"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

vrijdag 12 februari 2010

Doode Bemde Sequel

Voor meer informatie en verhalen over de Doode Bemde kunt u vanaf nu ook op de categorie "Doode Bemde" klikken rechts in het menu of op deze link klikken : (klik)

We keren even terug in de tijd naar de Doode Bemde in opbouw. De ecologische strijd in jaren '90 verplaatste zich naar het waterbeheer. Er werd nog klassiek gedacht met veel beton en industriële processen. Zo was er lange tijd sprake van twee enorme opvangbekkens van 20m hoog in de waardevolle Dijlevallei, allebei goed voor 8ha opvangwater maar het spreekt vanzelf dat niemand dat graag zag komen.

De komgronden in Vlaamse riviervalleien kenden klassiek al vele generaties lang een waterhuishouding met sloten, rechtrekkingen van waterlopen, regelmatig ruiminen van oevers en beddingen en tenslotte het optrekken van landschappelijk oninteressante hoge dijken. Het mechanisme voor natuurlijke overstromingen wordt zo sterk afgeknot. De snelle afvoer van water zorgt lokaal wel voor ontlasting maar zorgt elders voor nieuwe problemen, men verplaatst het probleem alleen maar. Een goed Vlaams voorbeeld terzake is de Demer die volledig rechtgetrokken en ingedijkt werd en bij zeer hoge debietpieken bij de minste blokkade in haar bedding overstroomt waarbij ze voor veel schade zorgt gezien de dichte bebouwing.

Het behoud van natuurlijke overstromingsgebieden levert belangrijke natuurgebieden én meer veiligheid voor stroomafwaarts gelegen steden en dorpen op. De Doode Bemde bood in Vlaanderen een unieke kans op een andere perspectief. Een perspectief gericht op natuurlijk waterbeheer. Er was nog voldoende open ruimte aanwezig (m.a.w. geen bebouwing), de Dijle was op een zeldzame uitzondering na nergens rechtgetrokken noch ingedijkt en het geregelde overstromen zorgt voor een rijkere natuur. In 2002 voerde de Vlaamse Overheid daarom grote werken uit in de Dijlevallei waardoor de natuurlijke overstromingsfunctie van de hele vallei tussen de taalgrens en Leuven werd hersteld. Hierdoor lopen Leuven en de universiteitscampus Arenberg, allebei in lagere komgronden gelegen, veel minder gevaar op overstromingen. Dit in combinatie met een "zandvang" en een alluviaal bos in Egenhovenbos met een unieke kans voor buffering met een oude maar nooit gebruikte spoorbedding in het bos die nu als dijk fungeert. De Doode Bemde heeft intussen meermaals haar enorme opvangcapaciteit bewezen, veel meer dan de oorspronkelijk geplande betonnen opvangbekkens.

Een overstroming in maart 2008.

Er waren wel wat beperkingen voor een natuurlijk overstromingssysteem waarbij de waterkwaliteit het belangrijkste was, inmiddels is dit sterk verbeterd dankzij de werken van Aquafin en haalt de Dijle 7/10 voor de waterindex en er zit inmiddels weer over de twintig soorten vis op. Een andere beperking was de duur en waterdiepte van een overstroming, overstromingen zijn goed voor meer natuur maar teveel water geconcentreerd verstikt de plaatselijke fauna en flora. Er blijft dan ook een te grote hoeveelheid slib achter dat waardevolle bloemrijke graslanden bedekt en transformeert in ruigten met enkele algemene soorten, met name een niet te verwaarlozen bedreiging voor de biodiversiteit van het gebied. Er wordt dus voortdurend monitoring uitgevoerd in het gebied en ook de beheerswerken zijn talrijk, meestal op vrijwillige basis al heeft de vzw ook 3 vaste werkmannen in dienst.

Na de werken in 2002 liet het effect niet lang op zich wachten, grote delen van de Doode Bemde zijn natter geworden en bieden zo een waterrijk biotoop voor vogelsoorten zoals de IJsvogel die in de steile zanderige oevers van de Dijle zijn nestholtes uitgraaft, de Porseleinhoen, de Blauwborst en de Roerdomp. Ook bepaalde planten van de in onze contreien zeldzame arme bodems, zoals de Knolsteenbreek, zijn present in de bloemrijke graslanden die jaarlijks gehooid worden om zoveel mogelijk nutriënten uit de bodem te halen. Dit gebeurt meestal machinaal en het laden met mankracht, maar in andere delen zorgt men voor begrazing door koeien via een samenwerking met de lokale landbouwers.

Om al dit moois te verkennen zijn in het gebied twee grote wandellussen uitgezet zoals te zien valt op de kaart hieronder;

Doode Bemde wandelkaart De rode route is de zuidelijke wandeling en biedt zowat 4km wandelplezier doorheen een uitgestrekt parkachtig grasland, oorspronkelijk een soortenarm populierenbos, de eiken die er staan zijn overlevers uit dat populierenbos. Het gras werd niet ingezaaid maar kwam uit de nog steeds aanwezige oude zaadbank in de bodem, een bewijs dat dit het natuurlijke ecosysteem is.

Een deel van de route wordt in de hoogte afgelegd op de oude trambedding. Hierop reed voor WOII nog een smalspoortrammetje van Duisburg (Tervuren) naar Braine-Halleut (Wallonië). In de tijd van de suikerbietenoogst was dit eveneens een goedertrammetje dat vele wagons vol suikerbieten naar de raffinaderij in Tienen bracht. De originele brug is nog steeds te zien. De trambedding loopt door een afstervend populierenbos dat de natte groeicondities niet aankan, deze kunnen wegens de natte bodem niet gerooid worden door het reële risico op acute en permanente bodembeschadiging. Men laat ze afsterven voor de spechten, insecten en fungi. Hier broeden dan ook Grote Bonte specht, Kleine Bonte specht en Zwarte specht.

De trambedding in de sneeuw, 2010.

Over de leigracht werd een houten brug aangelegd dat een verhaal op zichzelf inhoudt. Maar dit hou ik voor later samen met de kliniekvijvers, het Gezicht en de Grote Bron in Neerijse. Kwestie van de spanning erin te houden, vindt u ook niet ?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen