"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme." (Arthur Rimbaud)

zaterdag 26 mei 2012

Festijn in de Viroinvallei

"To see a world in a grain of sand,
And a heaven in a wild flower,
Hold infinity in the palm of your hand,
And eternity in an hour."

William Blake - Auguries of Innocence
De Viroinvallei. Het blijft een zuidelijk stukje België waar je jezelf heel ver weg waant. Op een late aprildag op warme kalksteenheuvels hoef je je ogen maar te sluiten en je bent in Italië, Spanje of Frankrijk. Combineer dit met de kleine, Franstalige dorpjes, een vegetatie die voor de doorsnee Vlaming volslagen onbekend oogt en een fauna die slangen en andere reptielen omvat en deze zuiderse illusie is niet moeilijk op te roepen. Ik wou absoluut nog eens terug in de lente en ik kreeg Lore ook zover om er een fotografie-dag van te maken. Gewapend met onze Canons gingen wij dus op pad onder een zware watergevulde bewolking die, zoals mijn klein teentje al voorspelde, opklaarde zodra wij in de Viroin arriveerden en de rest van de namiddag gaf een landschap onder onze ogen weer waar fotografen lyrisch van worden. Laat de foto's maar voor zich spreken ...
In de laatste regendruppels zoeken we de eerste bloeiende Mannetjesorchissen (Orchis mascula), het is een late lente na zo'n regenachtige aprilmaand en het contrast met de bloeiende graslanden van vorig jaar is groot.
Ook de insectenfauna is niet zo uitgebreid voor de tijd van het jaar maar deze Maartse vlieg (Bibio marci) liet zich makkelijk op beeld vangen. Het is eigenlijk geen vlieg maar behoort tot de rouwvliegen (Bibionidae) en ze vliegen vooral in april ...
De wolken trekken op en Lore ziet de dag weer zitten.
Een Kogelbloem (Globularia bisnagarica) twijfelt of hij uit zijn gezellig hoekje zou komen. Het is toch zo lekker knus.
Een Muurhagedis (Podarcis muralis) doet wat ze het beste doet : stenen beklimmen en zonnen.
In de zon doet een Rolpissebed (Armadillidiidae) enkele turnoefeningen.
Deze mieren (Formicidae) waren hun larven aan het verhuizen toen wij ze ontdekten. Het was een hele bedrijvigheid dat de uitdrukking "ijverig als een mier" alle eer aan deed.
Schapenwolkjes en ongelovelijk diepblauwe luchten zorgen voor een fotografisch festijn voor mijn Canon Eos 350D met polarisatiefilter. Net zoals de geuren en kleuren van de Viroin voor een zintuiglijke festijn zorgen. Ga erheen. Je zal het je niet beklagen ! Deze pdf (klik!) van de Landschap vzw kan je zeker op weg helpen.

donderdag 24 mei 2012

Lentekriebels



Lichte lucht ligt zwaar
op verhitte muren
Onder een uitgebloeide kerselaar
mijmerend in eindeloze uren
Stiekem opzij gluren
naar vrouwelijke frivoliteit
Een gevoel, van tijdloze tijd

Vlinders slurpen, bijen surfen
Een stiekem meer durven
Lentekriebels ...



Deze foto werd gemaakt en bewerkt door Sarah Cumps, verder gebruik zonder haar toestemming is strikt verboden.

vrijdag 18 mei 2012

Proeven van marien onderzoek

The field of biology: that's all about yukky, squishy things.

Sheldon Cooper in The Big Bang Theory
Een vroege vrijdagochtend staan de studenten van het Engelstalige vak "Marine ecology" in de lange gang die de levende ader vormt van het treinstation Leuven, wachtend op professor Volckaert. We pakken de eerste trein richting Oostende om daar een halve dag te vertoeven op het onderzoeksschip de Zeeleeuw; een omgebouwde loodsboot die in haar laatste werkjaar nog steeds zonder morren dienst doet. We zijn in twee groepen gesplitst en ik behoor tot de groep die in de voormiddag op het schip zal werken; merendeels op de Stroombank ter hoogte van Raversijde.
Charlotte zag de excursie van 's morgens vroeg al volledig zitten met haar sexy regenbroek...
En ook professor Volckaert was zijn enthousiaste en lichtelijk chaotische zelf. Van hot naar her struint hij rond op het dek, steeds de diverse aspecten van onderzoek op zee toelichtend.
Een van die aspecten is planktononderzoek (zowel fytoplankton als zoöplankton) dat gevangen wordt met dit sleepnet en middels een filter terecht komt in een fles onderaan het net geschroefd.
Een heel ander aspect is wateronderzoek via deze containers die op bepaalde dieptes op afstand geopend en gesloten kunnen worden voor staalnames.
Ook bodemstalen worden genomen om bodemorganismen te bestuderen. Deze schep sluit automatisch bij het raken van de bodem en de stalen worden nadien gespoeld en gezeefd voor verdere studie.
De taak van het bestuderen van de bodemorganismen was weggelegd voor Rein en Arne die het maar al te geweldig vonden om te kunnen wroeten in het zanderige slib.
En dan werd voor drie kwartier de boomkor ingezet. Zoals ik eerder al aanhaalde is dit het meest gebruikte vangnet in de Belgische visserij maar is het een zeer bodemverstorende techniek die bovendien veel bijvangst oplevert zoals verder in deze post duidelijk zal worden. Ook technisch gezien is het een inefficiënt toestel inzake brandstofverbruik en mankracht.
Een voorbeeld van de vangst; aan de vele Noordzeegarnalen, krabben, zee- en slangsterren en platvissen is duidelijk te zien dat deze techniek de bodem behoorlijk omwoelt. Platvissen zoals Schar (Limanda limanda), Pladijs (Pleuronectus platessa) en Dwergtong (Buglossidium luteum) die van de juiste grootte waren verdwenen in een bak voor de kombuis van het schip en later zou het herrijzen als het avondeten van de bemanning. De rest was bijvangst en verdween terug overboord. Schattingen van overleving van de bijvangst gaan maar tot zo'n 30%. Vaak is het zelfs minder, alleen al door de grote drukverschillen die deze zeeorganismen ervaren. Quota zijn dus maar een halfslachtige oplossing voor overbevissing. Mariene reserves zoals her en der nu opduiken als kraamkamers voor vissoorten zijn een betere toekomstgerichte visie.
Een van de opdrachten was het opmeten van alle gevangen platvissen. Merlijn en Tom gingen aan de slag, geholpen door Charlotte.
Tenslotte zag Tom dat het dik in orde was, deze trip op zee.
Een overzichtje van de gevangen vissoorten. Linksboven vindt men de Dwergtong, links in het midden Sprot (Sprattus sprattus). Linksonder ziet men Harnasmannetjes (Agonus cataphractus) en Gewone zeedonderpad (Myoxocephalus scorpius). Rechts vanboven vindt men Wijting (Merlangius merlangus, te herkennen aan de zwarte vlek aan de basis van de borstvin), daaronder Spiering (Osmerus eperlanus) oftewel het komkommervisje wegens zijn niet te verwarren geur. De kleintjes zijn Dikkopjes. De andere weet ik niet goed meer.
Een Gewone heremietkreeft (Pagurus bernhardus) die uit zijn schulp kroop. Het zachte achterlijf is goed te zien en daarom moeten zij, in tegenstelling tot hun verwante andere kreeftachtigen (Crustaceae) een schelp zoeken ter bescherming.
Een close-up van een Zeedonderpad, ik vond het een prachtige vis.
Een Harnasmannetje van dichtbij, zo valt de omhooggaande snuit des te meer op. Dat is het belangrijkste kenmerk.
Een van de schattigste dingen aan boord was wel dit, Sepiola atlantica oftewel de Atlantische dwerginktvis. Bekijk die kleuren !
Gewone zwemkrab (Liocarcinus holsatus) met eikapsel en een omklemde Noordzeegarnaal (Crangon crangon).
Met dit alles vloog de voormiddag letterlijk voorbij en we voeren weer Oostende binnen, omringd door Visdiefjes (Sterna hirundo) die her en der het water in schoten om een maaltje vis te vangen.
Dit was een van de opvallendste dingen die ochtend, een van de windmolenwieken voor het windpark op de Thorntonbank. Indrukwekkend !
Na onze lunch bezochten we het VLIZ, Vlaams instituut voor de Zee, in Oostende. Één van de onderzoeksgroepen hield zich bezig met determineren van de diverse fauna in onze mariene wateren, een voorbeeldje was deze Geep (Belone belone) onder de binoculair.
Maar er worden ook dingen gekweekt voor onderzoek zoals deze roggen.
Arne bekijkt met aandacht het drukke leven in de kweekbakken.
Tenslotte is een van de belangrijkste onderzoeksonderwerpen onderzoek op otolieten, een binnenoorstructuur van vissen dat gebruikt kan worden voor identificatie van de soort en zo gebruikt kan worden in historische onderzoeken (wat aten de mensen in Mechelen aan vissoorten honderd jaar geleden ?) of in het huidige visserijbeleid (lange termijn onderzoeken op visstocks, controle van vangbeperkingen, ...). Het is een van de meest boeiende onderwerpen die het VLIZ voor haar rekening neemt.

Dan was de dag weer voorbij en in een plensende onweersbui lopen we de overvolle tram op om ons tussen de mensen door te persen en naar het station van Oostende te sporen, terug naar Leuven, moe maar met tal van leuke indrukken rijker in ons brein.

woensdag 2 mei 2012

Aprils Zeeland

The first symptom of the process of killing our dreams is when we say "I'm very busy now"

Paulo Coelho
Soms is het leven een verrassing. Zelfs mijn ouders. Plots, op een maartse late avond, kondigden ze aan dat er een midweekje in Renesse, Zeeland geboekt was. Om uit te waaien samen met onze hond Darko. Van kleinsaf aan droomde ik over zulke spontane tripjes en de weidse zee, daarom is het steeds leuker om zo'n mededelingen te horen, hoe oud ik ook mag worden. Spontaniteit is het leven wel waard. En niet alleen hierom. Trouwe lezers weten inmiddels al langer hoe Zeeland een plaatsje in mijn hart veroverde.
De eerste avond gaan Darko en ik direct het strand op. Het blijkt een strand te zijn waar niet zoveel van vloedlijnen te vinden is door de wegspoelende stroming langs de vele zandbanken voor de kust maar het blijft een verzuchting om de branding te horen ruizen en een zonsondergang te aanschouwen. En dat is zeker niet het enige.
Want niet alleen de lange strandwandelingen met Darko zijn voor mij een bron van plezier, maar ook even naar de Brouwersdam fietsen en de Grijze zeehonden (Halichoerus grypus) spotten is een kinderlijk genoegen. Een genoegen dat ik dit jaar ook eens kon delen met mijn ouders en zus op onze laatste dag toen we met de auto's langs de Brouwersdam stonden en een drie kwartier durende wacht optrokken vooraleer de eerste te zien.
Toch is Zeeland niet enkel bekend om zeehonden, maar het is ook een vogelparadijs dat ik verken met mijn Stevens Galant SX. Het zonnetje schijnt en de frisse zeewind zorgt voor mijn ideale gevoelstemperatuur als ik uiteindelijk in de Prunjepolder arriveer. Tussen de schapen zitten met mijn telescoop is wel een nieuwe ervaring ...
Dit is onder andere het speelterrein van de "bonte pieten" oftewel Scholeksters (Haematopus ostralegus)...
... maar ook Kluten (Recurvirostra avosetta) hebben hier een zomerverblijf geboekt om hun nakomelingen groot te brengen.
Ondertussen zijn andere zomergasten hier aan het dineren zoals deze Lepelaar (Platalea leucorodia).
Drie dagen zijn snel voorbij en voor je het weet maak je met jouw beste harigste vriend een laatste lange strandwandeling op een zonvergoten Aprilse vrijdag langs het uitgestrekte strand terwijl Zilvermeeuwen (Larus argentatus) her en der opvliegen.
Of ze zoeken een maaltje zoals deze rakker die een Strandkrab (Carcinus maenas) heeft vastgekregen en zich verheugd op zijn schaaldier-lunch.
Andere dieren zoeken hun voedsel in de branding zoals deze Aalscholvers die zeer dichtbij het strand zwommen en regelmatig onderdoken om steeds achter visjes te jagen met wisselend succes.
Na tweeënhalf uur zandtrappen wordt het tijd om de Passat een laatste keer op te starten en terug naar België te rijden via Middelburg waar ik met mijn ouders en zus nog een lekkere maaltijd van uiensoep en schnitzel meepik. Boven Neeltje Jans pakken zich dikke grijze wolken samen dat een onrustig decor schept voor de onvermoeibare windmolens... Zeeland heeft steeds weer een speciale manier van afscheid te nemen !

maandag 23 april 2012

Brennaline

Here we sit enjoying the shade
Hey brother pour the wine
Drink the drink that I have made
Hey brother pour the wine
Tell you why the day is sunny
I'm in love with lips of honey
Wait 'til you see the way she walks
Hey brother pour the wine

Dean Martin - Hey Brother pour the wine
Het is een waterige frisse aprilochtend als Rein, Gert en ik verzamelen op de parking van de Carrefour langs de Leuvense ring. De Passat wordt weer eens volgeladen met kampeergerief, bagage, fotogerief en biologenmateriaal zoals vlindernetten en verrekijkers. Onze bestemming ? La douce France ! Na de veldstage van vorig jaar hebben wij ons hart namelijk verloren aan de Brenne, dat prachtig regionaal park in midden-Frankrijk. We kijken er al weken naar uit en nu is het eindelijk zover...
Na enige uren rijden waarvan we er bijna twee verloren in files rond Brussel en Parijs rijden we eindelijk over de gewestwegen richting Azay-le-Ferron. Dit charmant klein dorpje heeft als voordeel dat wij er de weg al goed kennen. Zo verkennen we onder andere terug Forêt de Preuilly waar deze mooie Hondsviooltjes (Viola canina) bloeien op deze vroege lentedag.

In Forêt de Preuilly verrasten we een Everzwijn (Sus scrofa) die plots uit de struiken denderde richting het dichte bos. We schrikken op en Gert beweert dat hij een jong heeft zien lopen. We overleggen even, wat als de moeder hier nog rondloopt ? Everzwijnen behoren tot Europa's meest vervaarlijke dieren als ze hun kroost beschermen. Omzichtig kijken we even rond tot Rein en Gert de oplossing van het raadsel vinden : moeder Everzwijn ligt dood op de grond en ligt er aan haar staat te beoordelen al enkele dagen. Vliegen zwermen rond en ook twee jongen hebben het leven gelaten door het gebrek aan moedermelk. Dit is helaas de natuur. Moeder Everzwijn lijkt niet neergeschoten. Het zwarte exemplaar dat we zagen voorbij denderen zal wellicht een jaarling zijn die probeert het gezin nog bijeen te houden. Maar de adrenaline blijft en we nemen een veilige afstand.
Paddenlarven (mogelijk Rugstreeppad - Epidalea calamita) dineren op het overschot van hun eislierten in een van de bosvijvers.

Gert probeert waterkevers te vangen, een moeilijke taak.
Aan de andere kant van het bos trekken we naar een deel dat we nog kennen van vorig jaar met een dassenburcht (Meles meles). Hier gaan we 's avonds op wacht zitten, weer in de hoop een flits op te vangen van dit exclusieve dier. Rein geniet van het warme weer op deze eerste dag.
Een plant die hier veel gevonden wordt op de stenige kalkbodems en nu in bloei begint te komen is de Witte affodil (Asphodelus albus). Deze plant heeft een Zuid-Europese verspreiding en in de Oudheid dacht men dat er in de onderwereld uitgestrekte velden van deze planten groeiden waarop recht werd gesproken over de doden. Deze plant werd ook op graven geplant, de zetmeelrijke wortels waren voedsel voor de doden op hun reis. In tijden van nood aten de levenden de wortels ook, geroosterd of gemalen.
In het jagersbos ging mijn geolied autohart sneller slaan bij deze originele Renault F4, de bestelwagenversie van de beroemde R4 waarvan vijf miljoen stuks verkocht werden tussen 1961 en 1993. Simpelheid op zijn best. Ik heb altijd een zwak gehad voor zulke auto's en dit exemplaar bevatte alle patina van een zwaar en vervlogen verleden.
Rein zijn hart ging eerder sneller slaan bij deze vondst van twee schedels van Beverrat (Myocastor coypus), een exoot die in Europa actief bestreden wordt omdat het een rechtstreekse concurrent is van onze inheemse Bever (Castor fiber) en omdat het schade toebrengt aan landbouwgewassen. Wellicht werden deze ooit neergeschoten.
Na het avondeten met de picknicktafel uitgeklapt aan de auto valt de avond over het land en komen de Nachtzwaluwen (Caprimulgus europaeus) met hun ratelende geluid, een late Koekoek (Cuculus canorus) en deze Rosse woelmuis (Myodes glareolus) de schemering opklaren met hun aanwezigheid.We gaan in stilte naar een plaatsje dichtbij de dassenburcht; tevergeefs. Rein hoort ze op een gegeven moment wel blazen en trippelen maar Gert en ik missen deze sensatie. Maar de alom zingende Boomkikkers (Hyla arborea) maken veel goed.
Moe gaan we terug naar de auto waar we ons zo goed als mogelijk in nestelen voor een vrij ongemakkelijke nacht... 's Morgens wakker worden met totaal beslagen ruiten vanbinnen waar het water letterlijk vanaf druppelt is voor ons een nieuwe ervaring.
Maar die ongemakkelijke nachtelijke posities zijn al snel weer vergeten als we door het gebied toeren, overal stoppend waar de natuur interessant lijkt zoals aan deze leeggelaten vijver vlakbij het natuurreservaat Chérinne. Eerst zijn we op zoek naar steltlopers tot Rein ineens een stuk of zeven Everzwijnen aan de overkant spot. We slagen erin ze tot op 150m te benaderen. Deze foto is genomen met de Canon Powershot door mijn verrekijker, in de haast vergat ik mijn Eos met de 300mm lens in de auto. Ze eten en badderen rustig voort tot een van hen plots ons recht in de ogen kijkt en nog geen seconde later is de hele troep als een trein in het dichte riet verdwenen. Ongelooflijk. De snelheid die deze zware dieren kunnen ontwikkelen grenst aan het waanzinnige. Voor mij is het een van de natuurbeelden van de afgelopen jaren die mij het meest zullen bijblijven en dat wilt wat zeggen.
We vonden geen Edelherten (Cervus elaphus) maar wel deze schattige Reeën (Capreolus capreolus) die rustig bleven grazen in 'n weide langs de weg.
Maar de Brenne staat ook bekend om de vele amfibieën zoals deze Springkikker (Rana dalmatina) die hier de Bruine kikker (Rana temporaria) ecologisch vervangt.
We waren een beetje te vroeg voor de bloemenrijke graslanden maar deze eerste Mannetjesorchis (Orchis mascula) kwam al piepen in de berm van een veldweg.
Ook vlinders zijn hier massaal thuis zoals al vorig jaar duidelijk bleek maar nu waren het vooral de algemene voorjaarssoorten zoals dit Oranjetipje (Anthocharis cardamines) op een Pinksterbloem (Cardamine pratensis), een van haar waardplanten. Toch vonden we ook langs het riet van een van de vijvers een Rouwmantel (Nymphalis antiopa), een van de zeldzamere soorten in Europa.
Als er een ding is waar mijn moeder zich geen zorgen hoeft te maken als haar zoon weer op pad is, is dat ik zou verhongeren ... Ons uitgebreid ontbijt op een dag met minder weer liet niets te wensen over !
Het lijkt misschien een mindere dag maar we passeren onder andere een dennenbos waar een Koekoek ons zowat tien minuten amuseert met zijn roep en zijn meermaals overvliegen terwijl Rein en Gert, elk met een ander succespercentage, zijn roep pogen na te doen. En zoals ik al zei sta de Brenne bekend om zijn amfibieën; Marmersalamanders (Triturus marmoratus) vonden we helaas weer niet -we waren er iets te vroeg voor- maar mijn eerste buitenlandse Vuursalamanders (Salamandra salamandra) vonden we wel !
Naast zoogdieren en amfibieën biedt de Brenne ook een paradijselijke omgeving aan vogels zoals deze Koereigers (Bubulcus ibis) die in hun typische habitat rondscharrelden naar insecten die op het vee afkomen.
Zoals de Koereigers op veeweiden afkomen, zo kwamen wij af op de vele vijvers. Gert testte hier zijn nieuwe telescoop uit.
Het lijkt niet te stoppen maar ook in de klasse der reptielen biedt de Brenne heel wat wils zoals een van de allerbelangrijkste Europese populaties van Europese moerasschildpad of Cistude d'Europe (Emys orbicularis) die helaas sterk bedreigd is. Een andere spijtige zaak is dat, als ze dichtbij zitten, ik nooit mijn 300mm lens lijk mee te hebben...
Uitdagender is nog om een van die verborgen soorten te vinden die het riet als thuishaven bestempelen zoals deze opvliegende Kwak (Nycticorax nycticorax) aan de Étang du Blizon waar een kolonie huist.
En dan gebeurde een van die dingen die een reis tot een reis maken. Een van die spelingen van het lot die de reis dubbel zo boeiend maken net als de verhalen achteraf. We kwamen aan Étang du Sous waar een zeer luxe opgebouwde kijkhut stond vol fotografen met grote cameralenzen. Een koppeltje Purperreigers vereerden het riet voor de hut met hun aanwezigheid, het mannetje probeerde het vrouwtje te paaien maar zij speelde zoals de oude filmsterren van Hollywood "hard to get". Als er dan nog eens een ander mannetje op kwam dagen draaide het schouwspel uit op ouderwets theater.

Maar tussen al die Fransen bij wie de fototoestellen met zoveel beelden per seconde klikten en ratelden zaten Guido en Greta. Zij zijn twee Vlamingen die vijftien jaar geleden ook verliefd werden op deze streek en haar prachtige natuur. Gaandeweg komt het tot een gesprek over wat wij al gezien hadden en over onze moeilijke amfibieënzoektocht met dat droog weer. Samen met hen gaan we verder naar een veepoel verderop met onze amfibieënnetjes om larven te zoeken. Ook tonen wij hen op de kaart waar onze interessante plekjes zijn. Als zij horen dat wij nog niet weten waar slapen na het verlaten van onze camping vanmorgen nodigen ze ons prompt uit in hun tuin. Want zij hebben een tweede huisje gekocht in de Brenne en plannen om na hun pensioen hier te komen wonen. Momenteel zijn zij er op vakantie met hun twee dochters. Blij verrast nemen wij de uitnodiging aan.
Het is een mooie avond, een beetje fris maar nadat wij ons geïnstalleerd hebben in Guido en Greta hun tuin zitten we allen rond een gezellig kampvuur met een glaasje rode wijn, reukgras-wodka of thee en praten we vooral over de natuur die ons aller passie is als de minuten traag voorbij glijden. Het is zo'n avond van gezelligheid dat reizen tot reizen maakt. Nieuwe ontmoetingen en gedeelde verhalen.
Foto van Reinhardt Strubbe, ons reisteam rond het Brennebord.

De volgende morgen verlaten we de Brenne na het uitwisselen van nachtvlinderweetjes, van e-mailadressen en de belofte om contact te houden. De zon schijnt. Na vier half verkleumde nachten in de tent is het terug huiswaarts keren welkom maar toch, we zullen dit gebied weer missen. Er hangt een speciaal gevoel tussen al die natuur en dieren en planten, het is de combinatie die bezoekers vergast op "Brennaline" zoals Guido het uitdrukt ... Eens zullen we zeker terug de wielen Brenne-waarts wenden voor een nieuwe dosis !