Humans are disappearing from the outdoors at a rate that would make them top any conservationist's list of endangered species.Zoals vaker het thema weerklonk op deze blog is de Westerse mens het contact aan het verliezen met zijn omgeving en de natuur die ooit zijn thuis was. Toch is er niet veel voor nodig om dat contact te herwinnen. Wilde stukken land zijn er nog te vinden, zelfs in een dichtbevolkt land als België. Een wildernis waar het oog huis noch bebouwing vindt en waar 's nachts het donker heerst. Het hoogste en ruwste stuk van ons landje: de Hoge Venen, met 4500 hectare het grootste natuurreservaat dat we rijk zijn. Hoog op het veenplateau, de onderliggende basis een oude leistenen bergrug meer dan zeshonderd meter boven de zeespiegel, kan het oog alle kanten uitdwalen vanop het kijkplatform aan de Signal de Botrange. De winterse stilte palmt het land in. Op een vroege februariochtend staan wij hier met onze telescopen in een poging om een glimp op te vangen van de met uitsterven bedreigde lokale populatie van Korhoen (Lyrurus tetrix). Door een grote veenbrand in 2011 is de populatie helemaal gedecimeerd tot slechts enkele individuen en zijn ze genetisch gezien eigenlijk al zo goed als uitgestorven tenzij men heruitzettingen overweegt. Maxime speurt de horizon af. Ineens vang ik een glimp op van zwarte vlekken die hoog in berken zitten. Jawel, dat zijn ze ! Ware "boskiekens" zoals ze daar in de bomen zitten. Het zijn mannetjes: pekzwart met de opvallende witte vleugelstreep. Misschien even inzoomen ? Zo zijn ze al iets beter te zien. Zij zijn de laatste exemplaren in België sinds het uitsterven van de andere populatie op de Kalmthoutse heide. De toekomst ziet er niet rooskleurig uit, het is weer het oude verhaal van habitatsverlies. Toen de mens de heide begon te verbouwen of vol te bouwen en de venen begon droog te trekken voor landbouw of bosbouw verloren de Korhoenen de uitgestrekte open vlakten afgelijnd met bos die zij prefereren. Na onze ochtendlijke observatie van deze deftige vogels besluiten we om een wandeling te maken, op zoek naar andere waarnemingen en landschappen. Jan zag het helemaal zitten. Dit is de koudste regio in ons landje met de meeste sneeuw- en regenval. Het is te zien ook, heel de rit naar hier sinds Leuven was de winter groen en bruin gekleurd tot we op dit uitgestrekte hoogteplateau kwamen dat flonkert in de zon in haar verworven witheid. Dit plateau ontstond in het Tertiair toen de zee zich terugtrok, de Ardennen door tectonische activiteit zich terug verhieven en deze plat geërodeerde vlakte plots een hoogvlakte werd. Door de doorlopende natte omstandigheden en de schrale, slecht waterdoorlatende bodem werd dit een regio waar planten en organisch materiaal zeer traag afbraken: ze vormden hoogveen. Een ideale groeiplaats voor veenmossen (Sphagnum) die tot twintig keer hun gewicht in water kunnen vasthouden en verzurend werken: de veenvorming is in een versnelling gekomen en hedendage vinden we metersdikke pakken natte turf waarin in het verleden af en toe mensen en dieren verdwenen. Een intrigerende geschiedenis ! Het veenplateau is een van de belangrijkste waterreservoirs in België en levert onder andere het bronwater van Spa aan. Door de trage insijpeling wordt het water zeer zuiver van kwaliteit en door de turflagen bevat het ook vele mineralen. De rijkdom aan water is ook te zien als men hier rondwandelt, her en der vormen zich beekjes die naar de lagere landerijen stromen. De randen van het plateau worden gekenmerkt door -oude- productiebossen van dennen waar het zonlicht tussen komt piepen. Door het andere klimaat en de uitgestrekte dichte dennenbossen voelen ook andere dieren zich hier thuis zoals de Ruigpootuil (Aegolius funereus) en de Dwerguil (Glaucidium passerinum), normaal soorten die men verwacht in Scandinavië en Midden-Europa. Het was mijn eerste volwaardig natuurexcursie in de Hoge Venen en ondanks de koude stilte en de onbewogenheid van de fauna was ik al snel verloren in wilde gedachten zoals ik in België niet vaak meemaak. Ik sta al te popelen om de insecten- en florarijkdom te bewonderen als de lente komt. Maar nu rust het veen nog even onder de bevroren sneeuw. We dalen het plateau af richting het Brackvenn, vlakbij de Duitse grens. Hier zijn we op 'slechts' 400 meter hoogte en de sneeuw is verdwenen als, wel, sneeuw voor de zon. In de schaduw en op de kleine schaal heerst de winter nog stilletjes. We dalen langs smalle beijzelde rotspaadjes af naar een typische Ardense bergrivier waar het water zacht ruist en de stenen rondt. Waarlijk rustgevend, ook voor Simon en Pieter. Even terug uit het rivierdal opstijgen en we belanden op een nieuw veenplateau: het Brackvenn. Het bordje dat aanduidt dat dit reservaat is, toont ook het nationale symbool van het natuurpark Hoge Venen: de zeer zeldzame Zevenster (Trientalis europaea). Veenbranden zijn van alle tijden. Net zoals het in 2011 desastreus was voor de natuurwaarde van het gebied -onder andere door stikstofvrijzettingen waardoor Pijpenstrootje (Molinia caerulea) erg snel kon oprukken en de heide- en veenplanten kan overwoekeren- was het in vroegere tijden desastreus voor de lokale bevolking die op de moeizaam veroverde heide- en graasgebieden het voedsel voor hun vee zagen verdwijnen. Ook blijven veenbranden soms maanden smeulen en kunnen ze plots terug fel opflakkeren. Dit kruis herinnert aan enkele bewoners die zo hun leven verloren in 1872. Het hoogveen is nog steeds onder hoge menselijke druk, naast de verwoestingen van de veenbrand is er de hoge recreatiedruk, de stikstofafzetting via neerslag, de ontwatering voor drinkwater. Gelukkig is het een dergelijk groot beschermd gebied dat de invloed van de mens redelijk en relatief beperkt blijft. Hopelijk blijft dit een stuk wildernis waarin onze kleinkinderen nog zullen kunnen dwalen... Terug de natuur in.
Tim Gill
Posts tonen met het label sneeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sneeuw. Alle posts tonen
zaterdag 22 februari 2014
Hoog op de venen
zondag 1 december 2013
Zweden - onder de maan
If you truly love nature, you will find beauty everywhere.Na de warme verwelkoming in Grimsö bij onze vrienden die ginder Wildlife biology studeerden, was het tijd om nog eens op een tripje te gaan. Nog eens wild te gaan. Maar enkele dagen in het noorden hadden al wat gevergd van mijn twaalfjarige auto. Alle dorpjes zijn te bereiken via onverharde wegen, enkel gewestwegen en snelwegen kennen de luxe van asfalt. Ondanks dat de Zweden deze onverhardde wegen zeer efficiënt en goed onderhouden zijn enkele kuilen niet te vermijden. Dat laat sporen na ... Gelukkig heeft men in het wildlife centrum in Grimsö een rudimentaire garage waarvan ik gebruik mocht maken onder de wijze woorden van een van de onderzoekers: "We are used to it, cars breaking down all the time". Onderweg was de beschermingsplaat van de motor gesneuveld, een van de ijzeren beugels die oorspronkelijk dit plastic vasthielden was zo ook onbeschermd en terwijl we elanden zochten op een weg met vrij diepe sporen plooide het dusdanig dat ik overal de weg ploegde in plaats van comfortabel de weg te berijden ... Dit werd opgelost met ijzerdraad. Helaas mocht noch ijzerdraad noch ducttape baden bij mijn ander probleem. Sinds Falsterbo was de Passat een rare "wobbel" beginnen ontwikkelen. De wagen schokte heen en weer bij bepaalde snelheden. Eerst dacht ik dat het aan de band lag, ik had dat bij mijn vorige wagen ook al meegemaakt door banden van een slechte kwaliteit. Maar dit zijn Pirelli's, een goed bandenmerk. Toen ik de band eraf haalde zag ik meteen het probleem. Want het is niet echt normaal als men een stuk van de schokdemper kan heen en weer schuiven zonder belemmering ... Verdict ? Een doorgeslagen schokdemper. Daar zat ik, in de Zweedse rimboe, 1600 kilometer van huis en een met een kreupele, volbeladen auto die minstens nog eens die afstand moest afleggen. Een nieuwe schokdemper bestellen kon ik doen maar er was geen Volkswagengarage in de buurt en wie weet hoelang dat zou geduurd hebben. Ik zette het reservewiel erop en, hoewel ik de slijtage van de band in de gaten hield, reed ik er mee voort. Dat kan best, zolang men maar rijdt als een goede huisvader. In Afrika rijden ze rond met grotere "mankementen". Wij lieten ons er dus niet door tegenhouden. Zeker niet omdat onze eindbestemming, Kloten, slechts dertig kilometer noordelijker lag, midden in de uitgestrekte naaldbossen, een ansichtkaart waard. Want, hoewel het midden oktober was, had het gesneeuwd en het was een wit wonderland waar de banden over zoefden terwijl de donker wordende dennen de kanten bewaakten. En dan eindelijk ! Eindelijk worden we beloond met een Eland (Alces alces), een van de dieren die direct voor de ogen lopen denderen als men aan het noorden denkt. Vooral Arne wordt dolgelukkig want voor hem is het de allereerste keer dat hij kennis maakt met deze gigantische hertachtige. Tussen de electriciteitspalen in de roze weerschijn van de avondzon stond ze parmantig. Ze kreeg ons snel in de gaten en ging op een traag drafje het diepe bos in. Ondertussen had een grote volle maan zich aan de hemel genesteld en deed het landschap baden in haar zachte weerschijn, ongehinderd door menselijk kunstlicht en vervuiling. Het knetteren van het vuur doorbreekt snel de stilte aan het meer waar we arriveren. Een ideale kampeerplaats: vlakke grond voor de tent, een schuilhut om te eten, een picknickbank en vooral een groot meer, waar de maan in reflecteert, voor ons alleen. De maan verschaft ons nog een dienst: ze licht de landschappen als bij dag, perfecte en koude omstandigheden om Wolven (Canis lupus) te gaan zoeken. Jawel. Wolven. In deze contreien zijn ze gemeengoed aan het worden, met de bijhorende conflicten en opwinding. We reden het bos door over bijna steeds kaarsrechte boswegen, op zoek naar open plekken met ver zicht. Om wolven te horen huilen moet je ze ook "uit de tent lokken", met andere woorden: je moet zelf huilen en goed luisteren. Rein en Arne hadden al eerder succes gehad hier maar bij ons zwegen ze in alle toonaarden. Helaas ! De volgende dag vertoont een blauwe hemel zich aan de berijpte tent. Het is deze nacht -4°C geworden en dat werd wel gevoeld af en toe! Het kampvuur werd terug opgestookt uit de asse van de vorige dag met nog enkele gloeiende vonkjes. Spoedig werd de lucht gevuld met de geur van verbrand dennenhout, de zware humusgeur van het nat strooisel en het plonzen van het smeltende sneeuw dat van de takken het meer ingleed. Het water kleurde bijzonder diepblauw, een ware verlokking... ... dus werden de vishengels bovengehaald. Of er werd gewandeld. Of er werd geschreven. Een hele dag zaten we daar, in de zon bij het kabbelende meer. Een beetje vertraging op de anders vliegensvlugge tijd. Ook het kampvuur heeft voeding nodig, net als wij. Met Roel's grootvaders bijl was dit wel gemakkelijker. Zoals Van Gogh het reeds zei zovele decennia geleden vindt eenieder die van natuur houdt, overal haar schoonheid... Het was toch beginnen kriebelen in onze benen en een lange wandeling werd ondernomen. Het leverde ons een héél leuke verrassing op ... Want zomaar ineens, langs de kant van de weg, lopen forse sporen. Haast hondachtig maar met de kenmerkende voorste kussentjes evenwijdig van elkaar afstaand zonder vooruit te steken. Het zijn wolvensporen. Wolvensporen die bijna 10centimeter lang zijn. We volgen deze sporen een hele tijd tot ze het bos in verdwijnen, daar werd verder gezocht. Uiteindelijk konden de sporen voor zo'n tweeënhalve kilometer gevolgd worden! Intussen werden de dagen helaas steeds korter en korter en spoedig werden de donkere dennen weer de bewakers van de weg in het avondlicht. Een herinnering aan een winters voorproefje in het noorden dat mij nog lang zal heugen. Uitgestrekt en wild, het blijft betoveren...
Van Gogh
dinsdag 26 maart 2013
Werkstage Hamont-Achel
A nation that destroys its soils destroys itself. Forests are the lungs of our land, purifying the air and giving fresh strength to our people.De winter houdt de lente nog even gegijzeld dus keer ik eventjes in mijn herinneringen terug naar de werkstage in de bossen van Hamont-Achel. Dit is een dorp in het uiterste noorden van Belgisch Limburg, tegen de Nederlandse grens geplakt. Deze herinneringen spelen zich af in dit dambord van landschappen, gaande van moerasbossen langs de Warmbeek -een unieke bewaard gebleven meanderende beek met allerzuiverst water- tot aanplantingen van Grove den (Pinus sylvestris) en Corsicaanse den (Pinus nigra) gemengd met vennen en heide. Rein, Arne en ik kregen de mogelijkheid om mee te gaan met de werkstage van de bio-ingenieurs van de K.U.Leuven omdat deze dit jaar met een zeer kleine groep waren. Het zou een zeer gezellige week worden in een mooie streek ... Eerst is het tijd voor een verkennende wandeling langs de percelen van de K.U. Leuven die via een legaat in 1981 aan de universiteit geschonken werden en samen zo'n 165ha omvatten. Zelfvoorziening in budget noodzaakt het multifunctionele beheer van natuurwaarden (o.a. via reservaten die geld opbrengen dankzij subsidies en passend bosbeheer) maar ook productie van hout en recreatie. Een ideaal leerterrein voor de praktijk en uitdagingen van bosbouw in de 21e eeuw. Zoals gezegd is de Warmbeek is een van de weinige beken in Vlaanderen met nog een natuurlijke meanderende loop en zeer zuiver water omdat ze nergens door intensieve landbouw of industrie omringd wordt voor ze dit gebied binnenstroomt. De aanvraag voor de status van bosreservaat loopt nog, ondanks de beperkte oppervlakte is dit in Vlaanderen het enige (!) overstromingsbos langs een natuurlijke waterloop. Boomsoorten zoals Es (Fraxinus excelsior) typeert het vochtige karakter. Het ironische van de naam "Warmbeek" ontgaat ons echter niet op deze winterse februarinamiddag. De verkennende wandeling leidt ons langs de percelen van de K.U. Leuven waar men de natuurlijke dynamiek van de Warmbeek in actie ziet met de bijhorende glooiende en steile oevers. Historische dreven vragen een aangepast beheer. Soms zijn ze dringend aan verjonging toe en moeten ze gekapt worden en opnieuw aangeplant. Toch is het steeds een moeilijke keuze want ook oude en/of dode bomen bieden een grote biodiversiteitswaarde, hier zelfs voor bijvoorbeeld de zeldzamere Franjestaartvleermuizen (Myotis nattereri). Deze dreefboom is een typische vleermuizenschuilplaats, te herkennen aan de spoor van mest en het groene mos dat deze nutriënten volgt. Eveneens interessant zijn deze oude taluds die recent gerestaureerd werden: zij zijn de historische omwallingen van de hoeven om vee binnen en wilde dieren buiten te houden. Van oudsher waren deze zeer dicht begroeid met geknakte eiken die in elkaar geweven werden om zo een perfect ondoordringbare haag te vormen. Een ander cultuurhistorisch overblijfsel, afkomstig van de turfwinning in deze heidestreek, is dit hersteld ven dat van groot belang is in een hele vennenschakel voor de zeldzame Rugstreeppad (Epidalea calamita). De eerste dag 's avonds kregen we nog een les van Bert van Inverde over veilig en correct kettingzaaggebruik, het onderhoud van de machine en het vellen van bomen. Dan was het slapen in de koude zaal geblazen met prettige anticipatie voor de volgende dag wanneer we de imposant razende kettingzagen zelf ter handen mochten nemen. Spannend ... 's Morgens beginnen we eraan en na enkele oefeningen op stammetjes op 'ezels' -zoals we dat hier in het Leuvense noemen, die V-vormige steunpunten om brandhout te verzagen, mogen we oefenen op rechtopstaande stammen. Dit was de voorbereiding om de kettingzaag veilig te gebruiken op de bomen die in de namiddag geveld moesten worden. Arne en ik hadden al heel wat geoefend en deze mooie verwijzing naar de Afrikaanse kunst opgebouwd, dit is wel twee dagen blijven staan tot het een slachtoffer werd van het grote kampvuur op de laatste dag ... Arne en ik vormen ook een team in de namiddag als we zelf bomen moeten vellen. In modern bosbeheer zijn soms dunningskappingen nodig om andere bomen beter te laten groeien, zeker in een bos met een gemengde doelstelling van productie en natuurbehoud. Deze Els (Alnus sp.) was de eerste die we omlegden; het was meteen een goede oefening in het inschatten van de natuurlijke valrichting en het uitvoeren van val- en velsneden opdat de boom zou vallen waar we hem wilden hebben. Dit was een scheefgegroeide boom die naar een andere richting moest vallen om andere bomen niet te beschadigen. Dit lukte ons wonderwel. Arne heeft deze twintig meter lange Els, ongeveer 22 jaar oud, de velsnede gegeven en ook de stronk moet mooi afgesneden worden zodat deze niet inrot, het zijn hakhoutstoven en de stronk moet dus terug loten doen uitgroeien. Dat is pas het echte werk, bomen vellen ! Bert besluit als praktijkvoorbeeld eens te tonen hoe ze het doen bij erg scheve bomen die bovendien ook nog eens bij een beek groeien. Heel veel boomlinten, een katrol en een handlier worden hiervoor ingezet. Ward mag de sneden zetten. En tenslotte gaat de boom ter vlakte, precies waar wij hem wilden zien. Dat is een kunst op zich ! Na afloop voelt iedereen zich toch wel een beetje stoerder dan normaal en de sfeer, die is geweldig ... Van links naar rechts staan Laura, Annelies, Sofie, Ward, onze instructeur Bert, en dan tenslotte de biologen: Arne, Rein en ik. Let vooral op het stichtende voorbeeld van Arne over hoe men een kettingzaag vooral niet moet vastpakken ... ! Alles voor de educatieve voorbeelden ! De dag zit er weer op ... en een superlekkere maaltijd staat ons weer op te wachten in het inmiddels wat opgewarmde scoutslokaal. Na een deugddoende nachtrust begroet de ochtendzon ons om zeven uur met deze prachtige kleuren. Ook de volgende dag is het werken geblazen om ons te laten kennis maken met het werk in het veld. Natuurbeheer is immers niet alleen plannen opstellen, men moet ook een idee hebben van de vele werkuren en moeite die erin kruipen om deze uit te voeren. In de voormiddag is het voor ons maaien en het maaisel afvoeren geblazen. In de namiddag ga ik mee de toekomstbomen opsnoeien, met beitel en zaag. De langste zaag is zo'n 8 meter lang en dient om de hoogste takkenkransen weg te zagen: een lastig werkje zo in de hoogte want Ward en ik krijgen na zo'n anderhalf uur toch wel serieus last van kramp in onze rechterarm. Duidelijk een werkje dat je gewoon moet geraken en dat toch ook wel erg belastend is voor de nek, schouders en rug. Chapeau voor de mensen die dit geregeld doen. Het is geen noodzakelijk werk maar moet men wel uitvoeren indien men echt kwaliteitshout wilt produceren zonder kwasten. Het is onze laatste avond en wij biologen besluiten om nog "rap eens beesten zoeken". In de namiddag is er sneeuw gevallen en verse pootsporen zijn overal te vinden. Dit vossenspoor volgen Rein, Arne en ik voor meer dan een uur dwars doorheen het uitgestrekte bos. Erg spannend en meerdere malen speelden we het even kwijt tot we ergens terug afdrukken vonden. Ook de interactie -een speelse ronde plek- met een andere vos was af te lezen in dit potenverhaal. De echte vos zouden we helaas niet zien. Na meer dan een uur volgen sprong het vossenspoor ineens over een beek. Rein sprong er ook over en controleerde de andere kant, toen duidelijk werd dat het spoor te koud was en het dier al ver weg was gaven we het op, maar leerrijk en spannend was het zeker ! Martersporen vonden we eveneens in de sneeuw, deze verdwenen snel in het riet waar we het spoor weer bijster raakten. Martersporen zijn onder andere te herkennen door de paarsgewijze 'zetting' van de poten, gevormd door de typische sprongen van marters. Intussen waren we weer twee uur onderweg in de sneeuw en begonnen we toch te verlangen naar het grote kampvuur met iedereen errond, met pintjes en vele verhalen ... Het was een heel leerzame week en ik ben dankbaar dat ik de kans heb gekregen deze kant van bosbeheer te leren kennen. En dat werken met de kettingzaag, die kracht, het is toch wel iets speciaals !
Franklin D. Roosevelt
Abonneren op:
Posts (Atom)

