"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

dinsdag 28 december 2010

Twee leuke winterse waarnemingen

Deze in normale toestand geleiachtige zwam, nu in zijn bevroren toestand vastgeketend in een vorm, is de Gele trilzwam (Tremella mesenterica) die Reinhardt mij aanwees in het Grootbroek natuurreservaat, Sint-Agatha-Rode. De foto is genomen met mijn Canon Powershot D10.

Hiervoor zochten Reinhardt en ik tevergeefs heel Gasthuisberg af en vonden we zo'n maand later toch nog terug in het domein van Abdij van Park, Heverlee : een "dikke vette Pestvogel" oftewel Bombycilla garrulus. Zijn naam is in het Engels een stuk aangenamer want dan wordt het "Bohemian wax-tail", een verwijzing naar de ronduit prachtige kleuren die bijna een wassen tekening lijken te vormen. Ze leven in Scandinavië en Siberië maar kunnen in onze contreien overwinteren, in sommige jaren spreken we zelfs van invasiejaren. Mijn Canon Eos met de 300mm lens uit de losse hand bij zware bewolking deed zijn best, dit vrouwelijke exemplaar liet zich soms heel graag en bevallig fotograferen.

De sneeuwrijke winter die wij nu beleven is een geweldige periode voor mooie waarnemingen, schuchtere dieren worden minder schuchter en zoeken hun voedsel, zich steeds minder aantrekkend van die eeuwige verstoorder; de mens.

zondag 19 december 2010

Winterpret in de Dijlevallei

Sinds een kleine maand werd België al een paar keer vergast op een sneeuwtapijt, al een paar keren zorgde dit voor verkeerschaos en blije jonge gezichten en werd het door de biologiestudenten en vele andere studenten met open armen ontvangen. Momenteel kreunen we echter onder meer dan 15cm sneeuw, omstandigheden die ik heerlijk vind maar die voor drie kwart van de West-Europeanen ondoenlijk blijkt te zijn. Waren we maar allen Scandinaviërs ...

Dit zorgt voor leuke scènes als de biologen onder ons een nachtelijke excursie houden of overdag een hond uitlaten, als de biologen onder ons de veldwegen trotseren in een oude Passat die smalend een stoer doende Jeep Wrangler voorbij steekt door een nachtelijke sneeuwbui. Een foto-impressie kon ook weer niet ontbreken.

30/11/2010 in Ormendaal : Rein, Simon en ik zijn in een zoektocht verwikkeld naar inmiddels weggevlogen Kraanvogels en een Wilde zwaan

De Wilde zwaan (Cygnus cygnus) door mijn telescoop getrokken op zo'n 200 meter afstand.

Ormendaal, tussen Oud-Heverlee en Korbeek-Dijle strekt dit landbouwgebied zich langs de Dijle.

Kleurige kano's kantelen zich op hun kant aan de Dijle.

02/12/2010 : Pieter speelt met Darko in Mollendaalbos (Meerdaalwoud).

Darko houdt enorm veel van sneeuw, een Border Collie is er tenslotte voor gemaakt met dat gure weer in de Highlands. Hij voelt zich dus kiplekker.

Het zonnetje verwaardigt zich even om een paar stralen op een stil winterlandschap te werpen in Mollendaal.

Diezelfde avond gaan we in een volle sneeuwbui met een aantal biologen op pad langs de veldwegen in Vaalbeek in de hoop om wild te zien en zo mogelijk te fotograferen. We komen inderdaad in totaal vier vossen tegen, soms op een paar meters van ons maar foto's nemen is niet mogelijk, snel en schuchter dat die dieren zijn. Maar dat slimme blikje en die pluimstaart zal ik niet snel vergeten, net zomin als de aanblik op Rein, Simon, een andere Gert en Marian die een veld inlopen om toch te proberen ze te fotograferen. In al dat sneeuw en ijs rij ik weer weg na een twintigtal minuten om in een bocht een Jeep Wrangler voorbij te steken waarvan de berijder maar al te raar keek naar die oude Passat die ook door de sneeuw ploeterde.

In die sneeuw lukte het ons niet om foto's te maken van het "wild" zelf maar de sporen van een vos waren in Meerdaalwoud onder andere prachtig te zien, deze foto werd door Simon gemaakt. Merk het patroon op van 2+2, een vos loopt steeds met een voor- en achterpoot van dezelfde kant gelijk op.

In Meerdaalwoud hebben we minder succes maar daarom niet minder pret ! Hoe dat zo zal mijn lezer zich nu wel afvragen ...

Simpel : ik had een slee mee die Rein en Simon hier welwillend demonstreren. Biologen hoeven niet altijd beestjes en plantjes te zoeken ...

Een paar dagen later ging ik dan weer op pad met Jan en Capi, na een vruchteloze Ransuilenzoektocht op de "Delle" in Leefdaal gingen we op stap in de Doode Bemde. We zagen weinig in die ijskoude regen maar het was gezellig. Let op, deze sneeuw was er pas ruim twee weken na de gigantische overstromingen die Vlaanderen nog maar net geteisterd hadden...

En toch was het niet helemaal vruchteloos, de waterdichte Canon Powershot mocht zijn kunstjes vertonen onder het ijs van de sloten en poelen in het reservaat. Ja ik was zo gek om mijn handen in dat koud water te steken ...

Maar deze aanslag op mijn handen werd goedgemaakt door de mooie beelden die ons gegund werden vanonder het ijs, verkregen op deze manier. Hier een waterlelie uit een aparte hoek die ingevroren in het ijs de dooi afwacht.

Een paar dagen later in Mollendaal terug zijn de boeren druk bezig om uit de hoge hopen her en der op de velden hun laatste suikerbieten op vrachtwagens te scheppen voordat hun kostbare centen kapot zouden vriezen.

Want ondanks de dooi van een paar dagen eerder zitten we weer in een reeks van ijsdagen verwikkeld. De zonsondergangen worden er niet lelijker door.

Om deze fotoreeks mooi te beëindigen, gingen we weer eens het Meerdaalwoud in waar we getrakteerd werden op een vrouwelijke Bosuil die zich lang en luid liet horen en ook een paar Agabus guttati -een waterroofkever- in een bronbeekje zoals Rein op de foto hierboven laat zien.

Maar ook verse reeënsporen waren ons deel, ondanks een lange stilte konden we er geen ontdekken.

We sloten de avond af in Oud-Heverlee waar we op zoek gingen naar Bevers, we vonden ultraverse sporen terug maar de dieren zelf waren al gevlogen. Gert en Kaat banen zich hier een weg door het riet...

... om deze net aangepakte boom te vinden waarmee ik deze post besluit, we zijn nog zonder succes op Bevertocht geweest maar we gaan blijven proberen om ze te zien en natuurlijk te fotograferen.

"Stay tuned !"

woensdag 8 december 2010

Een beetje teveel water

Een aantal weken geleden werd er in Vlaanderen de ergste regenval in vijftig jaar geregistreerd en dit liet dan ook zijn sporen na, voornamelijk in de bekkens van de Demer en Dender : de klassieke rechtgetrokken rivieren waar men het water zo snel mogelijk wilt afvoeren maar zo stroomafwaarts gelegen gebieden doet overstromen. In onze Dijlevallei toont men al dertien jaar lang aan dat het ook anders kan. Deze aanpak, die Leuven voor het lot behoedde dat Diest en Halle en zovele anderen moesten ondergaan, krijgt steeds meer aandacht in de media met zelfs een Terzake reportage op de Vlaamse televisiezender Één (klik hier om te bekijken) met mijn peter Désiré die de uitleg verstrekt.

Amper twee weken later werd al duidelijk dat er nog steeds méér bouwvergunningen in overstromingsgebieden vrijgegeven werden, een falend beleid van ruimtelijke ordening in Vlaanderen die zoals zo vaak niet kan tippen aan haar Nederlandse tegenhanger. Een doctoraatstudente van de VUB berekende onlangs nog dat, indien men aan dit tempo volbouwt zonder "recuperatie" van oude terreinen, er binnenkort 65% van de beschikbare ruimte in de Vlaamse driehoek, te weten tussen Gent, Antwerpen en Brussel, volgebouwd zal zijn. Slecht nieuws voor een natuurlijk overstromingsbeleid ... Ik kan alleen maar in beelden tonen wat de reportage ook toont : de Doode Bemde werkt.

De natte hooilanden van de zomer staan nu blank, gevuld met tientallen Kokmeeuwen.

Het middenpad in de komgronden was nu onbereikbaar, zelfs met laarzen.

Ook de wandelroutes leden onder het water en zo werd het een heel avontuur om, zonder uitglijden en zonder af te gaan als een gieter, erdoor te geraken.

De waterstand van de Dijle was alweer een beetje gedaald maar men ziet goed aan de slijkgrens op de oeverwallen tot waar het water kwam.

De in stand gebleven natuurlijke komgronden van de Dijle deden hun werk naar behoren. Nu is natuurbeheer wel noodzakelijk, want een boer met dergelijke grond wilt deze zo droog mogelijk. Jaarlijks koopt de VHM dan ook rond de 10ha aan aan beide kanten van de rivier.

Op de hoger gelegen oeverwallen trekken de vierhoevigen zich van niets aan.

De IJse, een zijrivier, stortte zich met een grote kracht in de Dijle.

Ook op de zuidelijke wandeling langs de tramdijk was het vervallen populierenbos helemaal ondergelopen. De buffer werkt.


-foto's gemaakt op 17 november 2010, drie dagen na de zware overstromingen, met de Canon Eos-

zaterdag 27 november 2010

Leuvens verborgen natuur


Aan het randje van de stad Leuven torent al zo'n 40 jaar Gasthuisberg op, bekroond met het UZ Gasthuisberg ziekenhuis alwaar ook les gegeven wordt op de campus en alwaar baanbrekend onderzoek wordt gedaan, onder andere op stamcellen. De hoge grijze gebouwen zijn onmiskenbaar en bezetten de hele heuvel, op een park voor patiënten na is er weinig natuur te beleven. Of lijkt dat alleen maar zo ? Op deze, bij studenten beruchte, heuvel reed ik al een paar keren mijn fiets stuk, dan eens een pedaal eraf getrapt, dan weer een remkabel los, de mogelijkheden zijn onbeperkt. Het hoeft weinig betoog dat op die steile stukken een fietser amper rond kijkt omdat hij al zijn aandacht bij de klim houdt.

Vorig weekend echter werden er vijf Pestvogels (Bombycilla garrulus) gesignaliseerd op de mailinglist van de Dijlevallei : deze opvallende vogels waren aan het genieten van de lijsterbessen die massaal rond de parking staan. Deze mooie vogels bleven zitten tot maandag maar werden op dinsdag niet gezien. Ik kon evenwel pas op woensdagvoormiddag gaan kijken samen met Reinhardt. De Pestvogels vonden we niet meer, wel een Groene specht (Picus viridis), Staartmezen (Aegithalos caudatus) en een voorbijvliegende Grote Bonte specht (Dendrocopos major). Dan ontdekten we een verborgen, half wild parkje aan de andere kant van de heuvel, vrij toegankelijk; dat lieten we ons geen twee keer zeggen : we zijn tenslotte biologen in spe en in die hoedanigheid dol op zulke verlaten hoekjes !

Het eerste wat de aandacht trok waren de prachtige beuken, weids uitgesperde takken orneerden magnifieke brede en verweerde stammen. Zo'n bomen zijn de belichaming van de micro-biodiversiteit ...

Zo was er deze paddenstoel die uitgebreid profiteert van de vochtige omstandigheden langs de "stem flow" van een van deze bejaarde beuken.

Niet alleen het parkje bood ons heel wat exploreerplezier, ook een oude boomgaard met bomen die nog steeds vrij zoete appeltjes dragen zo laat in het seizoen vonden we. Dit veldje bood ons stammen met spechtholten, een omgevallen boom met mogelijk een nestingang van een marterachtige -we roken de muskusachtige lucht- eronder, een welluidend zingend roodborstje en vele paddenstoelen ...

Een van de vele paddenstoelen (ongedetermineerd) in de boomgaard.

Reinhardt geniet van een appeltje als ontbijt ...

Langs deze dreef daalden we de heuvel terug af, ons verheugend dat hier ook Aalbes (Ribes rubrum) en Europese vogelkers (Prunus padus) groeit en niet de Amerikaanse vogelkers (P. serotina), die exotische, o zo moeilijk uit te roeien woekeraar van de Vlaamse bossen zoals in Heverleebos ...

Deze korte uitstap was een welkome adempauze in een tijd vol bachelorproefdrukte ... Ik kan het iedereen maar aanraden onbekende stukjes naast de deur te verkennen, vaak liggen er mooie verrassingen te wachten !


-Foto's werden gemaakt met de Canon Powershot D10-

vrijdag 19 november 2010

In het labo

The greatest discoveries in science don't start with "Eureka !" but with "That's funny ..." - Isaac Asimov

In Heverlee, diep in het Arenbergpark ...

... staat het Plantkundig instituut, vergeven van biologen.

Hier werk ik net als alle andere biologiestudenten van het 3e jaar aan onze eerste deel van het eindwerk of moderner benoemd met "bachelorproef". Dit semester kreeg ik een onderwerp toegewezen uit de moleculaire/fysiologische labo's en ik had, net als bij ecologie, ook hier vooral voor plantkundige onderwerpen gekozen. Mijn onderwerp is het razend interessante analyseren van de rol van suikers en bijhorende afbraakenzymen bij het mechanisme van de zeer snelle bloemopening in Morning glory (Ipomoea purpurea).

Ipomoea is een genus dat klimplanten omvat die erom bekend staan diep blauw te bloeien in de morgen en al te verwelken in de namiddag. Algemeen wordt bij bloemopening aangenomen dat de afbraak van reservesuikers een rol speelt : door het verhogen van de concentratie aan glucose en fructose, de enkelvoudige suikers, nemen de plantencellen steeds meer water op door osmose. Dit veroorzaakt een verhoogde turgordruk waardoor de cellen uitzetten en zo kan de bloem opengaan. Mijn opdracht was nu om na te gaan of in Morning glory ook suikers afgebroken werden, zo ja, welke suikers en via welke enzymen werden ze afgebroken ?

Na heel wat extracties, namiddagen gespendeerd aan prepareren van stalen in het verder dan ijskoude vloeibare stikstof om de enzymatische reacties stil te leggen en heel wat "runs" in onze HPLC-meettoestel (zie foto) voor de suikerconcentraties hebben we de basis voor een mechanisme bijeen kunnen rapen.

Na zowat 60 uren in het labo leverden onder andere deze extracten een eerste antwoord : in Morning glory werd verrassend genoeg een zeer hoge concentratie aan vacuolaire invertasen aangetroffen die sucrose afbreken en hun activiteit was het hoogste in de stalen van de net geopende bloem. Zij spelen dus absoluut een rol in bloemopening. Fosforylasen die zetmeel afbreken in samenwerking met alfa-amylasen zijn ook actief bij bloemopening maar de grootte van hun bijdrage is nog te onderzoeken.

Al met al ben ik zeer tevreden, net als mijn begeleider die in de bijna twintig jaar dat hij in dit labo nog nooit zo'n hoge concentratie aan invertasen had gezien en die in deze bloemen een intellectuele uitdaging vond om nieuwe methodes te gebruiken die hij voordien nog nooit gebruikt had voor onder andere de fosforylasen. We hebben de basis gelegd voor verdere onderzoeken en daar ben ik intens tevreden over.

Zo voelt het dus ... om een wetenschapper te zijn.

Gewoonweg ... geweldig...