"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud
Posts tonen met het label vegetatieopnames. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vegetatieopnames. Alle posts tonen

zaterdag 15 september 2012

Thesis in de PWN duinen

I want to be alone for a while
I want earth to breathe to me
I want the waves to grow loud
I want the sun to bleed down

Rise and shine - The Cardigans
Niet alleen in de Meijendel doe ik mijn thesis, maar ook in het PWN duingebied in Noord-Holland, tegen Castricum. Dit is één van die vreemde Hollandse ondernemingen, duingebieden zijn hier in handen van watermaatschappijen, hier in de PWN duinen moeten mensen een dagkaart betalen om van natuur te mogen genieten. Ze betalen wel mee aan het beheer op die wijze, maar betalen om te genieten van natuur ? In onze kleine landjes ? Ik heb er zo mijn bedenkingen bij. Zeker als het gebied in kwestie niet in beheer is door een vrijwillige natuurorganisatie maar een goed verdienend bedrijf dat subsidies krijgt.

Maar goed, dankzij mijn vergunning kan ik zonder zorgen van het gebied genieten en mijn thesiswerk uitvoeren. De uitleg gaf ik al eerder in een vorige blog, ik kan mij nu dus beperken tot een fotografische impressie van dit toch wel mooie gebied. Één van die enkele gebieden in de Lage landen waar de aarde nog ademt.
Ook hier zijn infiltratiebekkens die van grote waarde zijn voor talrijke kolonies Aalscholvers (Phalacrocorax carbo).
Ruimte...
Koud en verfrissend, mijn geliefde Noordzee.
Gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria), een vrij algemene plant op kalkrijke bermen; hier stond de plant langs het fietspad.
Een van die typische duinplantjes is het Duinviooltje (Viola curtisii) dat teer en verlegen zich aan de toeschouwer toont. Het is een plant die voedselarme duingronden prefereert en zich daar nestelt waar de konijnen de grond omwoelen en bemesten. Het is ook een van de waardplanten voor de Duinparelmoer- (Argynnis niobe) en Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia). Ik zag vele parelmoervlinders vliegen maar ik was te druk bezig met mijn veldwerk dat ik ze niet op naam kon brengen, spijtig !
En weer strekt de ruimte zich om mij heen, om even in te dwalen, eventjes mezelf in een roman te wanen.
Een van de indrukwekkendste planten zijn deze vertegenwoordigers van de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae), op dit plaatje poseert een Koningskaars (Verbascum thapsus) terwijl hij de blauwe hemel torst.
Klein kruiskruid (Senecio vulgaris), hier zeer algemeen, geniet van de julizon.
Toch ben ik in dit gebied veel sneller klaar dan in de Meijendel, mede omdat de satellietpixels die ik moet bemonsteren hier veel dichter bij elkaar liggen.
In de late namiddag ben ik terug op mijn camping, een zeer gezellige boerderijcamping (daar hou ik toch meer van dan die toeristische, drukke en dure duincampings). Ik sta op Ormsby field in Castricum en hier kweken en melken ze melkkoeien, hun melk wordt gebruikt voor de Noord-Hollandse kaas die hier niet te vinden is. Alles wordt namelijk geëxporteerd. Een beetje spijtig, maar met de terugkomst van het belang van streekproducten kan dit ooit wel eens veranderen ? De boer en boerin hopen het ook. Zij zijn ook van de mening dat hun kaas hier te koop zou mogen zijn.
Producttrots is er niet vreemd aan. Zeker als er ieder jaar zovele kampeerders genieten van de rust en de weiden, zij mogen een kijkje nemen in de stal, wanneer ze willen. Daar staat deze oude rakker, een Massey-Ferguson 565. Dit type werd tussen 1977 en 1982 geproduceerd en heeft een robuuste viercylinder 3.9l Perkins dieselmotor.
Terwijl de Boerenzwaluwen (Hirundo rustica) boven mijn hoofd onophoudelijk kwetteren en wegvliegen en de vele koeien loeien en hun zware hoeven op de planken laten weerklinken, geniet ik met mijn fototoestel een eind weg.
Dan valt de avond. Een volle maan toont zich in vol ornaat boven de weiden en het vliegtuiggeraas voor Schiphol. Maar de rust regeert. Ook in mijn busje, spoedig slaap ik in. Blij dat het eerste werk erop zit. Minder blij dat ik dit mooie gebied zo snel moet verlaten maar spoedig keer ik terug. Spoedig.

zondag 2 september 2012

Thesis in de Meijendel

“Choose a job you love and you will never work a day in your life.”
Confucius
Confucius was een slimme vent, dat merk ik nu weer eens. Ik dacht eraan de eerste dag toen ik op verkenning ging in mijn eerste duingebied in Nederland : de Meijendel dat tussen Scheveningen en Katwijk ligt. Het is een gigantisch groot (2000ha !) duin- en waterwinningsgebied. Het wordt dan ook uitgebaat en beheerd door watermaatschappij Dunea.

Wat doe ik zo plompverloren hier op de duingraslanden die zich kilometers naar de zee strekken ? Plompverloren ? Ah ! Nee hoor ! Ik ben namelijk gestart met mijn thesisonderwerp (en dus mijn eindwerk) : "Is seasonal variation in plant trait composition reflected in remote sensing derived variation in biomass production?"

Om het in gewoner mensentaal uit te drukken : ik doe veldwerk en analyses op vegetatie-kenmerken zoals bijvoorbeeld bladoppervlakte, levensduur van een plant etcetera die bijdragen aan algemene effecten zoals bijvoorbeeld droogteresistentie of biomassaproductie. Droogteresistentie of biomassaproductie valt in diverse gradaties onder te verdelen en meerdere soorten planten kunnen één graad van droogteresistentie of biomassaproductie delen. Dit staat bekend als een "functional group". "Trait diversity" is dus de kenmerkendiversiteit ofwel de diversiteit aan gradaties van diverse kenmerken binnen een gebied. Dit is dus tegelijkertijd een enger en toch ruimer begrip dan biodiversiteit : de diversiteit aan soorten. Trait diversity is enger want meerdere soorten kunnen onder één trait vallen en toch ook ruimer want ook binnen één soort kunnen traits verschillen naar gelang standplaats, aanpassing en leeftijd.

Trait diversity is ook, door de link met kenmerken, sterk gecorreleerd met de stabiliteit van een ecosysteem. Inmiddels : hoe meer gradaties van droogteresistentie of biomassaproductie (gebruik van bronnen zoals nutriënten, licht, ...) er bestaan in de vegetatie, hoe waarschijnlijker dat de vegetatie droogteverschillen en andere stress overleeft en dus dat het ecosysteem blijft functioneren (vasthouden van bodem, beschutting en voedsel voor dieren, ...). We spreken voor de veiligheid van biodiversiteit, ook al zou je in principe maar 1 soort nodig hebben per gradatie. Dus spreken we van biodiversiteit dat een invloed heeft op stabiliteit van habitats omdat je nooit kan voorspellen wat de grens is voordat het systeem ineen stort. Ook is dit een beveiliging voor "catastrofes", stel dat je die ene soort door een ongeluk ook nog zou verliezen in het systeem is alles verloren.

Het doctoraatsonderzoek (door Nils van Rooijen onder supervisie van prof. Schaminée en prof. Honnay) binnen de universiteiten van Nijmegen (NL) en Leuven (B) handelt precies over trait diversity en diens rol binnen het functioneren en stabiliseren van een ecosysteem, in het onderzoek duingraslanden en arme bossen. Mijn thesis is een luik binnen dat onderzoek en gaat vooral over het nagaan van hoe seizoenale verschillen in trait diversity het ecosysteem beïnvloeden, in mijn geval beschouw ik dat via de biomassaproductie. Daarom neem ik vegetatieopnames binnen satellietpixels van 250 op 250m. Waarom satelliet ? Met satellietgegevens hebben we een prachtige databank van stabiliteitsgegevens zoals de levensspan van planten en biomassaproductie. Als de biomassaproductie bijvoorbeeld ineen stuikt weten we dat er iets goed mis loopt, is dat dan gelinkt aan het sterk afnemen van trait diversity of niet ? Ik bekijk dit dus over één seizoen (juli en september). Dit zal later ook in het doctoraatsonderzoek uitgebreid worden over de jaren heen. Satellietgegevens zijn beschikbaar sinds 1995 en vegetatieopnames in mijn duingebieden werden al gedaan sinds 1932.

Kortom : het is een erg spannend en nieuw onderzoek en het is ook voor het eerst dat er op zo'n grote schaal "remote sensing", namelijk satellietgegevens, gebruikt worden om causale correlaties te vinden met trait diversity. Ik ben benieuwd wat eruit zal komen !

Maar nu is het nog het gewone ruwe veldwerk. En kon ik u een impressie ervan weerhouden ? Nee hoor !
Eerst maar eens verkennen geblazen op mijn fiets, de zee zou ik de komende dagen niet meer zien, zo uitgestrekt zijn deze duinen en zó anders dan onze Vlaamse situatie ... Het was om er nederig van te worden.
Achter mijn camping, camping Maaldrift in Wassenaar, riepen de Kieviten (Vanellus vanellus) en lag het Valkenburgse meer met een smalspoorlijn. Deze locomotief is daar een stille mechanische getuige van.

Rust.
De typische polders herbergden in deze natte juli-weken weinig schokkend vogelleven maar een Blauwe reiger (Ardea cinerea) zien jagen blijft toch fascinerend.
En dan was het werken geblazen. Het kostte me soms vrij veel tijd en zeer veel schrammen op mijn benen en voeten. Ja mijn voeten, want de eerste dagen was ik mijn wandelschoenen vergeten en had ik enkel sandalen mee zodat ik extra kon genieten van de Duindoorn (Hippophae rhamnoides) en andere stekelige verrassingen maar als ik dan daar rustig en alleen, met de Heukel's flora, in de stilte en windgeruis zat ... dan was dat allemaal even vergeten.
Vooral als dan de natuur mij ook eventjes vergat, zoals deze Reebok (Capreolus capreolus) die mij tot op een acht meter in het hoge gras benaderde.
Deze duinen worden begraasd door welwillende ruige Galloway koeien en door paarden. Deze Welriekende salomonszegel (Polygonatum odoratum) draagt er de sporen van.
In de hoge duinpannes zou je vergeten dat dit gebied eigenlijk erg waterrijk is, gefilterd door het zand is het grondwater hier van uitstekende kwaliteit voor drinkwater. Het gebied, zoals zovele andere duingebieden in Europa, werd bijna leeggezogen omdat men meer onttrok dan wat de neerslag kon aanvullen, zodat de zoute invloed van de zee vrij spel kreeg. Om dit tegen te gaan laat men gezuiverd afval- en rivierwater infiltreren zodat de duinen dit kunnen zuiveren en zo sluit men de cyclus.
Rupsen van de Sint-Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) genieten van een vegetarisch buffet dat dit Klein kruiskruid (Senecio vulgaris) biedt.
Door slecht weer moest ik het gebied even uit maar ik vervolledigde mijn veldwerk door telkens een daguitstap te doen als het weer meezat. Dat deed het zeker op deze foto ...
Ook al kan slecht weer mij niet veel schelen, natte determinatiegidsen en notitieboeken zijn niet leuk, en geef toe, Grote tijm (Thymus pulegioides) schittert des te meer in zonnestralen.
Bovendien zag ik nu ook veel meer insecten zoals dit vrouwtje Watersnuffel (Enallagma cyathigerum).
Verrassingen waren er ook vaker dan ik durfde hopen zoals dit zeer zeldzame Kleine steentijm (Clinopodium acinos) in één van mijn opnames.
Een Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas) en een Blauwvleugelsprinkhaan (Oedipoda caerulescens) genoten van de zon, keken toe en zagen dat het goed was.
En dat is net wat Roel (Homo sapiens) ook deed ...
Die landschappen ... om te zoenen.
Ook Leonie hielp een dag mee en haar scherpe blik leverde mij een van mijn doelsoorten van de zomer op :
Jawel, een Rugstreeppad (Epidalea calamita), mijn tweede waarneming nog maar sinds Texel. Helaas bleef dit beestje niet zolang braaf zitten maar ik was toch gelukkig.
Met deze Pilzegge (Carex pilulifera) en Strandduizendguldenkruid (Centaurium littorale) sluit ik deze impressie af, maar verwacht nog meer naarmate het veldwerk vordert !

zaterdag 23 juni 2012

Vegetatieopnames in Langerodebos

"You can know the name of a bird in all the languages of the world, but when you're finished, you'll know absolutely nothing whatever about the bird...
So let's look at the bird and see what it's doing -- that's what counts. I learned very early the difference between knowing the name of something and knowing something."

Richard Feynman
Deze quote drukt perfect uit waar de huidige biologie voor staat. Veel mensen denken nog dat wij enkel planten en beestjes een naam geven en opkomen voor het Amazonewoud omdat er zoveel planten en beestjes in voorkomen. Toch zien zij maar een schijntje van wat biologie echt inhoudt. Biologie zijn de processen die de soortensamenstelling en de natuur die wij zien maken tot wat ze zijn en die de stabiliteit van onze wereld waarborgen. Biologie is ecologie, geologie, fysica, chemie en geografie -invloed van de mens- in één gigantisch geheel. Een geheel dat wij pas de laatste twaalf decennia beginnen te begrijpen. Er is nog heel wat werk aan de winkel.

Een van die processen is vegetatievorming. Hoe komt het dat bepaalde planten staan waar ze staan ? Hoe komen ze er ? Gaan ze blijven of worden ze weggeconcureerd ? Deze vragen stonden achter het practicum van de vegetatieopname in het door de universiteit beheerde Langerodebos, een deel van het natuurreservaat de Doode Bemde. In het kader van het vak Terrestrische ecologie -dat rond deze vragen is opgebouwd- gaan wij een voormiddag het veld in om planten te determineren in random genomen opnames van 10x10 meter en om de bedekkingen (het aandeel oppervlakte dat ingenomen wordt) van elke plantensoort afzonderlijk te schatten.
Gert en Jonas meten het opnamevierkant op en bakenen de hoekgrenzen af met losse takken als paaltjes die gemarkeerd worden met onze jassen.
Er werd ook bijkomende data verzameld, onder andere met bodemboringen die gebruikt werden 1) om de dikte van het strooisellaag (A0 horizont) te bepalen, 2) om de diepte van de zomer- en winterwaterstanden te bepalen en 3) om de stalen in het labo te verwerken voor verdere bodemeigenschappen zoals pH (zuurtegraad), het aandeel organische stof en het watergehalte.
En toch, biologen zouden biologen niet zijn als ze niet heel blij als een kind zouden worden van een zeldzamer plantje zoals deze Muizenstaart (Myosurus minimus). Het is een soort die behoort tot de Ranunculaceae, waar de boterbloemen ook toe behoren, en is een soort die hier in de Dijlevallei vooral aangetroffen wordt op tredplaatsen van vee.
Hier is Simon bezig aan de pH-metingen van onze stalen in het plantkundig labo.
Een van onze statistische analyses levert een beeld op als deze : een Twinspan clustering van de opnamevierkanten voor alle vegetatieopnames van alle groepjes. Een Twinspan clustering houdt in zijn methode rekening met alle bijkomende data van de omgeving van de opnamevierkanten zodat je de soorten die erin voorkomen kan linken aan hun omgeving zoals bodem en waterbeschikbaarheid. Het is met onder andere met zo'n Twinspan dat je vegetatiegemeenschappen kan afbakenen en kan linken aan omgevingsvariabelen. Uit onze gegevens bleek vooral de eerste (rode) clustering de belangrijkste onderverdeling : vegetaties met een voorkeur voor voedselrijke bodems met een relatief lage buffercapaciteit (pH resistentie) en een ondiepe zomergrondwatertafel naast vegetaties met een voorkeur voor voedselarme bodems met een relatief hoge buffercapaciteit en een diepe zomergrondwatertafel (droogte in de zomer).

Het zijn zo'n dingen die dan verder kunnen worden gebruikt in onderzoek, bijvoorbeeld naar stabiliteit van ecosystemen -zoeken naar afwijkingen in deze analyses- en dergelijke. Heel interessant en het is onder andere met deze technieken dat ik zal moeten werken voor mijn thesis. Later meer daarover ! Ik wou mijn lezers al eens laten kennismaken met de technischere kant van mijn opleiding en hoe kon dat beter dan met een voor het grote publiek al wat aantrekkelijker beeld van de Twinspan ?