La merSteeds weer, waar ik ook ben, voel ik uiteindelijk de lokroep van de zee. Ik ben geboren in de bossen en velden van de Dijlevallei maar een groot deel van mijn kindertijd heb ik ook aan onze Belgische kust doorgebracht. Als natuurliefhebber heeft het gewoon iets, die eindeloze dynamiek die er nog steeds wild uitziet ondanks vele eeuwen menselijke beïnvloeding. Ribbels in het zand, aangespoelde schelpen, een zeester tussen de stenen van een golfbreker, geen mens die eraan tornen kan. Want het licht aldaar betovert eenieder die een paar minuutjes ervoor over heeft om te kijken en te zien, zoals op een avond hier in Middelkerke. Bovendien is de zee elke dag anders. Zo eens is ze een rustige wiegende moeder die een eenzame vissersboot wiegt in Nieuwpoort. Datzelfde piepkleine vissersbootje trekt ook bezoekers aan, benieuwd naar de restjes, zoals deze Grijze zeehond (Halichoerus grypus). Eerst ziet men de reeds gelokte meeuwen cirkelen boven een bepaalde plek in de lage golfjes en plots duikt daar het gladde, grijze, glanzende hoofd op van een zeehond die de vissen tot de oppervlakte heeft nagejaagd. Net zoals de zeehond zijn ook de Kokmeeuwen (Chroicocephalus ridibundus) belust op een lekker hapje, een van de velen die de hengelvissers op de pier geregeld wegwerpen. Een juveniele Zilvermeeuw (Larus argentatus) kijkt verlegen naar de lens. Het is een leuke periode hier langs de pier, want ook Dwergmeeuwen (Hydrocoloeus minutus), die normaal veel verder op zee foerageren, kwamen hier vlakbij de mensen om hapjes uit het water te plukken. Deze ware mariene soort heb ik nog maar zelden zo mooi voor mijn lens gehad! Ik bleef bijna een uur op de pier staan, ogen te kort om te kijken naar de capriolen van deze kleine witte acrobaten. Zelfs een adulte Drieteenmeeuw (Rissa tridactyla) komt een graantje -of visje- meepikken, vooral platviskoppen verdwenen in de golven en werden zo verorberd. Maar al die indringers van op de zee werden soms niet in dank afgenomen bij de lokale vogels zoals deze Kokmeeuw die een Dwergmeeuw tracht te verjagen. Maar de Dwergmeeuw vliegt zoals een eenmotorige Cesna ten opzichte van het lompe uiterlijk van de Kokmeeuw, die laatste is eraan voor de moeite en geeft het snel op. Dat verandert niets aan het feit dat soms, op de pier, men zich in een film van Alfred Hitchcock waant... Steenlopers (Arenaria interpres) maakten tevens direct gebruik van deze opportune voedseluitdeling. Met hun vlugge, wazige looppasjes scharrelen ze rond op de verweerde balustrade. Intussen is het op het geribbelde strand een kabaal van jewelste van de honderden steltlopers en aan- en afvliegende meeuwen. Deze Scholeksters (Haematopus ostralegus) rusten even uit na vele uren hun snavel in het zand gestoken te hebben op zoek naar de energierijke schelpdieren en strandpieren waarmee ze zich voeden. Verderop in de monding van de IJzerrivier vliegt een Lepelaar (Platalea leucorodia) op, hij is erg laat en zal zo vertrekken naar het warmere zuiden. Intussen begrazen de Vlaamse schapen, een inheems schapenras, de schorren en duinen van de monding en dragen ze ineens ook bij aan de verspreiding van de planten in het gebied dankzij hun dikke wollen vacht dat vele zaden en klitten kan vervoeren. Een langzaam verdwijnende zonsondergang tekent een nieuwe dierbare herinnering in, een nieuwe verbinding tussen mijn synapsen wordt gemaakt. Het rustige weer kan zo omslaan, enkele dagen later zorgde een strakke zeewind voor woelig water en voor duizenden Rotganzen (Branta bernicla) die zich verplicht zagen om langs de kust te trekken in plaats van boven zee. Op twintig minuten tijd zouden we er al zo'n 560 tellen, in gestrekte draf naar het zuiden. Boven de kleine verlichtingsbehuizing van de pier danst de donkere novemberlucht, als in een liedje van Guns 'n' Roses. De zee beukt in op het land, een waar spektakel voor landrotten als ik. De nimmer aflatende, felle wind zorgt ervoor dat zelfs biologen hun heil gaan zoeken in de luwte van de duinen en polders. We treffen zo de rups van een Veelvraat (Macrothylacia rubi), een spectaculaire behaarde rups die met wat geluk een dagactieve nachtvlinder wordt. Het voordeel van zulk ruw weer met zware regenwolken is wanneer het fotografische geluk een handje helpt en de schitterendste avondluchten creëert zoals hier in de uitgestrektheid van de Uitkerkse polders. De koeien trekken zich er niet veel van aan, al eeuwenlang, door weer en wind, begrazen zij wat ooit oude zeebodem was. Dan gebeurt er nog iets totaal onverwachts, een grote slaaptrekbeweging van Spreeuwen (Sturnus vulgaris) met het typische onafscheidelijke gekwetter vult de donker wordende lucht. Waar je ook kijkt, ze vliegen overal rondom ons en plots zijn ze weer verdwenen, op weg naar hun slaapplaats voor de nacht. Waarom ze dit doen is al langer een raadsel, wellicht ligt bescherming aan de basis maar waarom in dergelijke grote groepen ? Er is nog werk aan de winkel voor gedragsbiologen. Weer een andere dag, weer een ander zicht. Ik ben eens op weg met mijn fiets in het platte polderland achter Nieuwpoort. Zelfs hier komt ik nog ornithologische verwijzingen tegen zoals de naam van het gehucht "Wulpen"... Mijn haar zou moeten wapperen in de wind maar laat ons eerlijk zijn, het wordt gewoon achterover gestroomlijnd. Laat het ons daarop houden. De herfstzon licht het jaagpad langs het kanaal en biedt mij een onbelemmerd mooi zicht op de polders. Dichtbij Nieuwpoort kom ik dan weer op klassieke beelden uit het industriële verleden van de kust zoals dit oude fabrieksgebouw. Ook het contact met het verleden maakt de hedendaagse mens tot wat hij of zij is. Dat mag niet verloren gaan. Maar wat mij ook steeds weer mens maakt is Darko en onze lange wandelingen samen, door weer en wind. Veel wind en zand in dit geval op de stranden van Middelkerke en Raversijde! Het leuke aan de verlaten stranden tussen Middelkerke en Raversijde is hoe het een vogelaar de gelegenheid biedt om die ingewikkelde materie van meeuwen in te oefenen. Hier staan zowel Kleine mantelmeeuw (Larus fuscus), Grote mantelmeeuw (L. marinus) en Zilvermeeuw (L. argentatus) in het beeld van de verrekijker. In adulte vorm zijn ze gemakkelijk maar in juveniele vorm, een verenkleed die tussen de soorten erg gelijkend is en bovendien tot zo'n 4 jaar meegaat, is de determinatie en vooral leeftijdsbepaling voer voor specialisten. De Blauwe zeedistel (Eryngium maritimum), een zeldzame plant van de Atlantische kusten en typisch voor duinpioniersvegetatie, is gelukkig terug in aantal aan het toenemen in de beschermde duinen hier. Een zee-egel, een Gewone zeeappel (Psammechinus miliaris), ligt in een getijdenplas langs de golfbreker. Toen ik met mijn grootouders in het restaurant "Seagull" ging eten, had ik niet verwacht er een opgezette Jan-van-Gent (Morus bassanus) aan te treffen boven onze tafel. En weer is het stilaan tijd om de betovering af te schudden en afscheid te nemen van de Noordzee die met haar woelige streken en haar grillige geschenken mijn hart veroverd heeft...
Les a bercés
Le long des golfes clairs
Et d'une chanson d'amour
La mer
A bercé mon coeur pour la vie
Charles Trenet - La mer
Posts tonen met het label vogeltrek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vogeltrek. Alle posts tonen
zondag 15 december 2013
Aan het Noordzeestrand
Labels:
Belgische kust,
Darko,
herfst,
Ijzermonding,
Middelkerke,
natuur,
natuurreservaat,
Nieuwpoort,
Noordzee,
ornithologie,
Uitkerkse polders,
vogelaar,
vogels,
vogels kijken,
vogeltrek,
zee,
zeehond,
zeevogels
zondag 17 november 2013
Zweden - Op vleugelslagen
En de knaap zei onbevreesdDe wolken aan de horizon splitsen zich om de eerste aarzelende, rozige zonnestralen door te laten boven de Oostzee in Lotsvillan, Höllviken. Na een hele dag rijden, 1100 kilometers in de regen de dag ervoor was dit een welkome afwisseling. Roel en ik staan gereed om te vertrekken naar Falsterbo, op het meest zuidwestelijke puntje van het Zweedse vasteland. Een slaperig dorpje waar men niemand verwacht. Toch staat het er vol met mobilhomes en auto's met buitenlandse nationaliteiten. Want wat gebeurt er hier ieder najaar ? Een spectaculaire vogeltrek! Niet voor niets is er hier het Falsterbo fågelstation ingericht. De vogels die migreren naar het zuiden, op de vlucht voor hongersnood en koude, hebben hier het laatste land onder hun vleugels vooraleer ze de eerste echte barrière moeten overwinnen: de oversteek van de Oostzee. Honderden zangvogels gebruiken dit dan ook als rust- en verzamelpunt vooraleer het erop te wagen. Dit is een van de klassiekste en bekendste trekroutes waar ieder jaar ongelooflijke aantallen vogels passeren, van alle soorten en maten. Dit moest ik toch eens meegemaakt hebben! De trektelpost in de duinen ginds ligt net naast een golfterrein waar men toch best goed oplet... Na een korte wandeling komt men in de duinen met het uitzicht op de Oostzee. De laatste wolken bieden nog wat weerstand op deze ochtend. De eerste grote barrière op de lange zwerftochten van de migranten ligt te blinken in de herfstzon... Maar de trek is reeds op gang gekomen. Na een aantal dagen slecht weer profiteren ze er allemaal van, zoals deze Spreeuwen (Sturnus vulgaris). Boven het diepblauwe zeewater was er een massale beweging van duizenden Eiders (Somateria mollissima), de vogelsoort die de eiderdons levert dat nog steeds in moderne buitenkledij gebruikt wordt omwille van zijn unieke warmtehoudende eigenschappen. Het zijn prachtige vogels in hun contrastrijke verenkleed. Een andere verrassing op zee was een Alk (Alca torda) in winterkleed die op het water aan het rusten was. Dat doet mijn vogelhart steeds weer plezier om een lid van de Alcidae te zien ! Enkele Brilduikers (Bucephala clangula) genieten van de rust die deze beschutte baai hun geeft. Een Groenling (Chloris chloris) komt op krachten in de rozenbottelstruiken vooraleer de verdere reis aan te vatten. Ook de Kauwen (Corvus monedula) waren volop op trek, op zoek naar voedselrijke en warmere oorden. Van alle Corvidae zijn zij bij de kleinste maar ze trekken veel meer dan onze klassieke Kraaien (Corvus corone). Niet te onderschatten dus! Het zijn intelligente vogels die zelfs aan voedseldelen onder soortgenoten doen, meer nog dan bijvoorbeeld onze verwant de chimpansee. Waarom ze dat doen is nog niet zeker maar er zijn twee hypotheses: "voor wat hoort wat", de voedseldonor verwacht dan ook voedsel te krijgen of "Laat me met rust", ze kopen rust af van soortgenoten. Ornithologie blijft toch een boeiend iets. Van vroeg in de ochtend zijn al eenzame Sperwers (Accipiter nisus) op doortrek. Zij zijn actieve vliegers en hebben dus geen thermiek, opstijgende warme lucht, nodig om lang te kunnen vliegen. Af en toe profiteren ze ook van een snelle brunch als ze tussen de honderden doortrekkende Pimpelmezen (Cyanistes caeruleus) vliegen. Plots ziet men dan een Sperwer van zijn baan afwijken, recht in een groepje mezen, recht op zijn uitgekozen prooi af. In een seconde is het voorbij en is de Sperwer aan de dis begonnen. Naarmate de zon klimt, wordt het warmer en beginnen de eerste thermiekvliegers te komen. Vandaag zouden dat vooral Buizerds (Buteo buteo) en Ruigpootbuizerds (B. lagopus) zijn. We begeven ons rond tien uur 's morgens naar de Ljung heide: een plaats waar er meer thermiek is boven de zandvlakte en waar de roofvogels verzamelen en klimmen vooraleer in zweefvlucht de oversteek te wagen. Hier zouden we op zo'n vierenhalf uur meer dan 800 Buizerds tellen... En wij zijn niet eens geoefende tellers! Maar wij doen al snel de rest van de tellers na, met onze kampeerstoeltjes, lunch en kijkers ... Kijken maar! Boven die lange bomenrij zagen we de roofvogels aankomen, de Buizerds bleven dan meestal cirkelen, steeds hoger en hoger en steeds kwamen er vogels bij of gingen er weg. Die groepen konden soms meer dan honderd vogels omvatten, steeds cirkelend om te stijgen, zo hoog mogelijk zodat ze zolang mogelijk kunnen blijven zweven over de Oostzee richting vasteland. Indrukwekkend. Zo indrukwekkend dat ik helemaal vergat er een foto van te nemen. Ik bleef maar kijken in bewondering ... Hetzelfde gebeurde er met de paar adulte Zeearenden (Haliaeetus albicilla) die lokaal op doortocht waren, op zoek naar voedsel. Soms is genieten belangrijker dan een paar foto's nemen ... ! Maar ook de Rode wouwen (Milvus milvus) waren spectaculair in kleuren en in aantallen, we zouden er maar liefst meer dan 60 tellen! Vaak vlogen ze mee in de thermiekbellen waar de Buizerds verzamelden, met hun slanker profiel en hun typische staart waren ze er zo uit te halen met de verrekijker. De enkele koeien die de heide openhouden door begrazing trekken zich allang niks meer aan van al die vogelaars. Wij logeerden in Lotsvillan, een huurhuisje in Höllviken tegen het Falsterbo kanaal, waar in de zomer deze strandhuisjes wellicht bruisen van het leven. Nu staan ze er stilletjes bij in de strelende zon, wachtend op een nieuwe zomer. Het Lotsvillan huis was het huis van de scheepsloodsen, gebouwd in 1951, die er woonden met 30 man, ze hadden zes schepen tot hun beschikking die aangemeerd lagen in het Falsterbo kanaal. Ze waren broodnodig om de andere schepen te beschermen tegen de verraderlijke onderwaterklippen in die tijden voordat sonar en radar gemeengoed werden. Plots horen we een toeterend geluid dat ons duidelijk maakt dat we nog in het noorden zitten: Kraanvogels (Grus grus) ! Ze vliegen in een strakke formatie over, een beetje uit koers geblazen door de westenwind. De laat bloeiende Zeeraket (Cakile maritima), een pioniersplant van de Atlantische en mediterrane kusten, orneert de betonnen pier. Het nadeel aan Scandinavië in de herfst is dat het vroeg donker wordt! We brengen de avond door met koken en lezen en de Zweedse kronen te bewonderen, zoals het briefje van 100 Kronor dat Linnaeus afbeeldt: de bioloog die voor het eerst een classificatie op basis van vaste Latijnse genus- en soortnamen voorstelde om over alle talen heen zeker te zijn dat men over dezelfde soort sprak. De volgende morgen willen we nog profiteren van de vogelrijkdom van dit schiereiland en trekken we naar een reservaat op een andere landtong, de Oresund, waar koeien de polders begrazen en honderden Brandganzen (Branta leucopsis) de lucht vullen. Rietgorzen (Emberiza schoeniclus), hier eentje in zijn eerste winterkleed, genieten van de rijkdom aan zaadjes. Brandganzen, de typische bezoekers van het hoge noorden, komen ieder jaar in de winter in onze contreien overwinteren. In het Engels heten zij "barnacle goose" naar de zeepokken. Men geloofde in de middeleeuwen namelijk dat deze ganzen zoals zeepokken op drijfhout geboren werden en hierop volgroeiden, ook door de witte tekening op hun koppen en doordat ze ineens vanuit de zee het land opkwamen.
meneer, meneer, ach meneer
ach meneer een mooie vogel wil ik zijn
met sterke vleugels alstublieft meneer Merlijn
een mooie vogel in de lucht
met pluimen, poten, en een vlucht
en alle kleuren van de regenboog aha
Ach meneer, een mooie vogel wil ik zijn
met sterke vleugels alstublieft meneer Merlijn
dan kan ik slapen op een wolk
de lucht doorklieven als een dolk
en het zonlicht vangen met een boog
ach meneer, een mooie vogel wil ik zijn
Tim Visterin - De Vogel
They are produced from fir timber tossed along the sea, and are at first like gum. Afterwards they hang down by their beaks as if they were a seaweed attached to the timber, and are surrounded by shells in order to grow more freely. schreef Giraldus Cambrensis in zijn "Topographica Hiberniae" uit 1187. Zei ik al dat ornithologie boeiend is ? Weerom ziet men ze boven de zee opduiken, laag overvliegend over de vele Smienten (Anas penelope) en kan men best begrijpen waar die folklore vandaan kwam ... Dan stuiten we ineens op een vliegensvlug groepje Fraters (Linaria flavirostris), typische noordelijke vinkachtigen die in de herfst bij ons arriveren om te overwinteren langs de kust. Maar zo mooi kunnen besluipen en fotograferen, dat was mij in ons Belgenlandje nog niet gelukt ! Ze zaten zaadjes te plukken van tussen de aangespoelde wieren. Men moet er soms iets voor overhebben als amateur natuurfotograaf ... Een andere Frater zat te genieten van de rijpe kamillebloemen... Simpel en eerlijk, ze bloeien tot ver in het najaar door, blijven het interessante planten die het laatste beetje bloemenkleur geven aan het landschap vooraleer de winter invalt. Met het gegak van de ganzen nazinderend in onze oren begeven we ons terug naar de Passat, klaar om door te rijden naar een volgend verhaal in het noorden ... Meer over dat in een volgende blog !
Abonneren op:
Posts (Atom)