I would like you to show me, if you can, where the line can be drawn between an organism and its environment. The environment is in you. It's passing through you. You're breathing it in and out. You and every other creature.De laatste decennia is het steeds maar duidelijker geworden, behalve voor de modale burger, dat geen enkel organisme los staat van zijn omgeving en zijn leefgebied. Dat geldt ook voor onze akkergewassen die sterk afhankelijk zijn van de bestuiving door insecten, meestal bijen maar ook hommels, vlinders en andere insecten spelen hier een rol in. Door de schaalvergroting van de landbouw en het verdwijnen van groene elementen, gingen ook deze bestuiversgemeenschappen de dieperik in. Het besef groeit echter meer en meer van wat we aan het verliezen zijn en diverse onderzoeken zijn inmiddels opgestart die eerst en vooral de precieze link van de bestuivers met deze akkergewassen onderzoeken en andere onderzoeken die pogen te vinden welke oplossingen het beste zijn om zoveel mogelijk nuttige insectengemeenschappen te kunnen ondersteunen in de moderne landbouw, niet alleen voor bestuiving maar ook voor pestcontrole. Zo ook Roel zijn onderzoek aan de Université de Liège dat zich richt op verschillende groenstroken die in akkers aangelegd worden en ingezaaid worden met een akkerbloemenmengsel met plantensoorten die zeer nectarrijk zijn en geliefd zijn bij bijen en andere insecten. Het positieve effect van deze groenstroken is reeds vastgesteld, wat Roel nu probeert uit te vinden is welke combinatie van bloemenmengsels het beste werkt in de groenstroken zelf. Hiervoor heeft hij in Gembloux een proefveld van koolzaad tot zijn beschikking waarvan de opbrengst gewogen wordt en vijf groenstroken in dit proefveld waarin de diverse mixen getest worden door inventarisaties en het vangen van insecten. Ze strekken zich uit onder onze ogen, in de steeds warmer wordende junizon, op het matige reliëf van het proefveld. De pitfalls staan omgekeerd, die hebben hun eerste ronde er al op zitten. Hier worden insecten in gevangen in een plakkerig mengsel, later worden ze op alcohol bewaard voor verdere determinatie onder de binoculair. In een andere groenstrook stonden ze nog open, een naartsig naar voedsel zoekende klein geaderd koolwitje (Pieris napi) trok er zich weinig van aan. Nu had Roel vooral hulp nodig bij het opmeten van willekeurig gekozen exemplaren van alle plantensoorten. Deze gegevens worden later meegenomen in de analyse omdat de structuur van een plant ook belangrijk is om microhabitats te vormen voor insecten. Hoe forser, ingewikkelder of vertakter een plant, hoe meer potentiële diversiteit aan "leefgebiedjes" en dus aan insecten deze kan bieden. We moesten een aantal "traits" zoals lengte, stengeldikte en breedte op verschillende hoogtes meten, daarnaast moesten we ook een inschatting maken van de hoek van de bladstand. En dit allemaal voor tien planten per soort, kortom, er was werk aan de winkel zoals bij deze wilde cichorei (Cichorium intybus). Het veldwerk -nu eens in een echt veld- was zeker geen straf temidden van de prachtige uitzichten op de uitbundig bloeiende margrieten, klaprozen, kaasjeskruiden, ... Ondanks de brandende zon en de snel uitdrogende kelen schoot het werk goed op. Naast het opmeten van de planten moesten er ook foto's genomen worden, op een gestandaardiseerde manier, van de vegetatiestructuur zelf. Dankzij de zwarte achtergrond kan een computerprogramma later deze structuur in cijfers samenvatten die dan weer in een statistische analyse gebruikt kunnen worden. Mijn job hier was eigenlijk om te dienen als grondanker: ik moest zorgen dat de plaat goed stond en ook bleef staan in de soms felle windstoten. De twee werkdagen vlogen voorbij in het veld. Het is er stil, op de enkele vliegtuigen na. De gierzwaluwen (Apus apus) tjirpen boven de velden en af en toe zet een sprinkhaan zijn keel open maar je merkt nergens dat je vlakbij een drukke steenweg en studentenstadje zit. Zo typisch voor Wallonië is het feit dat, als je eenmaal het centrum uit bent gekomen, bijna alle bebouwing verdwijnt voor landbouw en natuurgebieden. Ik zou het haast met de Franse slag kunnen noemen. Moe na een hele dag in de zon, met uitgedroogde wangen, keer ik terug naar huis, tevreden met deze kennismaking van een andere tak van de ecologie dan waar ik mij gewoonlijk mee bezig hou. We zijn nooit te oud om iets anders te doen !
Wendell Berry
Posts tonen met het label veldwerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label veldwerk. Alle posts tonen
zondag 24 augustus 2014
Over bloemen en bijtjes
woensdag 26 maart 2014
Op de Simon Stevin II
The sea, the great unifier, is man's only hope. Now, as never before, the old phrase has a literal meaning: We are all in the same boat.Zoals de grote kapitein, die het scubaduiken en marien onderzoek op een nieuw niveau bracht na de oorlog, het ooit zo mooi zei is de zee van immens belang voor de mensheid, niet alleen door het voedsel die ze verschaft maar ook haar enorme invloed op onze planeet inzake klimaat en waterbalans. Elk klein puzzelstukje, elk legoblokje met twee tandjes aan kennis is dus een enorm waardevol iets. Bovendien is het mijn trouwe lezer allang duidelijk dat mijn hartslag het ritme van de branding heeft aangenomen na al die jaren. Daarom nam ik de kans met beide handen aan om terug eens mee te gaan helpen op de RV Simon Stevin eind februari. Het schip lag rustig te dobberen in het rozige ochtendlicht aan de Oostendse kade dat reeds een klankbord was van mechanische klanken en toeroepingen van diverse bemanningsleden op de schepen rondom ons. De haven bruist. Voordat we aan de slag kunnen moet iedereen van de gelegenheidswetenschappers een presentielijst aftekenen. Het geeft ons een zeldzame blik in het domein van de kapitein en het commandocentrum dat tot zijn beschikking staat. Ik ben misschien wel een romanticus die naar een stuurrad verlangt maar hier is alles strak en modern om zo efficiënt mogelijk het werk uit te voeren, alles maar dan ook echt alles wordt hier door de computer bestuurd, van het navigeren en besturen van het schip zelf tot de kraan op het dek toe. Verschillende camera's houden het dek in de gaten. Daarna is het terug de smalle diepe trappen af en de hoge drempels over naar onze werkplaats op het achterdek waar een handig en robuust laboratorium op wetenschappers wacht. Dit schip is specifiek opgebouwd naar de vereisten en wensen van de verschillende wetenschappers die regelmatig op de Noordzee onderzoek uitvoeren, van biologen tot geologen en archeologen tot oceanische fysici toe. Het zorgde voor een veilige, comfortabele en gemakkelijk op te ruimen werkomgeving. Ondanks het sterk wisselvallige weer zijn Sarah en Rein er ook klaar voor! En dan wordt de eerste boomkor binnengehaald. Rein en ik hadden intussen de horizon zitten afspeuren en zagen al een paar vliegende alkachtigen aan de kustlijn van Zeebrugge voorbij flikkeren. In de eerste vangsten zat er zeer weinig maar onze volgende stops rond de Thorntonbank met het windmolenpark leverden veel meer op om uit te sorteren. Ook onder wetenschappers is er natuurlijk ruimte voor humor, zoals platvisonderzoeker en model Andreas en zijn collega en kledingsadviseur Kevin bewijzen ... Het is altijd leuk om die enorme mariene diversiteit waar te nemen op dat koude metalige tafelblad, zelfs binnen één soort zijn de verschillen vaak erg gevarieerd -denk maar aan de mens- en deze Gewone heremietkreeften (Pagurus bernhardus) zijn daar geen uitzondering op. Het zijn leuke beestjes, niet alleen omdat ze altijd in de groei zijn en vaak een groter huisje moeten "zoeken" en dat ze soms door vechten met een andere kunnen innemen, maar ook door de verschillende manieren waarop ze kunnen eten, ze zijn enorm flexibel. Ze kunnen plankton uit het water zeven in hun mond maar ook kunnen ze een slijmnet uit hun mond laten hangen om daarmee plankton te vangen. Daarnaast kunnen ze gewoon van de zeebodem plankton, aas en ander klein marien grut bijeen vegen met de borstels rond hun mond. Een werkelijk veelzijdig diertje. Meerdere tientallen van deze vissen moesten uit elkaar gehaald en gesorteerd worden per soort voor een biomassabepaling. De bovenste is Haring (Clupea harengus), herkenbaar aan de buikvin die parallel staat met de basis van de rugvin. Bij de onderste, Sprot (Sprattus sprattus), is de buikvin veel verder naar voor gezet. Ook zijn Sprotjes rapper verstijfd eens ze dood zijn. Tenslotte is het tellen geblazen en in de vershoudzakjes voor verder onderzoek op het ILVO. Tussendoor waren we zoet met de voorbijzwemmende Alken (Alca torda) en Zeekoeten (Uria aalge), de sierlijk duikende Jan-van-Genten (Morus bassanus) en de tientallen meeuwen die ons volgden, hopend op een gemakkelijke snack. De hemel begon nu ook op te klaren en het was een fijne frisse dag die de wangen rood blies en de ogen wakker maakte. Rond de Thorntonbank is er inmiddels een absoluut visverbod, behalve voor wetenschappelijk onderzoek, want dit kunstmatig rif in de Noordzee is nu een welkome paaiplaats voor diverse commercieel interessante soorten waar de larven rustig kunnen opgroeien in het kalme water terwijl de stenen zelf een ideale vasthechtingsplaats zijn voor al die koloniebeestjes zoals mosselen en anemonen. Tenslotte is het weer tijd om de laatste en grootste vangst te sorteren en inmiddels terug naar de veilige haven weer te keren... Het is met een voldaan gevoel als wij toekijken hoe de kooi met al het materiaal en de vangst van de dag overgeladen wordt op de vrachtwagen terwijl de late februarizon de zeegeur nog indringender maakt. Weer een legostukje erbij aan het grote mariene verhaal waar ook jij en ik deel van blijven uitmaken.
Jacques Yves Cousteau
donderdag 7 november 2013
Op de Simon Stevin
Raconte-moi la merHet is een vroege morgen in Oostende, de milde septembertemperaturen klimmen rustig omhoog terwijl het water aan de kaden klotst en slaat. De RV Simon Stevin dobbert rustig op zijn aanlegplaats, bijna klaar voor weer een werkdag op de grillige Noordzee. Sarah en ik zijn vandaag vrijwilligers in een doctoraatsonderzoek van het ILVO omtrent de populatiestructuur en migratie van de commercieel erg belangrijke platvissen in de Noordzee (Tong, Tongschar, Pladijs en Schar). Andreas en Kevin, de twee doctorandi, en de bemanning van de Simon Stevin zijn de hele dag in de weer met de boomkor en planktonstaalnames. Met de boomkor worden de vissen zelf gevangen, opgemeten en geteld. Met de planktonstalen worden de eitjes van platvissen eruit gezeefd. Beide monsteringstechnieken werden over de hele breedte van de Noordzee van Nieuwpoort tot De Panne uitgevoerd. De vangsten van de boomkor dienden nadien uitgesorteerd te worden en daar was het dat Sarah en ik actief werden ingezet samen met thesisstudent Jasper die toch moest geduld oefenen vooraleer hij op de locatie kwam voor zijn staalnames van de benthos (bodemfauna). Hij gaat deze opkweken in het labo om invloed van de verzuring van het water (door CO2) na te gaan op de respiratie van nematoden die in de bodem leven. Met de boomkor, het klassieke vangtuig van de visserij, sleept het net over de bodem. Behoorlijk verwoestend en er worden volop alternatieven ontwikkeld maar deze zijn nog niet commercieel inzetbaar. Het resultaat zie je onder andere in de enorme aantallen aan bijvoorbeeld Strandkrabben (Carcinus maenas) en Gewone zwemkrab (Liocarcinus holsatus) die gevangen worden. Een standaard protocol is om 1/3e van de vangst van de boomkor opzij te houden om dichtheden te schatten. In één zo'n derde deel telden we tot meer dan 200 krabben ... Heel schattig zijn de Atlantische dwerginktvisjes (Sepiola atlantica), deze soort wordt tussen de twee en vijf centimeter groot en komt over heel het Atlantische gebied van IJsland tot Marokko voor. Een voorbeeldje van een overvolle mand vers uit de boomkor, merk ook de vele schelpen op en de slangsterren (Ophiura ophiura) die in sommige vangsten de hele mand domineerden. Ook werd er af en toe een zeldzaamheid gevangen zoals deze Zwarte grondel (Gobius niger). Deze soort, die voornamelijk in de Atlantische oceaan voorkomt, staat als gevoelig op de Nederlandse rode lijst. En dan zie ik voor het eerst ook eens een Kabeljauw (Gadus morhua), waar de IJslandvaarders van weleer hun dagen en nachten, hun leven en gezin aan gaven in de eindeloze drang voor het bestaan. We worden even uit onze routine gehaald door de snelle wieken van de Seaking, een Westland Sea King Mk.48, die ingezet wordt door onze luchtmacht, het 40e squadron, voor zoek- en reddingsacties (SAR) op zee en het bijstaan van vaartuigen in nood. De bemanning van de Seaking kwam een oefening doen op de Simon Stevin. Maar ook wij zorgden zelf voor spektakel, daar heb je alleen maar enkele vastzittende emmers voor nodig ... Een Harnasmannetje (Agonus cataphractus), een schorpioenvisachtige, weet niet goed wat hij van die rare biologen moet denken ... Moeders mooiste is het misschien niet maar schoonheid ligt dan ook in de ogen van de toeschouwer, ik vond deze Zeedonderpad (Myoxocephalus scorpius) toch wel iets hebben... Het rustige kabbelen van de onnatuurlijk kalme Noordzee blijft de hele dag voortduren en ik word er maar weer eens aan herinnerd dat niets zo grillig en onvoorspelbaar kan zijn als de zee. Al mijn uitvaarten op de Noordzee verliepen telkens heel anders ! De leuke waarnemingen blijven zich opstapelen zoals deze Pijlinktvis (Loligo sp.). Het zijn visuele predatoren die bij het jagen met hun ogen een prooi uitkiezen in een school vissen, zichzelf katapulteren in het water en de gekozen vis uit de school grijpen. Ze kunnen ook hun kleuren aanpassen naargelang de omstandigheden en gebruiken dit als camouflage of communicatie. Pladijs (Pleuronectes platessa) links, te herkennen aan de vlekken en gladde huid bij aanraking, en Tong (Solea solea) rechts, te herkennen aan onder andere het "droevige mondje" en de meer rechthoekige vorm. En we bleven sorteren, sorteren en sorteren ... Zo tussendoor, als het schip onderweg was naar de volgende "sampling location", was er de tijd om uit te kijken op de zee, af en toe Bruinvissen (Phocoena phocoena) te spotten en detailfoto's te nemen van de nieuwste aanwinst voor de Belgische mariene wetenschappers. De RV Simon Stevin is de opvolger van RV Zeeleeuw, op welke ik voer met de mariene ecologie-excursie in 2012, en is in dienst sinds 25 mei 2012. Ze is het product van vijf jaar van afstemming op de diverse wetenschappelijke vereisten en de samenwerking tussen DAB, de Vlaamse rederij, en het VLIZ, de verantwoordelijke voor het wetenschappelijk programma van het schip. Met een lengte van 36 meter, breedte van 9,4 meter en een diepgang van 3,5 meter is ze uiterst geschikt als werkplatform. Ze heeft zelfs een elektromotor dat aangedreven wordt met een dieselgenerator zodat ze "stil" kan varen voor acoustische metingen. Stilaan ging de lange dag voorbij en begon de lucht te kleuren door de avond. De taak zat erop en het schip keerde terug naar de veilige haven in Oostende, we passeerden de diverse kustgemeenten zoals Middelkerke. De route die we die dag afgelegd hadden konden we steeds volgen op deze computer. Het is ook hier dat de onderzoekers precies de locatie en omstandigheden kunnen noteren en hun vangsten kunnen timen. Het resultaat was er ook naar, heel wat benthosstalen en stalen van de boomkorvangsten voor biomassametingen werden met de kraan op de kade gelost. Terwijl de septemberzon Oostende een goedenacht kust, gingen Sarah en ik aan wal, op zoek naar een restaurantje om onze knorrende magen te stillen na een dergelijke interessante dag. Marien onderzoek maakt hongerig, dat is alvast een vaststelling !
Dis-moi le goût des algues
Et le bleu et le vert
Qui dansent sur les vagues
Raconte-moi la mer - Jean Ferat
maandag 17 juni 2013
Habitat van een vogelringer
Enfants enfants, la terre est rondeJean Ferat zong het al, net zoals Louis Neefs en Joni Mitchell reeds deden en vele anderen hun navolgden. Zoals zovele andere dier- en plantengroepen zijn ook onze gevederde vrienden, de vogels, sterk in achteruitgang sinds de jaren '70. Zo dreigen we de Strandplevier (Charadrius alexandrinus), de Kuifleeuwerik (Galerida cristata) en de Tapuit (Oenanthe oenanthe), die vorig jaar (2012) geen enkel broedgeval liet optekenen, als Vlaamse broedvogels te verliezen en zijn andere soorten, voornamelijk de akkersoorten en weidevogels zoals Veldleeuwerik (Alauda arvensis), Grauwe gors (Emberiza calandra), Geelgors (Emberiza citrinella) en Kievit (Vanellus vanellus) sterk in aantal aan het afnemen, soms tot 80% van het aantal vogels dat in de jaren '70 geschat werd door habitatsverliezen en andere factoren zoals bijvoorbeeld insecticiden. Dramatisch. Om deze achteruitgang te begrijpen en uiteindelijk tegen te gaan moeten we ook de trek- en broedverplaatsingen begrijpen van de vogels in ons land. Al enkele decennia zijn de vogelringers, in België gecoördineerd door het KBIN, in dit verhaal van het grootste belang. Hun gegevens zorgen voor een grote wetenschappelijk waardevolle databank over evoluties van soorten. Een van die lange monitoringsreeksen wordt verzorgd door mijn neef Johan die al meer dan vijfentwintig jaar actief is in ringwerk, onder andere op het plateau van Mollendaal. Dit jaar nodigde hij mij en enkele medestudenten uit om nog eens het ringwerk te komen bekijken, we beginnen bij hem thuis in het Noord-Hageland waar hij de mistnetten en het geluid opgezet heeft. Dit mannetje Zwartkop (Sylvia atricapilla) wordt opgemeten, genoteerd en weer vrijgelaten. Een speciale vangst was deze nog ongeringde Gaai (Garrulus glandarius) die behoorlijk venijnig uit de hoek kwam. Johan's handen zijn bijna boeken door de verhalen die ze vertellen met de littekens. Een van de dingen die een ringer moet doen is de leeftijd van een vogel inschatten, geslacht bepalen en ook naar het verloop van de rui in de vleugels te bekijken. Bij deze Tuinfluiter (Sylvia borin) was dit heel speciaal: men ziet de oude versleten veren in het midden van de vleugel en de nieuwe aan de buitenkant en binnenkant. Normaal begint een rui van het midden naar de randen toe, hier is het omgekeerd ! Een duidelijk voorbeeld van een onderbroken rui en de rare verschijnselen dat dit kan opleveren. Deze mannetjes Gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus) tonen het verschil tussen een volledig adulte vogel en een eerste kalenderjaar. Het zijn een prachtige leden van de vliegenvangers (Muscicapidae) en het zijn vogels die menselijke open bebouwing en open landbouwlandschappen nodig hebben met de nodige kleine landschappelijke elementen. Ook zij zijn licht achteruit gegaan en staan op de Vlaamse rode lijst als "kwetsbaar". De vleugellengte wordt opgemeten van een nog ongeringde Winterkoning (Troglodytes troglodytes) -ongeringd, een zeldzaam gegeven begin mei voor deze soort ! Eventjes poseren voor de macrolens en dan mag de Winterkoning terug met enkele snelle vleugelslagen de beschutting opzoeken van de struiken. Ook de lokale Kuifmees (Lophophanes cristatus) is een geweldig model ! Dankzij de mozaïek van naaldbomen, loofbomen, inheemse struiken en weiden kan mijn neef in zijn grote tuin een behoorlijk divers palet aan broedvogels onderhouden. De wachters van Johan, zijn twee Beagles, zorgen ervoor dat de vele katten van de buurt uit de tuin wegblijven van de kwetsbare vogels. Bij het ringen op het laatste moment voor het broedseizoen wordt ook opgelet voor de broedvlek -zo kan je ook geslachten bepalen-, dit Roodborstje (Erithacus rubecula) heeft er een en wordt direct vrij gelaten zonder ringgegevens te noteren zodat ze haar nest terug kan broeden. Deze broedvlek is fysiologisch een interessant gegeven: ieder broedseizoen verliest de broedende vogel veren op de buik en wordt de huid eronder extra doorbloed om zo meer warmte te genereren voor de eieren. Het wordt stilaan voormiddag en we trekken met Johan's Mazda BT50 de velden in, op zoek naar Tapuiten. Tapuiten zijn, zoals reeds gezegd, enorm achteruitgegaan in Vlaanderen zodat elke ringgegeven waardevol is en daarnaast zijn het ook de stiekeme favorieten van mijn neef. Het zijn mensenschuwe vogels die het liefst in open akkerland vertoeven, op zoek naar insecten in een waar woestijnklimaat. Om ze te ringen moeten ze eerst gevangen worden met klapvallen met als lokaas een goed spartelende meelworm. Dit hangt allemaal erg van geluk af ook: als de meelworm niet beweegt omdat hij geen zin heeft of omdat er te weinig zon of warmte is, hebben de Tapuiten er totaal geen aandacht voor. Het is bijna een sport in het ringwerk, net als de andere akkervogels. Helaas zou het ons vandaag niet lukken om er één te vangen. Er zijn al weinig Tapuiten op doortocht en het enige veldje waar ze met enkelen bijeen zitten - 6, dat verhoogt de vangkans -, proberen we twee keer vandaag. De eerste keer hebben ze geen interesse, de tweede keer zien we met de verrekijkers een Tapuit die lustig op de meelworm inhakt maar het gegromd gevloek van Johan begeleidt het maar niet toeklappen van de val. We zien de vogel gelukkig weghuppelen. Achteraf bleek dat de val reeds dichtgeklapt was zodat de Tapuit lustig de meelworm tussen de mazen kon lospikken en opeten. Geen ringdata vandaag ! Dan maar een foto die ik in 2009 trok op dezelfde route. Je ziet duidelijk de afgebleekte donkere veren door de hevige zonnestraling in hun leefgebieden. Het zijn zeer sierlijke vogels ! Andere vogels komen we natuurlijk ook tegen, helaas ook exoten zoals dit Fazantenvrouwtje (Phasianus colchicus). Uitgezet voor de jacht zijn het nu belangrijke concurrenten voor onze inheemse Patrijs (Perdix perdix) en eten ze onze inheemse reptielenfauna op zoals Hazelwormen (Anguis fragilis) en Levendbarende hagedissen (Zootoca vivipara). Bovendien worden ze, ondanks een verbod, nog steeds ongecontroleerd opgekweekt en uitgezet voor het jagersplezier. Een van de "stakkers van de akkers", een mannetje Geelgors overkijkt zijn territorium. De Veldleeuweriken, ook al zo fel afgenomen, trakteren ons gelukkig nog op hun mooie trillende zang hoog in de lucht. Andere leeuweriken zoeken hun eten bijeen tussen de ingezaaide gewassen. Een andere insectenliefhebber, een Witte kwikstaart (Motacilla alba), "kwikt" vrolijk en maakt snelle sprongetjes, ook hij is op jacht. Deze vogels voelen zich net zo goed thuis in een woonwijk als in de open velden. Heel anders is zijn familielid, de Gele kwikstaart (Motacilla flava), een typische akkerbewoner die je enkel in dat biotoop zal aantreffen. Deze vogel keek heel voorzichtig op naar de jeep met zijn bekje vol nestmateriaal. Bij het tapuitenveldje eindigen we onze dag met de vruchteloze tweede vangpoging. Een boer ploegt zijn akker om. Ook zij zijn belangrijk in het verhaal van de achteruitgang van onze akkervogels maar ook zij kunnen een belangrijke, doorslaggevende, rol spelen in de bescherming van deze prachtige exemplaren van onze biodiversiteit mits ze geholpen worden door een meegaande regering. Dat is in ons Vlaanderen en bij uitbreiding België helaas toekomstmuziek... Zolang de mens niet beseft dat je geld niet kan eten ... We hebben de boeren nodig in ons nieuw verhaal maar we moeten hen eerst bestaanszekerheid bieden vooraleer we hen natuurmaatregelen opleggen, anders blijft er tegenkanting ... Maar het is vijf voor twaalf, we moeten reageren zodat de kinderen van morgen nog de vogels zullen kunnen horen ...
Criez plus fort
Pour que se réveille le monde
S´il n´est pas mort
Pour les enfants des temps nouveaux
Restera-t-il un chant d´oiseau ?
Jean Ferrat - Restera-t-il un chant d'oiseau
Abonneren op:
Posts (Atom)

