"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

maandag 10 december 2012

Vleugelslagen

Caresse sur l'océan
Porte l'oiseau si leger
Revenant des terres enneigées
Air éphémère de l'hiver
Au loin ton écho s'éloigne
Chateaux en Espagne
Vire au vent tournoie déploie tes ailes
Dans l'aube grise du levant
Trouve un chemin vers l'arc-en-ciel
Se decouvrira le printemps

Bruno Coulais - Caresse sur l'océan (Les Choristes)
De kilte komt op de wind die de golven beroert. Vogels grijpen terug op eeuwenoude instincten en vertrouwen op hun vleugels. Het zijn vogels die dankzij vetreserves en een behoorlijke portie geluk en ervaring uiteindelijk veilig kunnen neerstrijken op een sneeuwvrije en voedselrijk plaatsje. De onbezongen helden van de natuur, het zijn onbetwijfeld de trekvogels. Zo vond een recent onderzoek een indrukwekkend epos terug in de simpele GPS-gegevens van een gezenderde Boerenzwaluw (Hirundo rustica).
Geolocatorzwaluw B903 uit Culemborg beleeft op de terugweg naar Nederland een hels avontuur. Tijdens zijn terugtocht over de Sahara, komt B903 in zware zandstormen terecht en lijkt hij de overtocht niet te redden. Hij neemt de cruciale beslissing om honderden kilometers terug te vliegen om eerst aan te sterken en het later opnieuw te proberen. Uiteindelijk overleeft B903 de beproeving en arriveert hij eind mei in Culemborg. Met dus bijna een maand vertraging! Maar liefst 4 van de 8 geloggerde boerenzwaluwen blijken achteraf diezelfde beslissing boven de Sahara te hebben genomen, zodat ze de tocht konden overleven. Het is de eerste keer dat dit fenomeen bij zangvogels is vastgesteld.

Vogelbescherming Nederland persbericht, te lezen op natuurbericht.be
Er is dus toch nog toekomst in een van die oudste disciplines der natuurwetenschappen : de ornithologie. Voorlopig blijf ik er een hobbyist in, de vogels vinden in mij steeds weer een bewonderaar, zowel de gewoonste soorten -ooit al eens een mannetje Vink (Fringilla coelebs) goed bekeken ?- tot de zeldzame soorten zoals de Strandleeuweriken (Eremophila alpestris) die ook nu weer de trek vanuit de arctische toendra's voltooiden en onder andere neerstreken op de stranden van het Zwin, net zoals vorig jaar. Als een extraatje voor de lezer met tijd, zoek alle Strandleeuweriken in de bovenstaande foto.
Het zijn en blijven schuwe vogels ondanks hun noordelijke origine en er dichtbij geraken blijft moeilijk. Roel en ik bleven een half uur liggen in het natte zand, toen ze uiteindelijk dan toch dichterbij kwamen, gingen ze op zo'n twee meter schuin achter ons liggen. Toen ik mijn lens over Roel's onderrug probeerde te positioneren vlogen ze helaas weer op... Volgende keer (weer) beter !
Vegetatie is dan soms toch een dankbaar onderwerp.
Zoals eerder ben ik ook nu weer aan zee, niet alleen om te "vogelen" maar eveneens om lange strandwandelingen te maken met mijn trouwe viervoeter Darko, door weer en wind dus ook in plenzende regenbuien en pijnlijke hagelbuien ...
De IJzermonding wordt niet vergeten. Dit is voor mij een traditionele stopplaats geworden en ik zou er zelfs meerdere keren terugkeren in dit weekend. Het rustige, verlaten strand tussen Nieuwpoort en Westende, langs de militaire basis van Lombardsijde is ook een van de aantrekkingskrachten ...
Zeker als er na een vroege herfststorm de branding zodanig omgewoeld is geraakt dat de stranden vol liggen met schelpenvelden, zo ver als het oog reikt. Een buffet voor talrijke zeevogels zoals de meeuwen maar het is daarnaast ook een plaats voor leuke vondsten voor een strandjutter zoals ik.
Een van die typische speciale vondsten zijn levende heremietkreeften (Pagurus bernhardus), ze kruipen half uit hun schulp wegens zuurstofgebrek en wachten op de vloed.
En dit had ik nog nooit aangetroffen : een nog levende kokerworm, een Goudkammetje (Lagis koreni), familie Pectinariidae. Bemerk de borsteltjes waarmee ze voedseldeeltjes uit het water kunnen filteren, ze behoren dan ook tot de klasse Polychaeta : de borstelwormen.
Ook Gewone slangsterren (Ophiura ophiura) zijn massaal aangespoeld en vormen een maaltje voor de hongerige vogels.
De militaire erfenis laat zich tot op het strand merken. Op deze basis in Lombardsijde heeft mijn overgrootvader, Oscar Boghe, nog zijn legerdienst gedaan.
Een beeld zegt meer dan duizend woorden ...
Regelmatig kon ik op de website van het Schelpenmuseum op Schiermonniksoog, een van de Waddeneilanden, de berichten lezen over opmerkelijke strandvondsten waaronder een heel aantal organismen die groeiden op aangespoeld materiaal zoals hout en zelfs plastic. Dit Muiltje (Crepidula fornicata) is voor mij het eerste levende organisme dat ik op dit menselijke materiaal kon aantreffen. Helaas is dit voor het Muiltje (wel een exoot) de doodsteek want plastic kan je niet parasiteren. Plastics zijn een groeiend probleem en dreigen wereldwijd de oceanen te verstikken. Let dus op wat je koopt en wat je wegsmijt ...
Mijn busje is zoals de trekvogels, dat begint ook te kriebelen met het weer ...
Een andere vaste stopplaats is Baai van Heist. Dit unieke strandreservaat aan de Belgische kust herbergt vaker leuke vogelsoorten en toffe strandvondsten, qua vogels viel het in deze beginnende novembermaand helaas een beetje tegen.
Daarom werd er telkens een vervolg aan gebreid met een schemeravondje in de Uitkerkse polders.
Deze uitgestrekte oude weilanden met hun pokdalige oppervlakten, die nog steeds herinneren aan hun oorsprong van drooggelegde zeebodems, zijn van levensbelang voor onze trekvogels zoals de bekende winterganzen. Hier op de foto zijn Kleine rietganzen (Anser brachyrhynchus) zichtbaar, een klein deel van de paar honderd die op de weiden aan het grazen en aan het rusten waren. Deze sierlijke ganzen broeden op Oost-Groenland, IJsland en Spitsbergen in de korte zomers, brengen hun jongen groot aan recordtempo want voor ze het weten staat de winter weer aan de deur met de bijhorende massale trek. De populaties van Groenland en IJsland overwinteren in Groot-Brittannië en de Spitsbergenpopulatie overwintert in Nederland, België en Denemarken. De laatste vijftig jaar zijn de aantallen sterk toegenomen dankzij bescherming tegen de jacht in de overwinteringsgebieden, waarbij onze Oostkustpolders tot de meest zuidelijke overwinteringsgebieden behoren. Ook hun steeds verlate aankomsttijden zijn indicatief voor een klimaatswijziging. Kortom, het zijn boeiende beestjes !
Ook onze inheemse zoogdieren vinden hier een rustig tehuis zoals deze Haas (Lepus europaeus).
Zo nemen we weer afscheid van de kortende dagen, wachtend op een nieuw seizoen dat zijn vingers over het land uitstrekt. Weer een stap verder in die voorbijsnellende tijd ...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen