur, bijna omver geblazen. De sneeuw sneed in het blote vel en we dekken ons goed in.
Door deze krachtige wind zijn er kale plekken maar ook plaatsen waar de sneeuw tot aan mijn dijen zich ophoopt. We hadden deze diepe sneeuwcondities niet verwacht en hebben dus geen sneeuwschoenen. Dat zou ons hier wel een beetje duur te staan komen want zeker ik zak in de sneeuw steeds weer weg en de afdaling langs de andere kant langs een volledig dichtgesneeuwd pad is voor mij dan ook een werk van lange adem waar ik vaak moet terugvallen op mijn originele glijtechniek om bepaalde stukken met zachte sneeuw toch te kunnen overbruggen. Op de top stond nergens een aanduiding maar beneden gekomen zien we dat dit pad eigenlijk afgesloten was in wintercondities ... De Fransen en hun perfecte signalisatie ... !
Gelukkig krijgen we ook iets terug voor deze moeite, namelijk prachtige landschappen. Helaas blijken verderop ook andere paadjes die normaal onze terugweg naar de auto hadden moeten vormen, afgesloten en moeilijk toegankelijk te zijn door de sneeuw. We besluiten een grote omtrekkende beweging te maken en dan te zien waar we zullen uitkomen ...
Hoe meer we afdalen, hoe vochtiger het wordt, de sneeuw wordt koude regen en de wandeling wordt steeds meer een zware opdracht. Maar dan ! Dan wenkt Rein ineens heel opgewonden ons dichterbij en roept fluisterend: "Gems !". Meer had ik niet nodig om mijn humeur terug op peil te brengen en eindelijk sta ik oog in oog met dat ongrijpbare diertje. Wat een pracht. We zien er uiteindelijk meerdere, zich behoedzaam balancerend op de grote rotsblokken terwijl ze eten zoeken. Hun kleuren zijn van een aardse pracht en ik blijf kijken en bewonderen. Wat een ontmoeting ...
Mijn peter Désiré heeft mij voor deze reis zijn 300mm lens (f4) terug geleend en hier kwam die lens volledig tot haar recht. De gemzen zijn vliegensvlug maar soms blijven ze even nieuwsgierig kijken ...

En dan stappen we weer verder, en verder, heuvel af en dan heuvelopwaarts. Mijn conditie is niet zo goed als die van de drie anderen en ik ben dan ook intens opgelucht als we de weg bereiken. Het is iets na vieren in de namiddag en het begint donker te worden, we zijn nog zo'n vijftien kilometer verwijderd van mijn auto en we proberen dan ook te liften. Dat werkt niet en we besluiten dan nog eens drie kilometer te stappen richting een dorpje waar we dan een taxi kunnen bellen. Ik ben zo stilletjesaan doodop maar ik blijf in stilte stappen tot we een medisch centrum bereiken dat gesloten lijkt te zijn. Roel en Sam gaan verkennen en vinden daar een conciërge die daar één keer per week komt voor de verwarmingsketels. Wat een geluk, die man belt voor ons een taxi en we mogen ons ondertussen opwarmen bij de verwarmingsketels. Dat deed goed moet ik zeggen.

Ik heb van deze tocht veel bijgeleerd, onder andere dat je in de winter in de bergen zeker goed moet plannen en vooraf vragen, dat doen we dan ook de komende dagen. Ik heb de ruwe elegantie van de gemzen leren kennen. En er bestaan taxichauffeurs die zich niks aantrekken van doornatte klanten ... en van besneeuwde routes in de bergen ...
We bereiken de Passat die helemaal toegesneeuwd is en verkleumd laat ik hem warm draaien tot de ruiten weer zicht bieden en rijden we terstonds door naar de Auberge Les Roches in Ventron. Een supergezellige herberg die al iets meer dan vijftig jaar in bedrijf is en nu uitgebaat wordt door een gepensioneerde hippie-dame die heel veel weet van de natuur in de streek en die de wandelwegen op haar duimpje kent. Hier is ook een gemeenschappelijke keuken aanwezig waar iedereen van de gasten kookt en 's avonds is het hier een gezellige drukte en ik zal de vele gesprekken -een ideale oefening voor mijn Frans- niet rap vergeten ! Kortom, het was een perfecte thuishaven na zo'n bewogen dag in de sneeuw.
De dag nadien doen we het kalmer aan, op aanraden van onze gastvrouw gaan we naar Barrage de Kruth, een stuwmeer tussen bergen gelegen, deze bergen vormen een natuurreservaat waar de paden nog open zijn. Het "Massif du Grand Ventron" is gevormd door gletsjers na de laatste ijstijd, omvat toppen tot 1204m hoog en telt 1647 hectare natuur waaronder niet alleen bos en rots maar ook veengebiedjes. Wij verkennen het maar kort, toch plan ik om eens terug te keren in de zomer en eens te kijken welk een rijkdom het gebied dan te bieden heeft. Op deze grijze dag is die rijkdom vooral in de landschappen te zien. Sam en Rein vinden nog een Gems terwijl Roel en ik nog een Raaf vinden (Corvus corax)
Hier vind je bos dat nog een wildernis-gevoel oproept, net zoals in Scandinavië of onze Ardennen het geval is.
Toch word je eraan herinnerd dat deze plaats een gebergte is, ruw en hard, deze hoop van getuimelde rotsblokken helpt het je inprenten. Indrukwekkend.
Ook hier vinden we gemzensporen, op de omwalling die het pad scheidt van een wel erg steile afgrond, die beestjes hebben duidelijk geen hoogtevrees ... Ze knabbelen hier de heideplanten en bosbessenstruikjes af.
De volgende morgen werkt mijn Canon Eos weer, deze heeft een dag lang dienst geweigerd wegens teveel vochtigheid na die lange wandeling langs de Hohneck. Dat vier ik met een paar minuutjes observatie vanuit het raam van onze kamer op de vetbollen waar Kuifmezen, Pimpelmezen, Koolmezen en deze prachtige Glanskop hun ontbijt binnenschrokken.
Tenslotte is het onze laatste dag en het is zowaar een prachtige bevroren ochtend, zo hebben we het hier nog niet gezien en we trekken naar een andere kant van de Grand Ventron voor een korte wandeling voor we weer naar huis vertrekken.
Veel diersoorten zouden we op deze reis niet zien maar toch zijn we tevreden, we hebben Gemzen en we hebben terug contact gezocht met de natuur én we hebben nu tenminste van de winter kunnen proeven in december 2012. Dat is ons heel wat waard. We hebben ook toffe mensen leren kennen in de laatste jeugdherberg en ook dat is iets om te koesteren. Want weet je, het leven vliegt nu eenmaal ... Stilstaan bij schone momenten is dan ook erg belangrijk.
Ik denk dat mijn reisgenoten het met mij eens zullen zijn !

vrijdag 12 oktober 2012

Pyreneeën - Ordesa

Zwaar, adem, steen
zon die even verscheen
Gieren gieren gezwind
vervlucht in de wind
Een klokje bloeit op rots
blaadjes vol trots
Stenen ratelen, beneden
mijn passen, afgemeten
Groen, oker, blauw, roest
Natuur arbeidt, noest
Verleden, vergeten
Nu...

VAG@2012 - Bergtocht
Een nagelbijtende rit bracht ons in de hogere Spaanse Pyreneeën met vele bochten, prachtige smalle wegjes waar ik van zou genoten hebben indien de Passat niet steeds meer kracht verloor in de bergen door, zo bleek achteraf, een scheur in de turboslang. Soms kropen we voort terwijl ik door het roeren met de versnellingspook de motor in hoge toeren hield om de beklimmingen uit te houden. Het werkte en na een paar uur zwaar werk voor de dieselmotor kwamen we aan camping San Anton in Torla (provincie Huesca), de toegangspoort tot het Parque Nacional de Ordesa y Monte Perdido, een groot nationaal park die de hoogste Spaanse Pyreneeëntoppen omvat. Onze camping, hoewel aan de dure kant, was heel netjes en had een uitzicht dat onbetaalbaar was, recht op de machtige rotsige toppen van het park en het lag op slechts een half uurtje wandelen van het dorpje Torla.
De Passat blaast stoom af, de dieselmotor moest nu extra hard werken zonder turbo.
Het voordeel van deze kleine autopech was wel dat we de auto meer lieten staan en te voet overal heen gingen, ook naar het dorp Torla dat met de auto maar 5 minuten rijden was, toch zou ik voor geen geld die half uur durende wandelingen gemist willen hebben ... Het was een prachtig dal waar ik me soms in de Alpen waande. De rivier dat miljoenen jaren geleden dit glaciale dal maakte is de Ara, de enige nog bestaande rivier van betekenis in Spanje, 70km lang, dat nog niet door mensenhanden beïnvloed is.
In de verte ontwaart de oplettende lezer het kerktorentje van Torla.
Ook hier zijn Roel en Martijn weer op insectenpad. We zouden onder andere een vliegende Rouwmantel (Nymphalis antiopa) zien, weer die trekvlinder die ik met mijn reisgenoten in Stockholm vorig jaar mocht aanschouwen ! Het blijft een mooie verschijning.
Bij het brugje om het dorp binnen te stappen is de loop van de Ara één geheel met de woeste achtergrond van Moedertje Natuur haar hakwerk.
Torla zelf is een rustig dorpje van zo'n 300 inwoners met enkele gezellige restaurantjes -wij aten in de L'Atalaya, een aanrader!- en omringd door weiden en de bergen.

In de zomer mag je met de auto het park van Ordesa niet binnen met de eigen auto, je kan hem parkeren in het dorp en met de autocar naar de parking rijden in het park, of je kan de auto parkeren dichterbij het park langs de weg en te voet verder. Aangezien onze camping tegen Ordesa lag, gingen wij met de benenwagen het park in.
In Torla zijn er ook enkele sportwinkels met wandelgerief waar je goede stafkaarten kan kopen. Ook hier zijn vergelijkingen met de Alpen denkbaar.
's Avonds keren we om, terug naar de camping langs de Ara, en de schemering had voor ons een magnifiek schouwspel in petto ... Mijmeren langs de Ara waarbij je een Adderringslang (Natrix maura) opschrikt, voor mij werd het een rustgevend uurtje.
Scutigera coleoptrata, een algemene duizendpoot in het Middelandse zeegebied, kwam ons nog met een bezoekje vereren. En dan was het matras opzoeken geblazen, want de volgende morgen kwam het hoogtepunt -letterlijk en figuurlijk- van de reis ...
Acht uur 's morgens zijn we al meer dan half uur onderweg, op naar de hogere delen van Ordesa. We zouden een bergwandeling van zo'n zes kilometer doen, aanvullend op de zo'n twee kilometers van het verbindingstuk.
Voor mij was het rustig aan geblazen, ik ben niet gemaakt om te klimmen, maar traag ging ook en gelukkig was er dit bronnetje om mijn waterfles terug aan te vullen zodat ik zou toekomen.
Een onbekende telg van de Ranunculaceae begroet de dag met haar voetjes in het bronwater.
Ook deze Muurhagedis (Podarcis muralis) kwam de dag groeten bij ons tienuurtje.
En dan was ik toch blij dat ik de hele reis de oude bergstok van mijn grootvader meegezeuld had, op de beklimming was deze stok al een redding, op dit bergpad werd het helemaal een ware vriend die mij behoedde van evenwichtsverlies ...
Maar mijn hoogtevrees, die ik tenslotte overwon, kon niet beletten dat de nieuwsgierige bioloog in mij de overhand had en de vele steenvegetaties bekeek. Interessante en voor mij totaal onbekende planten passeerden de revue, de meesten aangepast aan een droog klimaat. Zoals eerder al uitgelegd zijn de Spaanse Pyreneeën veel droger dan de Franse die door de Atlantische regenbuien veel meer bevloeid worden. De tweede foto is een telg van de Euphorbiaceae, de wolfsmelkfamilie, te herkennen aan hun karakteristieke veelbloemige bloeiwijze met typische bloemvorm.
Het was mijn eerste zomervakantie in de bergen en dit was mijn eerste échte bergwandeling, het zal mij altijd bijblijven ... Zeker omdat er vanachter een berg ineens nog een gestalte het luchtruim binnendrong die ik nieuwsgierig met de verrekijker bekeek. Het deed mij luid roepen naar mijn reisgenoten die achtergebleven waren om insecten te bekijken in de maquisvegetatie. Het was een Lammergier (Gypaetus barbatus), een vogel die de zweefkunst tot in de puntjes van zijn vleugels beheerst en in vlucht het silhouet van een kruis vormt : zeer herkenbaar en een magnifiek zicht voor de ogen van de vogelaar. Deze vogel neemt gelukkig weer in aantal toe na in Europa bijna uitgestorven geweest te zijn door de jacht, lange tijd dacht men namelijk dat dit beest lammeren en kinderen verslond ... Inmiddels weet men wel beter, zijn voeding bestaat voor meer dan 80% uit aas. Helaas vloog hij te hoog voor een foto, volgende keer beter ! Maar de indruk, die vergeet ik nooit meer ... Wat een prachtig dier ! Voor mij was dit toch het hoogtepunt van de hele reis en een van de redenen waarom ik eens echt de bergen in wou gaan ...
En dan die landschappen ...
En dan die rotsstapels ...
Van rechts naar links : Roel, Martijn en ik. De zon scheen, de temperatuur kwam niet hoger dan 20°C, een verademing tegenover vorige dagen, de vogels vlogen, de insecten zoemden, het was een prachtige belevenisvolle dag voor twee biologen en een bio-ingenieur, drie natuurliefhebbers.
Geef de natuur tijd en ze neemt alles terug in ...
Onder de waterspiegel van de Ara speelt het licht spelletjes op de keienbodem.
Zoetwaterslakken zorgen ervoor dat de algengroei binnen de grenzen blijft.
De balans na drie dagen Ordesa en Torla was heel goed, zeker voor de insectenmannen die heel wat mee moesten nemen naar huis om onder de binoculair te kunnen determineren.
De laatste avond was ons gas op, om de grote kookpot dan op het alcoholvuurtje te kunnen koken moest het vuur een beetje overtuiging krijgen en hoe doe je dat beter dan een luchtmatras om te toveren tot een blaasbalg ? Kamperen is jezelf uit de slag trekken !
Met spijt in het hart nam ik afscheid van de Pyreneeën. Normaal gezien waren we ook de Franse beestjes gaan lastig vallen maar ik durfde mijn auto niet meer te overbelasten dan strik noodzakelijk. We reden dus de grensovergang over, met een zestal kilometer een helling van 10% die de Passat nog moest overleven, in tweede versnelling en dertig kilometer per uur. Dat lukte maar met een gigantisch olieverbruik waardoor ik na de tunnel snel moest bijvullen, gelukkig werd het beter toen we Frankrijk binnenreden, het was terug bergafwaarts en gaandeweg werd alles groener en platter, onze bergvakantie was helaas voorbij, maar eens ga ik terug ! Net als het noorden van Europa zijn onze Europese bergketens nog enclaves van wilde natuur, dat werkt verslavend en het wekt tegelijkertijd rust en energie op. De mens heeft nu eenmaal drie miljoen jaar evolutie in en met de natuur gekend, daar zullen de laatste 300 jaar niets aan veranderen, mensen zijn gemaakt om met de natuur om te gaan.

Als ze dat nu ook eens zouden beseffen ... waren we veel rijker. Rijker in ons leven. Rijker van geest.