"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

vrijdag 25 november 2011

l'Ostendaise

And time flies by,
dreams dissolute in the upper sky
as the flags and banners
dress the masts, as if it is a holiday

In the salty wind,
Oceanic languors
conduct me along the banks
along the steam and the fog
along l'Ostendaise

VAG@2008 - partim l'Ostendaise
Een week vakantie aan onze Belgische kust met mijn nieuwe fiets, een Stevens Galant SX, gecombineerd met prachtig weer en gekruid met lange strandwandelingen met m'n hond Darko kan niet anders dan geslaagd genoemd worden. Een korte impressie van een fietstocht naar Oostende en de polders kan niet ontbreken op deze blog.

De nieuwe fiets, deel van mijn goede voornemens en oude wensen, rijdt vlotjes over de wegen.

Mijn moeder had mij opgedragen om een halve kilo verse garnalen te kopen. Oostende is bijna het synoniem voor de Vistrap, van oudsher de belangrijkste plaats waar men vis en andere zeevangsten bijna letterlijk "van de boot" kan kopen; de visser, zijn vrouw, kinderen, familieleden of vrienden staan in de kraam en verkopen hun waar. Anderen verkopen in de kramen de vis van de vroege ochtendveiling.

Niet alleen kabeljauw en haring, garnalen of platvissen worden volop verkocht maar af en toe liggen er zelfs Hondshaaien (Scyliorhinus canicula) tussen ... Deze totaal ongevaarlijke haaiensoort is de enige die in onze Noordzee leeft. Medestudenten en afgestudeerden in de biologie zullen deze soort zeker kennen, vanbinnen en vanbuiten, uit onze practica diversiteit van dieren.

De kleine garnaalvissers zijn in Oostende sterk uitgedund door een algemene malaise in de sector door de alsmaar meer heersende fabrieksmentaliteit die ook onze stocks van economisch belangrijke vissensoorten zoals kabeljauw sterk doet afnemen. Het is een wereldwijd probleem en men zou terug naar een kleinere vloot moeten met particuliere boten die veel flexibeler kunnen werken en technieken opleggen die bijvangst verminderen en energie sparen in tegenstelling tot de alom tegenwoordige boomkor die ook de zeebodem niet spaart. Helaas missen we weer een lange termijnsvisie en politieke moed.

Een gevolg van de grote malaise : het aantal kleine vissersbootjes met Oostende als thuishaven is inmiddels op één hand te tellen. Deze zijn de boten die rechtstreeks op de Vistrap verkopen.

Dan werd het tijd om de kaart boven te halen en het goed uitgezette fietsknooppuntennetwerk te gebruiken. Zo belandde ik in het achterland waar uitgestrekte polders en romantische boerderijtjes mij langs de route begroetten.

Dichtbij Leffinge speurde een Torenvalk (Falco tinnunculus) vanaf een draad de omgeving af die uit wijdse weiden en akkers bestaat op de zware poldergrond; de herfst begon het land in zijn greep te krijgen en de boeren waren overal druk doende met hun seizoenale verzorging van hun kostwinning.

Na zo'n dertig kilometer kwam ik met aangedampte brillenglazen het huurappartement binnen waar Darko mij al opwachtte, smekend met zijn oogjes om nog eens te gaan wandelen ... op zoek naar meer avontuur in de natuur.

maandag 7 november 2011

Herfst in de tuin

Hora fuit
tijd vliegt, vlucht
vluchtige wijzer
wijzer geworden, ik
alternerende waarheid
verstreken jaren, geijkt
als eeuwigheid
Vergleden m'n kinderrijk
der geest, fantasie verstrijkt
Vergleden de rust der tijden
Vergleden dagen die verblijdden
Besef des levens, nemen en geven
Hora fuit

VAG - Hora fuit (2008)
De tijd vliegt, het is al lang bekend en zie daar, weer een herfst die zich aandient. De laatste klusjes voor de winter, de laatste oogsten en rondscharrelende diertjes op zoek naar eten om de winter door te komen; het vroeg om een foto-impressie met de Canon Powershot D10 op een zaterdag in oktober ...

Herfst is ook snoeihout verwerken bij de grootouders. Een zeer handzame, goed onderhouden en goed geslepen bijl, geleend bij Armand, is het halve werk.

Ook Darko "helpt" mee.

Op anderhalf uurtje werk werd alles op maat gesneden en in bussels gebonden. Dus rest er voor mijn grootvader Constant alleen nog het bijeenharken van de bladeren en kleine takjes en de tuin is weer op orde.


Intussen experimenteer ik met pindakaas als lokaas in mijn triptrapvallen en tot drie keer toe vang ik een Huisspitsmuis (Crocidura russula). Bij het plaatsen in 'n bloempot voor een foto vóór vrijlating begon deze prompt een huisjesslak op te peuzelen !

Na de overvloedige kersen in juni was ook de appelboom overladen vol met sappige appeltjes die heerlijke appelmoes opleveren of zelfs als biologisch balletje kunnen dienen voor onze Darko in zijn talrijke speelse buien.

En ook op het garagedak gaat het leven zijn rustige gangetje, de vetplant -de precieze naam weet ik niet, in ons dialect worden ze "donderkoppen" genoemd omdat ze vroeger overal op daken te vinden waren- groeit nog steeds tussen de vele mossen. Deze vetplant kwam nog van het dak van mijn overgrootouders als stukje met wortel veertig jaar geleden... Het is een trage plant maar zo leeft hij ook langer temidden van de snel opschietende bomen die nu hun bladeren losschudden na een wulpse lente en vruchtbare zomer. De herfst ? Het deert deze plant helemaal niet. Relax !

zondag 6 november 2011

Luxemburgse muizenissen

M'n voeten leidden me ineens
ergens zomaar heen
tussen stille machtige eiken door
langs beuken slank en zonder gehoor

En steeds werkten m'n voeten
langsheen boswegen wroetend
ze leken zomaar eindeloos te gaan
zonder eindpunt in zicht en zonder argwaan
Maar ... Voorwaar ...

Dan valt blad op blad
en Eden's herfst is daar
Waar ik ineengedoken zat
vielen ineens vuurrode bla'ren

VAG - partim "Eden's herfst" (2011)
Het was een kans die biologen niet konden laten liggen, dat zoogdierenweekendje van de zoogdierenwerkgroep van Natuurpunt; alleen de planning was voor Rein en mij al voldoende. Dat omvatte onder andere in Luxemburg met een lokale onderzoeker, Mark, het veld in te gaan op zoek naar Hazelmuizen (Muscardinus avellanarius) en Wilde kat (Felis silvestris silvestris) ! Ook Marian en Leonie gingen graag mee opdat wij venten hen niet jaloers zouden kunnen maken met mooie waarnemingen.

En zo laadden wij de Passat in op 'n late vrijdagmiddag om de wielen te wenden naar het oosten, meerbepaald het dorpje Hollenfels in Luxemburg dat in het meer bergachtig aandoend noorden van het kleine landje gelegen is. Daar had de organisatie voor ons kamers gereserveerd in een jeugdherberg in 'n kasteel; erg origineel ! Maar belangrijker was dat we middenin de bossen zaten zodat we na aankomst al direct met ons viertjes op verkenning gingen ...

Een Lederloopkever (Carabus coriaceus), een steeds roepend vrouwtje Bosuil (Strix aluco) maar ook deze Boskrekel (Nemobius sylvestris) passeerden onder onze onderzoekende blikken.

Marian en Leonie bewonderen de prachtige sterrenhemel die in deze contreien veel mooier tot uiting komt dan in lichtvervuild Vlaanderen.

Na een vrij onrustige nacht door piepende stapelbedden en ondergetekende die in zijn slaap roept staan we op voor dag en dauw om met de hele groep te ontbijten en daarna de bevroren velden in te trekken.

Een actief groepje Geelgorzen (Emberiza citrinella) houden enkelen van ons even bezig in de opgaande zon.

Dit prachtig bevroren koolzaadveld houdt Rein en mij ook even bezig ...

En dan is het eindelijk zover : we vinden een Hazelmuisnestje in de dichte bramenstruiken en de bewoner is nog aanwezig ! Erg typisch voor deze soort is dat ze zich voor de veiligheid steeds achter een takje of iets dergelijks verstoppen tot grote verveling van de fotografen maar poseren kan hij wel; het is een eerder nieuwsgierig beestje.

Goedele, die ook op Hazelmuizen werkt, vangt het beestje -het is een mannetje- om hem te wegen -19.6gram-en om een DNA-staal te nemen door haren te verzamelen. Deze worden in een epje gestoken, gelabeld en onderzocht in de universiteit van Luik op populatiegenetica. Hoeveel afwisseling is er in één populatie en is er voldoende uitwisseling tussen populaties ? Dat zijn enkele vragen die men zo poogt op te lossen.

Nadien stappen we het woud door, vergeven van de rust.

Het is een mooie morgen voor fotografen zoals Rein's glimlach en vlugge tred bewijst ...

Nee, deze blog ontsnapt niet meer aan de paddenstoelen ...

's Namiddags bezoeken we Luxemburg-stad met een gids en duiken we even het natuurhistorisch museum in. Het is een verrassend mooie stad met een rijke historie en de moeite waard voor een korte trip. 's Avonds trekken we nog rond maar we gaan tijdig slapen want de volgende morgen staat er nog een stevige wandeling te wachten...

De bergachtig heuvels rond het kasteel glinsteren bij het ontwaken.

We zijn klaar voor de wandeling op de stevige hellingen rond Hollenfels.

Wat is ons doel ? De tegenhanger van de Hazelmuis; namelijk de Wilde kat ! Onderzoeker Mark heeft tot 2009 namelijk ook op deze soort gewerkt met zenders en weet een toenmalige vaste nestplaats in de buurt zijn. Het dier zelf zouden we niet zien ...

... maar deze verse krab- en pootsporen evenals uitwerpselen duiden er wel op dat het dier ons ergens stiekem ligt te beloeren, beducht op indringers in zijn territorium.

Het mag gezegd, dit dier zijn territorium en bij uitbreiding alle Luxemburgse wouden mogen er best zijn qua natuur en schoonheid ! Het was een zeer plezant en leerrijk weekend dat voor ons absoluut voor herhaling vatbaar is en ook mijn meer avontuurlijke lezer krijgt het noorden van Groot-Hertogdom Luxemburg als ultieme korte-vakantie tip mee !

maandag 17 oktober 2011

Egenhoven en paddenstoelen

C'était l'automne, un automne où il faisait beau
Une saison qui n'existe que dans le Nord de l'Amérique
Là-bas on l'appelle l'été indien
Mais c'était tout simplement le nôtre
Avec ta robe longue tu ressemblais
A une aquarelle de Marie Laurencin
Et je me souviens, je me souviens très bien

Joe Dassin - L'été indien


Het is inmiddels herfst en deze blog blijft dus even in het teken staan van de vruchtlichamen der hyfen oftewel paddenstoelen. Reinhardt en Gert zijn de eetbare zelfs aan 't uittesten op smaak terwijl Jan zich goed oefent in de determinatie. De diversiteit in Vlaanderen is verrassend groot, zo bleek uit de recente verspreidingsatlasgegevens (klik hier) en regelmatige worden er nog nieuwe soorten ontdekt zoals de excursie van 't vak "Diversiteit van fungi" dat onder leiding van fungi-kenster Roosmarijn Steegmans van Natuurpunt in het Arenbergpark (Heverlee) de Zijige inktzwam (Coprinus insignis) vond; een Vlaamse primeur op onze campus !

Maar onze eigen pogingen mogen er ook wezen; als voorbereiding op een BIOS-wandeling van onze studentenkring trokken we de dag voordien Egenhovenbos in om de aanwezige soorten te zoeken en te determineren zodat de wandeling vlot kon verlopen. Een foto-impressie kon niet ontbreken ...

Meten is weten ...

... voor deze Schubbige boschampignon (Agaricus silvaticus).

Ook bij de massa's vezelzwammetjes wordt er gestopt, deze groep is zeer moeilijk determineerbaar en moet eigenlijk met de sporen onder de microscoop bevestigd worden.

Een typerende soort in oude beukenbossen op kalkhoudende leem- en kleibodems zoals aan de westkant van Egenhovenbos is de Prachtmycena (Mycena crocata).

Een letterlijk grootse afsluiter waren deze Reuzenzwammen (Meripilus giganteus) die in luttele tijd een Beuk (Fagus sylvaticus) zo kunnen verstikken; vergelijk hun grootte maar eens met mijn Columbia's, maat 48. Ze zijn eetbaar maar enkel smakelijk in jonge vorm, dan schijnt de smaak wat weg te hebben van noten.

De herfst begint langzaam de bossen in te nemen, de nachten worden kouder, de dagen korter en de zoogdieren worden actiever terwijl de trekvogels "en masse" het land overvliegen. Het wordt weer een boeiende periode !

vrijdag 7 oktober 2011

Burlen en paddenstoelen

Het is een terug wild-zijn
een geur van aarde, subtiel
gras tot hooi verfijnd
Ruwe handen van de stiel

Bossen overlopen dalen
Stiekeme vossen sluipen,
ver burlen van rivalen
en opgewekte harten
die deze wilde woorden bedruipen,
ze dromen van woeste gronden tarten
...
Slechts een droom
door land omzoomd
een terug wild-zijn

VAG - partim Ardennen (2011)


De Ardennen. Het is een laatste stukje semi-wildernis in België voor zover die term gebruikt mag worden op deze grote beheerde bossen. Ik woon er op een anderhalf uur rijden vandaan maar in de drieëntwintig jaren dat ik al meegemaakt heb was ik nog nooit "echt" in de Ardennen geweest. Ja, met mijn opa op die heerlijke woensdagnamiddagen als hij mij van school afhaalde en simpelweg stelde : "Heb je zin in 'n tripje Ardennen ?". Dan reden we richting Dinant of Heer-sur-Meuse, aten we frietjes in onze vaste friture en prentte ik mij als 10-jarige leergierige jongen de hele aardrijkskunde in mijn geheugen zodat ik in het 4e leerjaar de enige was die kon antwoorden waar Maas en Samber samenvloeiden. Ik had het met eigen ogen in Namen kunnen aanschouwen.

Die tripjes wakkerden al vroeg de reislust in mij aan en toch een realiseren dat ook ons land, hoe klein en overbevolkt ook, wel degelijk mooie plekjes verstopt. Dat vergeten mensen van mijn leeftijd al eens. De Ardennen met zijn grijze opdoemende rotsen bleef in mijn geheugen gegrift maar die bossen, dat bleef onbekend terrein. Tenminste tot eind september laatstgeleden wanneer Rein mij uitnodigde om met hem en zijn moeder Lea een weekendje Ardennen te doen nabij Neufchâteau in het boerendorpje Massul waar wij bij Lea's vriendin Hilde mochten blijven logeren.

Massul en de rest van de streek staan bekend als een wijk- en broedplaats voor de Zwarte ooievaar (Ciconia nigra) die helaas net al vertrokken was richting zuiden maar ons hoofddoel was niet iets gevederds; integendeel, het zware kaliber van Edelherten (Cervus elaphus) is niet bepaald vederlicht te noemen. Hilde had via dorpsgenoten een regeling kunnen treffen met de lokale boswachter die ons en nog enkele anderen 's avonds zou rondleiden per auto in het bos en op de typische bronstplaatsen zou stoppen om te luisteren naar het geburl van de Edelherten.

Maar eerst verkenden Rein en ik nog de omgeving in Massul. Het was een heerlijke nazomerdag met temperaturen boven de 20°C en we zagen 't weekend helemaal zitten !

In het vochtige beekvalleitje vonden we bloeiende Adderwortel (Persicaria bistorta), een van de laatste voedselplanten voor insecten vooraleer de herfst haar invloed laat gelden op het land.

's Avonds na het overvloedige avondmaal dat Hilde bereid had met groenten voornamelijk van eigen kweek, trokken Rein en ik, elk een flesje kriekbier in de handen, nog eens rond langs de bosranden waar we 'n Vos (Vulpes vulpes) in de koeienweide betrapten en luisterden naar de diverse roepen van een Bosuil (Strix aluco). We laadden onze batterijen op voor de grote dag die ging komen !

Een zonnige zaterdag diende zich aan en natuurliefhebbers als wij zijn gaan we een lange wandeling in en rond het dorp Suxy maken.

Een oude koeienstal nodigt uit voor een vruchteloze zoektocht naar kleine zoogdieren.

Een Grote stinkzwam (Phallus impudicus) alias de "Stinkende bospiet" volgens Rein is erg populair bij 'n mestkever.

In deze landschappen van schrale berkenbossen met heide en dichte dennenbossen komen de herinneringen aan Zweden terug net als dat "safari" gevoel, omringd door sporen van grote zoogdieren als Edelhert of de woelplaatsen van een Everzwijn (Sus scrofa).

Het zonlicht speelt met de kleuren van de bossen en maakt alles een pulserend levend geheel dat de impressionisten van weleer verrukt zou hebben.

Rein scheurde die morgen zijn enige broek dat hij mee had en moest aan de slag met naald en draad.

En dan was het eindelijk zover : we volgden de boswachter in zijn Nissan X-trail het bos door en stopten op diverse plaatsen. We hoorden inderdaad het zware geburl dat ver kan dragen en het getak van de vechtende geweien. De boswachter was in functie en had ook zijn nachtkijker mee; iedereen mocht eens het groene gespikkelde beeld van de nachtelijke omgeving bekijken. Iets dat we in Zweden bij de berenwacht wel hadden kunnen gebruiken !


De plaatsen waar we stopten, prentten we in ons geheugen om de volgende morgen vroeg er weer even te passeren. De ochtendlijke taferelen boven het bedauwde land alleen al was de moeite van het vroege opstaan meer dan waard zoals bij dit eenzame boompje of die bedruppelde spinnenwebben.

En dan ... eindelijk ! Twee Edelhert hinden lopen de weg over om ons even een blik te gunnen op hun stevige elegantie. Mannelijke exemplaren met hun trots gewei zien we helaas niet maar dat komt nog wel eens !

De dag voordien hadden Rein en ik in Massul een dennen- en berkenbos gevonden met een mooie ondergroei van mossen, wat Struikheide (Calluna vulgaris) en vooral paddenstoelen. Een ware massa van Vliegenzwammen (Amanita muscaria) bevolkte de bodem en elk moment leek de fantasie een kabouter tevoorschijn te toveren.

Het zeer fotogenieke Kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa) leeft op dood naaldhout en zag je bijna overal opdoemen in dit bos.

Op de namiddagwandeling rond Traimont ligt er deze houthakkersstronk, vrij voor de wandelaars om eens uit te proberen; die kans kan Rein niet laten liggen !

De benodigdheden voor het splijten van het hout liggen in de warme septemberzon.

Rond Traimont is het vooral een landbouwgebied waar we onder andere een Rode wouw (Milvus milvus) en een Boomvalk (Falco subbuteo) zien jagen en een IJsvogeltje (Alcedo atthis) voorbij ons flitst in de beekvallei.

Met deze zweefvlieg, die met zijn kompanen massaal de Herfstaster (Aster dumosus) onder handen -of moeten we labulae zeggen ?- nam, sluit ik dit weekendje Ardennen af. Het was een verrassende ontdekkingstocht op amper 150 kilometer van m'n deur ...