"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud
Posts tonen met het label Natuurpunt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Natuurpunt. Alle posts tonen

donderdag 25 september 2014

Spetteren in het Torfbroek

Happiness is not a station you arrive at, but a manner of traveling.

Margaret Lee Runbeck
De zomerzon op vochtige graslanden, wie kent het niet ? De julizon staat hoog aan de hemel en warmt het vochtige gras op, een zware, zoetige geur dringt de neusgaten binnen. De vogels zijn nu in hun broedtijd en zijn oorverdovend stil. Af en toe klapwiekt een duif weg tussen de boomtoppen maar het geluid wordt meestal verzorgd door de talrijke insecten en het "slobberen" van de schoenen in het drassige gras. Maar dan wordt de idylle even doorbroken door het geraas van een Airbus boven ons.
Voor de vliegtuigen zijn wij een onzichtbare pixel in het natuurreservaat 'Torfbroek' in Kampenhout, recht in een van de aanvliegroutes voor Zaventem. Het gebied is een restant van een uniek moeras, gevoed door zeer kalkrijk grondwater en vormt zo een unieke en kalkrijke uitwijkplaats voor vele planten die in Vlaanderen verder uitgestorven zijn. Na vijftig jaar van verwaarlozing en een gedeeltelijke bebouwing met een villawijk kwam de rest van het gebied in 1977 in het beheer bij Natuurpunt. Het motto van dit reservaat is "Er zijn heel wat mensenhanden nodig om het eruit te laten zien alsof het door geen mensenhand beroerd is": de vele dichtgroeiende hooilanden en verlandende moerassen moeten ieder jaar onderhouden en gemaaid worden om deze unieke situatie te beschermen.
Het herstel uit zich in prachtige populaties van orchideeënsoorten zoals de ranke verschijningen van bosorchis (Dactylorhiza fuchsii)...
Maar ook de stijlvolle, met rozige rode tinten afgelijnde en fier uitstralende geelwitte bloemen van de moeraswespenorchissen (Epipactis palustris) sieren de hooilanden... Het is onder andere deze soort die in Vlaanderen erg zeldzaam is omwille van haar voorkeur voor kalkrijke vochtige gronden. In duinvalleien kan men ze ook af en toe aantreffen.
Een groot dikkopje (Ochlodes sylvanus) kijkt even zijn ogen uit op die indringer van een macrolens.
Op een grote muggenorchis (Gymnadenia conopsea), terug een kalkindicator die men in Vlaanderen énkel in het Torfbroek en in de Voerstreek vindt, rust een koevinkje (Aphantopus hyperantus), een typische graslandvlinder, eventjes uit.
Maar een prachtige vondst was dit haast verstopte plantje in de hoge begroeiing: het is teer guichelheil (Anagallis tenella). Naast een echte tongbreker voor West-Vlamingen is het vooral een heel zeldzaam plantje dat hier zijn grootste dichtheden in Vlaanderen kent. Het is een plantje dat het moet hebben van vochtige, meestal vrij voedselarme gronden zoals vochtige hei, duinpannes en moerassige graslanden. Buiten België en Nederland wordt ze ook al eens op veengronden aangetroffen: haar Engelse naam is zelfs "bog pimpernel".
Een andere zeldzaam plantje strekt zich voorzichtig uit in het hoge, bijna verstikkende gras: het is parnassia (Parnassia palustris), een soort die men vooral in de kustduinen weeral aantreft maar ook hier in het Torfbroek. Het is, net zoals de andere flora, een echte indicator van het oude en bijna onverstoorde karakter van het Torfbroek. Een oase temidden van de bebouwing. Om dit tijdsmachinebeeld te behouden werkt men samen met de toekomst: de lokale scholen komen jaarlijks met hun leerlingen mee helpen in het beheer van het reservaat.
Het zo intacte aanblik van dit gebiedje zorgt ervoor dat ik in juli er twee keer een bezoekje aan breng. Eerst met Maxime en Simon om de laatste rietorchissen (Dactylorhiza majalis subsp. praetermissa), de uitbundig bloeiende bosorchissen en de hoogtij van de moeraswespenorchissen mee te maken, twee weken later met Reinhardt en Lore om dan de vegetatie al stilletjes te zien veranderen -het kan heel snel gaan, dat zag ik ook al in mijn thesis- met de plots overal opgedoken grote muggenorchissen en de stilaan in de bloei komende parnassia. Het is Lore die deze penseelkever (Trichius fasciatus) spotte en fotografeerde. Er zijn meerdere soorten die 'penseelkever' genoemd worden maar dit is wellicht T. fasciatus omwille van de doorlopende zwarte band op de voorste dekschilden tegen het borststuk. Indien deze niet aanwezig is, zou het T. zonatus zijn. Maar helaas is zekerheid enkel door microscopisch onderzoek van de genitalieën mogelijk.

Het beestje is niet zo zeldzaam maar het vormde met zijn ingetogen schoonheid en vooral met zijn voortdurende smullen van de nectar een passende afsluiter in een pareltje van een natuurreservaat op slechts enkele kilometers van de steeds broeiende en uitdijende hoofdstad. Een ongelooflijke instandhouding gaat hier hand in hand met rust en toekomst. Het roept altijd een beetje geluk op. En dat, dat is de manier waarop je door de woelige wateren van onze hectische maatschappij met schreeuwende media en onrustige politiek moet navigeren.

dinsdag 20 augustus 2013

Op vuurvlinderpad

Pen and Camera are weapons against oblivion, they can raise awareness for that which may soon be lost forever.

Dr. George Schaller - Wildlife Conservationist
Het is een bewolkte zondagvoormiddag. Na enkele weken zien we nog eens grijze wolken. Maar die onafgebroken hete dagen zorgden er wel voor dat de natuur, ondanks haar ultralate start na de winter, haar beste beentje voorzet om de schade in te halen. Her en der duiken de zeldzame vlinders op en zelfs enkele nieuwe waarnemingen voor Vlaanderen. Maar wat heeft dat nu te maken met die grote groep, met vlindernetjes en camera's bewapend, die hier verzameld waren in Begijnendijk ? Het zijn vooral Natuurpunters en biologen die hier in een kring rond organisator Ilf Jacobs staan. Hij neemt ons snel mee naar een graslandje in beheer.
Het doel was wetenschappelijk. Begijnendijk en omliggende gemeenten zijn namelijk de enige plaats waar in Vlaanderen de eens uitgestorven gewaande Bruine vuurvlinder (Lycaena tityrus) nog voorkomt. Nadat de soort in 2008 herontdekt werd, begon er direct een monitoringsproject bij Natuurpunt Studie om deze populatie op te volgen en om aanbevelingen te kunnen doen om deze populatie te versterken voor de toekomst, dit vooral in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos dat hier veel terreinen beheert. Het graslandje waar Ilf ons eerst mee naartoe neemt is zo'n beheerd stukje waar men bij het maaien randen laat staan zodat de vlinders -en andere insecten- nog voldoende nectar kunnen vinden om zich te voeden en zo langer de tijd krijgen om zich voort te planten.
Mijn oudste en trouwste lezers zullen zich mogelijk nog herinneren dat ik in 2010 aan een gelijkaardige monitoring deelnam met succes. Toen konden we enkele nieuwe percelen toevoegen aan reeds bekende gebieden. Ook toen was dit graslandje een hotspot voor de soort. We vinden er al snel enkele exemplaren zodat we een zoekbeeld konden ontwikkelen. Het blijft een mooi en verrassend teer vlindertje.
Niet alleen de vlinders doen het dit jaar goed, ik zag nog nooit zoveel Tijgerspinnen (Argiope bruennichi) in Vlaanderen als deze zomer. Ook deze soort rukt al bijna een eeuw stilaan op vanuit het zuiden. Ze komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied, maar heeft zich verspreid naar het noorden tot in Noorwegen en komt tegenwoordig ook in grote delen van Europa voor. Zelfs het eiland Groot-Brittannië werd gekoloniseerd, de spin wordt er sinds de jaren twintig aangetroffen.
Lore amuseert zich rot met mijn macrolens die ze eventjes leent. Inmiddels heeft ze er zelf ook een aangeschaft. De aanblik die zo'n macrolens biedt op de kleine dingen die het leven rondom ons uitmaken is dan ook verslavend genoeg.
Determineerders en veldkennis waren volop aanwezig. Niet alleen in de Lepidoptera maar ook in andere families zoals Roel en Ilf hier gretig demonstreerden.
Ook de jeugd deed leergierig mee !
Dan werd het tijd om ons op te splitsen om andere gebieden te inventariseren, wij gingen onder leiding van Koen Berwaerts naar de Papendel. Het laaggelegen en natte gebied telt vele hooilanden en is in beheer bij Natuurpunt. De naam "papen" doet vermoeden dat het ooit eigendom was van de kerk of van een kloosterorde en dankzij het natte karakter is het gebied nooit voor iets anders gebruikt kunnen worden, hetgeen ervoor zorgde dat de natuur stand kon houden. We zochten systematisch het hoge gras door op zoek naar de elusieve Bruine vuurvlinders.
Dat dit oude hooilanden zijn zag je in de vegetatie, de talrijk aanwezige Ratelaar (Rhinanthus sp.) was net in de zaadzetting gekomen. Dit is een plant dat parasiteert op graswortels en die natte gebieden en geregelde overstromingen nodig heeft voor de zaadkieming en om zijn verspreiding over het grasland te waarborgen.
We vonden in de korte tijd dat we konden meehelpen -tot de middag- helaas geen Bruine vuurvlinders, maar wel grote aantallen van andere soorten zoals dit Landkaartje (Araschnia levana).
Op de vele witte composieten genoten vooral bijen en zweefvliegen van hun maaltje van de dag.
Dan viel Lore haar oog op een bijzondere lichtgekleurde verschijning die zich half verschool in de zee van vochtige grassprietjes: een Eikenpage (Favonius quercus). Helaas kreeg ik de kenmerkende korte oranje band aan de ondervleugel niet goed op de foto maar de dag was voor mij direct nog meer geslaagd dan dat het al was ! Het is een vlindersoort die door de verborgen, zeer hoog vliegende levenswijze zeer gemakkelijk over het hoofd kan worden gezien, ik had ze zelf nog nooit gevonden ondanks haar vrij algemeen voorkomen in Vlaanderen. Ze vliegt meestal hoog in de toppen waar ze zich voedt met honingdauw, het goedje dat bladluizen afscheiden.
Lore en ik moesten hierna jammer genoeg doorgaan voor een verjaardagsfeestje, de rest bleef doorzoeken. Ook andere locaties werden die dag afgezocht. Die paar korte uren in het Hageland hebben daarentegen ons wel mooie beelden en toffe soorten bezorgd ondanks het uitblijven van de soort in de Papendel die voormiddag. Zo eventjes over de regiogrenzen kijken is altijd leerzaam. En ook voor lokale besturen is een zeldzame soort soms "big business" voor het toerisme: de gemeente Begijnendijk weet dat maar al te goed ! Van deze aanpak kan men in de rest van Vlaanderen nog iets leren.

vrijdag 16 augustus 2013

Aan d'oevers van de Dijle

Geel omhuld
d'oevers verguld
hoog een gierzwaluw
in lommerd der eik
ik, koning te rijk
aan d'oevers van de Dijle

Een verre koe mompelt
in verte zomers onweer
dat over velden rommelt
het gras herleeft weer
en wuivend het herboren riet
een avondstond onder de es vervliet
aan d'oevers van de Dijle

Een grote gele kwikstaart
jaagt in volle vaart
de wateren af, vergezelt
het koeren der duiven op 't veld
Licht golvend meanderend,
landschap's creaties veranderend
aan d'oevers van de Dijle

Rondom het dorp krioelen
statige kieviten, wijl de boeren
vlijtig de leemgronden omwoelen
en de wolken hoog mij weg voeren
aan d'oevers van de Dijle

VAG (2008) - Aan d'oevers van de Dijle
Net zoals vorig jaar werd er in het Leuvense terug een Big Jump georganiseerd. Een manifestatie om aandacht te vragen voor proper water in onze contreien, iets waar Vlaanderen sterk achterloopt op de rest van Europa. Met dank aan de politiekers die daadkracht missen. Het thema blijft actueler dan ooit, ook al wordt inmiddels 80% van ons water gezuiverd door Aquafin. Toch is er nog een lange weg te gaan inzake het nitraatprobleem, industriële lozingen en eutrofiëring. Ook ik was dit jaar opnieuw een van de vele duizenden die in Europa in het wilde water sprongen met de hoop ooit terug rivieren te zien zoals onze overgrootouders nog hebben gezien, helder en vol leven.
Dit jaar droeg ik zelfs meer bij dan alleen mijn sprong en bijhorende politieke oproep. Dit jaar werkte ik mee aan de organisatie door vervoer te voorzien, mijn trouw busje, voor het materiaal van de standjes. Niet alleen voor Aquafin, de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud vzw, Natuurpunt Leuven en de KU Leuven maar ook voor de Natuurstudiegroep Dijleland vzw waar ik in meedraai als bestuurslid en redacteur.
Als de tenten eenmaal opgezet waren konden de spandoeken de aandacht trekken. Binnen een uurtje zou het volk toestromen. De meesten in zwempak want de meteorologische goden werkten mee door ons een zeer warme namiddag te bezorgen. Het had ook al lang niet meer geregend en de Dijle stond lager dan vorig jaar en was haast helder. Het evenement ging door vlakbij de campus op de Celestijnenlaan in Heverlee, op zo'n kilometer van de Leuvense ring af.
De brandweer van Leuven deed nog een laatste kwaliteitstest en ze checkten meteen de veiligheidsvoorzieningen. De Dijle blijft tenslotte een rivier met soms een vrij sterke stroming. Onder de brug wordt dan ook een touw gespannen en nemen vrijwilligers een post in, klaar om driftende drijvers op te vangen. Dat zou vandaag niet nodig blijken, de Dijle was veel minder krachtig dan vorig jaar. Ze was wel om een of andere rare reden kouder dan vorig jaar, mijn theorie is dat dit komt omdat er veel minder slib in was opgelost. Of dat klopt weet ik niet.
Kris, onze voorzitter en ik waren aanwezig voor de Natuurstudiegroep Dijleland. Wij zijn een groep van vrijwilligers die aan natuurstudie doen in onze regio: denk bijvoorbeeld aan de Vuursalamanders die ik reeds 5 jaar monitor in Meerdaalwoud maar ook hamsterinventarisaties, watervogeltellingen, insectenexcursies en dergelijke behoren tot onze activiteiten. Wij zijn actief in de hele Dijlevallei ten zuiden van Leuven, waar de Dijle nog vrij meandert en de regio een zeer hoge landschappelijke diversiteit kent. Om mensen hiermee kennis te laten maken hebben we dit jaar ook een extra uitgave : het Dijleland op zijn mooist. Een bundel van de mooiste natuurgebieden in onze regio, compleet met wat een nieuwsgierige ontdekker er zoal kan aantreffen en vergezeld van vele mooie foto's van lokale fotografen. Dit kadert in de promotie van ons tijdschrift "De Boomklever" dat deze regionale natuurstudie vier keer per jaar bundelt in een populair-wetenschappelijke stijl. Voor de nieuwsgierigen, meer info kan je hier vinden : De Boomklever.
De KU Leuven stand, bemand door biologen waaronder Jan, Martijn en professor Volckaert, mijn trouwe lezers intussen bekend, had eveneens veel succes. Zij hadden, net als vorig jaar, een steekproef genomen in de Dijle en een zijbeekje en toonden de diversiteit die ze vonden. De Dijle is terug een van de mooiste en levendigste rivieren van Vlaanderen geworden met inmiddels terug meer dan twintig soorten vis. Ondertussen is ze ook een belangrijke "snelweg" voor andere dieren zoals de Bever (Castor fiber) en de Weidebeek- en Bosbeekjuffer (Calopteryx splendens/virgo).
Helaas ontsnapt de Dijle niet aan de dreiging van exoten, niet alleen botanisch zoals Reuzebalsemien (Impatiens glanduliflora) maar ook faunatisch zoals deze Blauwbandgrondel (Pseudorasbora parva). Deze werd prompt Frans-Boudewijn van Genechten gedoopt en is nu het huisdiertje van Jan, want exoten terug vrijlaten, dat doen we niet!
Gelukkig zijn er ook diverse inheemse soorten in de Dijle aan te treffen zoals dit Bermpje (Barbatula barbatula), een inheemse bodemvis dat het moet hebben van zanderige bodems en in oeverzones van rivieren en in kleine, ondiepe stroompjes voorkomt.
De klassieker die je in bijna elke Vlaamse waterloop, zoet, zout of brak, kan aantreffen is het Driedoornige stekelbaarsje (Gasterosteus aculeatus).
En dan werd het tijd voor de verfrissende duik om 15 uur stipt ! Een voor een springen we van de kleine steiger af zoals Kiki hier demonstreert.
Het water is zelfs meer dan verfrissend, laat ons zeggen dat het de mensen wakker houdt maar niemand laat het aan zijn hart komen. De vrijheid om in een rivier te springen die men zo goed kent is belonend genoeg.
Een lange wachtrij ontstond aan de ladder. Ook professor Volckaert sprong maar al te graag mee dit jaar en terwijl Jonas een bever nadoet denkt Marjo aan manieren om warm te blijven, uiteindelijk bleek de beste remedie te zijn om tegen de stroming in te zwemmen...
De brug stond vol supporters waar het hoofd met het vele zilvergekleurd haar direct opviel, mijn opa Constant die het hele gebeuren erg amusant vond, amusant genoeg om het begin van de Tourrit te missen.
Ook de jongere generatie had veel plezier in de Dijle. Breng hen zo vroeg mogelijk liefde bij voor hun omgeving en onze toekomst ziet er weer iets rooskleuriger uit met elk kind dat enthousiast meedoet.
En dan komen de organisatoren er ook eens in, vergezeld door Piet De Becker, conservator van de Doode Bemde, die na al die jaren heel goed weet hoe zich als een vis in de Dijle te voelen.
Er waren mensen die er volop van profiteerden en met de bal speelden of elkaar goed nat spetterden. Geweldig om te zien hoe de Dijle vreugde kan brengen, van mij mag dit in de zomer terug een vaste gewoonte worden. Een mooi droombeeld.
Want vergeet niet hoe mooi het kan zijn, onze natuur ...
... want langs de Dijle lijkt het licht soms boterzacht te spelen met de Ruwe smeerwortel (Symphytum asperum). Soms lijkt het een sprookje. Het is aan ons om dat sprookje te bewaren voor de kinderen van onze kinderen. Elke dag weer.

vrijdag 12 juli 2013

Heggen en kalk

You don't see many hedges these days, and the hedges you do see
they're not that thorny, it's a shame, and when I say a hedge I'm not
talking about a row of twigs between two lines of rusty barbed wire, or
more likely just a big prairie where there were whole cities of hedges not
fifty years ago, a big desert more like, and I mean thick hedges, with
trees nearby for a bit of shade and a field not a road not too far off so
you can nip out for an insect or two when you or the youngsters feel like
a snack, a whole hedgerow system, as it says in the book, and seven out
of ten sparrows say the same, and that's an underestimate, we want a
place you can feel safe in again, we're social animals, we want our social
life back, and the sooner the better, because in a good hedge
you can always talk things over, make decisions, have a laugh if you want to,
sing, even with a voice like mine!

Poem of a hedge sparrow - Richard Price
Na een regenachtige meimaand waarin wij, laatstejaars biologen, heel de tijd binnen moesten werken en hard werken, aan ons eindwerk -de thesis-, werd het dringend tijd voor nog een natuuruitstapje vlak nadat we de gedrukte boeken overgemaakt hebben aan promotoren en externe lezers. Even geen druk meer, eindelijk even genieten van wat de natuur ons biedt. Zo ook in Voeren waar we deze keer de wielen heen wendden. Het was weer een paar jaar geleden dat ik er nog geweest was, op een vruchteloze maar leuke zoektocht naar dassen (Meles meles). Ook nu zullen Rein, Gert, Arne en ik nieuwe dassenpogingen wagen maar we zouden geen biologen zijn als al de andere troeven van de Voerstreek ons niet zouden bekoren. Want het is nog steeds een land terug in de tijd, waar de velden en weiden met heggen en hagen worden afgelijnd, waar kerktorens en oude vakwerkhuisjes de dorpcentra nog bekleden en waar men fier is op de streek. Reist u even mee ?
Dankzij het extensieve beheer van de hagen, waarin de meidoorn (Crataegus monogyna) nu prachtig in bloei stond, en het oude boccage landschap dat ze vormen komen er in Voeren dieren en planten voor die elders in Vlaanderen reeds uitgestorven zijn zoals de Das, maar ook het Everzwijn (Sus scrofa) is hier ooit gestart, de Voerstreek onderhoudt ook de laatste Hazelmuizen (Muscardinus avellanarius) van Vlaanderen en zo kunnen we nog dieren blijven opnoemen. Dieren die allen het van een extensief landgebruik moeten hebben maar ook niet zonder de mens kunnen waarmee ze eeuwen hebben samengeleefd: het zorgde voor een competitief voordeel dankzij de vele schuilplaatsen in het landschap en het extra voedsel in de open opslagplaatsen en het gemorste goed op het veld ...
De flora profiteert dan weer van de overwegend kalkrijke gronden waar een hoge biodiversiteit bewaard is gebleven zoals hier op een kalkhelling dat door Natagora beheerd werd: "Le Thier à la Tombe". Langsheen het smalle, weinig gebruikte wandelpad liggen talrijke botanische schatten te wachten op het geïnteresseerde bezoek van dieren en biologen. De naam dankt deze helling aan een vlakbij gelegen Gallo-Romeinse tumulus (grafheuvel) uit de 2e eeuw. Net zoals in de Viroin heeft dit gebied haar uitzicht te danken aan eeuwenoude landbouwpraktijken met kudden schapen en geiten. Het unieke streekeigen feit is wel dat het een oude Maasterras is en onder de kalklaag rolkeien bevat van de oude rivierloop. Het is ook de enige Belgische groeiplaats van Veldgentiaan (Gentianella campestris) maar omdat die pas bloeit in het vroege najaar hebben we deze helaas nog niet kunnen vinden. Maar wat er wel al stond mocht er ook wezen ...
Zoals een heel grasland gesierd door Wilde akelei (Aquilegia vulgaris) van de Ranunculaceae, dezelfde familie als onze bekende boterbloemen.
Opvallend zijn de vijf punten van de kroonbladen die aan de achterkant uitsteken. Alle delen van de plant zijn zwak giftig, Er werd in de volksgeneeskunst werking tegen reumatiek en mond- en keelontstekingen aan toegeschreven. Hildegard van Bingen beschreef de plant reeds in de 12e eeuw
Een oude bekende uit de Viroin, typisch voor kalkgraslanden, was deze Kleine pimpernel (Sanguisorba minor). Zoals de Latijnse genusnaam al aangeeft werden stoffen uit deze plant reeds in de Middeleeuwen maar nu ook nog gebruikt om bloed te stelpen, soldaten dronken zelfs een aftreksel van deze plant voor ze ten strijde trokken in de hoop dat het middeltje het bloeden zou verminderen.
De nachtvlinders profiteren van de schutting en snel opwarmende delen die deze kalkhelling biedt.
Ook nooit ver weg is het militaire verleden van de strategisch zeer belangrijke Voerstreek. Het Fort Eben-Emael is zeer gekend omdat het nauwelijks weerstand kon bieden aan de inval van de Duitsers in 1940, het begin van het einde voor het Belgische militaire verzet. In amper een kwartier tijd hadden Duitse parachutisten de situatie in handen ...
Het complex telt vele verlaten bunkers die nog steeds hun verhaal stilzwijgend loslaten. Ze zijn nu een ideale toevluchtsoord voor historici en vleermuizen.
Maar de oude muren zijn een goed substraat voor planten die men normaal op oude gebouwen aantreft zoals deze Muurvaren (Asplenium ruta-muraria) bewijst.
Als er een klein bodempje met humus aanwezig is kunnen ook "gewone" planten zoals dit Robertskruid (Geranium robertianum) hun plaatsje hoog in de lucht vinden.
Een andere rode -of is het blauwe- draad in het verhaal van de ontwikkeling van de Voerstreek is de breed opgezette Maasrivier die een onmiskenbare economische ader is van het gebied. Daarnaast zorgt ze, vooral over de grens in Nederland, voor extra biodiversiteit in haar natuurlijke overstromingsgebieden.
Het is ook dankzij de Maas dat de kalkrijke natuurgebieden ontstonden in de mist der tijden. Een bekend voorbeeld is de Sint-Pietersberg die Arne hier op loopt.
De Sint-Pietersberg is vooral erg bekend omwille van zijn mergelgrotten die in de loop der eeuwen ontstonden door het wegeroderen van de zachte kalk. Ze werden voor vanalles en nog wat gebruikt, van loodsen tot champignonkwekerijen.
Het ontlokte aan Arne de volgende opmerking in zijn West-Vlaams accent: "Kèrl, ik zou hier zo willen maffen gelijk een holbewoner !".
Ondertussen blijft de erosie traag maar zeker doorgaan !
Natuurlijk zorgt de zeldzame flora ook voor een weelde aan fladderende vlinders, die in Vlaanderen ook sterk afnemen, zoals dit Boswitje (Leptidea sinapis).
Of wat dacht u van de allerlaatste Nederlands/Vlaamse populatie van de logisch sterk bedreigde Veldparelmoervlinder (Melitaea cinxia) ? Prachtig om te zien !
Ook Groentjes (Callophrys rubi) voelen zich goed thuis in deze nutriëntarme graslanden. Ze zijn van oudsher verbonden aan kalkgraslanden of heiden.
Heel wat algemener maar in zijn simpelheid toch ook een mooie soort en net zoals de rest van de vrolijke fladderaars een uitstekende milieubarometer: een Bont zandoogje (Pararge aegeria).
Het zijn van die weinige dagen in mei 2013 dat we voelen dat het lente is. Dat het mei is. Het was een erg koel voorjaar en dat is interessant voor de wetenschap en onderzoek van fenologie -de verschijningsdatum van soorten- in het licht van de huidige klimaatsveranderingen, maar de natuur ademt toch heel wat vrijer bij warm lenteweer.
Dit Mannetjesorchis (Orchis mascula), ook een kenmerkende soort voor kalkrijke, extensief beheerde kalkgronden dat mij nog dierbaar is van mijn bachelorproef, toont trots zijn bloementooi.
En dit Soldaatje (Orchis militaris), ook al een kalkindicator, staat met zijn naam niet mis in deze streek.
Met de determinatiegids in de hand komt men door het ganser land. En ook een verrekijker, fototoestel, insectenpotjes, vlindernetjes, ...
Een wilde bijenzwerm toont hoe de Honingbijen (Apis melifera) verzamelen als ze niet in een korf gehuisd worden.
Een vluggertje bij deze Wijngaardslakken (Helix pomatia) moet men toch anders interpreteren. Het is ook al een soort die goed gedijt op kalkrijke, warme gronden.
Dan werd het zoetjesaan avond en het laatste zonlicht valt op het Altenbroek in Sint-Martens-Voeren waar Natuurpunt probeert terug te gaan naar het oorspronkelijke open bos met bosweiden door begrazing met runderen. We overnachten in een uitstekende jeugdherberg "De Veurs" met een prachtig uitzicht op het dorp en de weiden en velden erachter. 's Avonds gaan we op dassenpad maar helaas weer zonder succes...
Goed uitgerust gaan we de volgende morgen bij een stralende zon -en al even stralende bloemen zoals bij dit Robertskruid- weer op pad.
Net als wij is deze zweefvlieg, een Wolzwever (Bombylius major), ook al zeer actief bezig.
Net voorbij Teuven ontdekken we een zo mogelijk nog mooier landschap.
Een van onze professoren had ons deze locatie aangeraden voor de Purperorchis (Orchis purpurea) waar ons labo onderzoek op doet op voorwaarde dat we niets zouden verstoren. Dat doen we ook niet buiten het feit dat we onze namen op het kaartje hebben bijgeschreven ... Het was volgens hem een van de mooiste populaties Purperorchissen die hij ooit al gezien had, in een schitterende locatie. Hij had gelijk.
Ik laat de beelden daarom even voor zich spreken ...
Langs het wandelpad maakt dit Populierenhaantje (Chrysomela populi) de buurt onveilig op de aanwezige wilgenscheuten.
Dit is de Voerstreek ten voeten uit: hagen, koeien en warm weer.
Maar ook de kleine menselijke geschiedenis is nooit ver weg: net als in heidegebieden was dit van oudsher een arme landbouwgemeenschap tot in het midden van de twintigste eeuw wanneer het gebied beter bereikbaar werd en auto's beschikbaar werden voor de modale man. Het verleden is nooit helemaal verdwenen in de oude dorpskernen zoals deze huizen getuigen.
De trotsheid voor de eigen streek en de bijhorende streekproducten is bijhorend ook nooit helemaal verdwenen, getuige deze Sleedoornjenever die we kochten in "Het Jetteke", een authentieke dorpswinkel in Teuven waar de oude gietijzeren weegschaal nog fier dienst doet op de arduinen toonbank.
Aldus inwendig versterkt met een druppeltje kwamen we aan de andere kant van Altenbroek, dichtbij Sint-Gravens-Voeren, waar een zeer grote populatie Dassen aanwezig is. Een verkenning bracht ons langs deze "grubbe": dit zijn relicten uit de ijstijden toen de bovenste grondlagen bij ontdooiing telkens afspoelden op de permanent bevroren ondergrond. Deze werden in de Middeleeuwen vaak gebruikt als verbinding tussen akkers op het plateau en het dal van de rivier de Voer waar de dorpen groeiden en zo evolueerde een grubbe vaak tot een holle weg.
Tegenwoordig wordt dit ook door Natuurpunt beheerd en heeft men langs de drukke sluipweg richting Nederland omheiningen geplaatst met dassentunnels om verkeersslachtoffers te voorkomen.
Hier maakt men eveneens gebruikt van Galloway runderen om het reservaat te beheren. Het zijn vrolijke en zachtmoedige dieren ...
Enkele uren staan we op wacht met uitzicht op de vele dassenburchten die de zijwanden van de grubbe tekenen of lopen we stil rond, helaas weeral zonder succes. Die Das, het blijft voor mij voorlopig een schim ! Maar opgeven doe ik niet !
Als afsluiter van dat voornemen dan maar een foto van de prachtig bewerkte zitbank in de jeugdherberg ... Voeren en de Voerstreek, het is een prachtige bestemming voor de bioloog die in Vlaanderen net dat tikkeltje meer zoekt, op amper 100km van Leuven. Ik ga zeker nog terug !