"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

donderdag 12 juni 2014

Tussen schepen en zand

We think we need so many useless things - When all we really need is time to breathe.

The Fort - Between the Trees
Een ongelooflijk genoegen overspoelt mij als ik eindelijk een flinke teug inneem van de frisse Noordzeelucht dat komt aanwaaien over het brede strand van Nieuwvliet. Na anderhalf uur rijden met Darko op de achterbank is het eindelijk zover. Het is er allemaal weer: het getrippel van zijn pootjes op het ruwe zand, het zeegeruis en de zoute wind die door mijn dunne haren speelt en mij onveranderlijk opzadelt met zandkorrels die pas in de douche verdwijnen... In de verte krijg ik er nog een bonus bij want in de golven duikt ineens een gewone zeehond (Phoca vitulina) op om een lange ademteug te nemen vooraleer weer onder te duiken. Hier heb ik terug tijd om te ademen, samen met de zeehond...
Het helpt ook dat Nieuwvliet nog een behoorlijk natuurlijk strand heeft. Het verraste mij toen ik dit gebied leerde kennen in 2011 en ook nu weer ben ik blij verrast door de vele kluten (Recurvirostra avosetta), grutto's (Limosa limosa), tjiftjaffen (Phylloscopus collybita) en fitissen (P. trochilus) die de polders, getijdengeulen en duinbosjes bevolken. Hier bevindt zich namelijk de "Verdronken Zwarte polder" waar een oude dijkdoorbraak ervoor zorgde dat dit gebied terug onder invloed stond van de zee, compleet met grote plassen, geulen, slibvorming en duinen. Het is een schitterend plezier om deze dynamiek dag in, dag uit te kunnen observeren.
Maar anders dan de vorige keer ben ik hier nu in de vroege lente wanneer de sleedoornhagen (Prunus spinosa) die de duinpaden aflijnen in bloei staan. Onder een steeds aan kracht winnende zon zingt het vogelkoor en beginnen de eerste voorjaarsvlinders rond te fladderen. Ik wandel hier nu rond met Reinhardt en Kaat die vanuit Brugge te fiets gekomen zijn en blijven logeren. Ook zij hebben behoefte aan tijd om te ademen. En waar kan dat beter dan aan de kust ?
En overal waar we keken, krioelde het van deze rupsen van een of andere nachtvlinder. Overal kon men hun gespinde nesten vinden.
Ook deze vreemde paddenstoel hoort bij de vondsten, het is wat morielachtig maar dat lijkt het ook niet te zijn. Het is wel een mooie verschijning in zijn gekartelde simpelheid.
Het leuke aan Zeeland is dat er overal wel iets te ontdekken valt, zoals dit natuurgebied "Cletemspolder" vlakbij Nieuwvliet waar Reinhardt en Kaat de avontuurlijke voorzieningen zoals deze trekschuit zeer aanlokkelijk vinden, zeker op een onverwacht warme aprildag.
We zijn een beetje tevergeefs op zoek naar sternen aan de Westerschelde maar de zachte lentetemperatuur, het gezoem van onze fietsbanden en de landschappen maken ons sowieso al gelukkig genoeg !
De realiteit van de Noordzeekust is dat het wel erg grillige weerswisselingen kan opleveren, dat bewijst ook de volgende dag als Reinhardt, Kaat en ik naar de Zwingeul fietsen. Grijze wolken tinten de Zeeuwse lucht en een stevige bries koelt ons steeds af.
Maar de korte snelle fietstocht warmt ons snel op en dan zijn we aan de Zwingeul waar de zee het land binnendringt bij hoogtij en waar de duinen van oudsher de vloedlijnen raken.
Een andere leuke attractie van de Zwingeul zijn de regelmatige vondsten van fossiele haaientanden en roggentandplaatjes. Die bewuste grijze dag leken we geen succes te hebben tot we in elkaars nek begonnen te springen en jawel, het lijdend voorwerp vond zo plots fossielen ! Na een tijdje hadden we deze gymastische oefeningen niet meer nodig maar de grappige verrassingen die uit die oefeningen voortsproten zal altijd wel in ons geheugen gegrift blijven.
Links de goed bewaard gebleven tandplaat van een rog, rechts de typische driehoekige haaientand uit vervlogen tijden.
De dagen erna verkende ik de kustlijn aan Nieuwvliet met het steeds veranderende licht.
De duinen waren een ideale speelplaats voor een Border Collie zoals Darko ...
De illusie van natuurlijke rust wordt geregeld doorbroken door de aanblik van de gigantische containerschepen die een voor een aanlijnen voor de monding van de Westerschelde, de meesten van hen op weg naar de Antwerpse haven, de tweede grootste containerhaven ter wereld na Rotterdam. Ze torenen steeds boven de duintoppen uit.
Ook de klassieke strandhutjes zijn weer van de partij, van rijen witte cabines tot de enkele customised cabines die met hun creatieve kleuren de eentonigheid breken.
Maar het is hier niet enkel zand en zee. De groene polders tonen waar de mens steeds heeft geprobeerd de zee te overwinnen. Het komt ten goede aan enkele vogelsoorten zoals deze houtduif (Columba palumbus) die op het gemak zijn brunch bijeen zoekt in de tuin van ons huurhuisje.
En dan breekt de avond aan en begeef ik mij weer naar het strand, simpelweg om te genieten van het laatste avondlicht dat de golven streelt...
Of om toe te kijken hoe de schapen in het laatste avondlicht het polderonderhoud uitvoeren...
Of om de snelle hommels te bestuderen die vlijtig de witte dovenetel (Lamium album) bezoeken...
Het is een beetje onwerkelijk hoe de rust invalt in de polders achter de dijk. De steltlopers wachten op het eb voor hun onophoudelijke foerageren terwijl de ganzen en de eenden hun slaapplaatsen opzoeken samen met de zangvogels, de kraaien en de duiven.
Gedurende haar neerwaartse tocht aan de steeds bewegende horizon kleurt de zon de hemel in alle tinten rood en blauw, van rozig oranje tot mauve en violet. Maar de belangrijke economische zeevaartroute ligt nooit stil ...
Op mijn laatste dag besluit ik mijn fiets nog eens uit het schuurtje te halen en een fietstocht te maken tot het meest westelijke punt van Nederland: Westkapelle. Dit dorp is gelegen op het eerste Zeeuwse (schier)eiland vanaf België gezien en ligt ongeveer 40 kilometer van Nieuwvliet vandaan. Niet zoveel, ware het niet dat er een brede riviermonding tussen gelegen is: de Westerschelde. Daarom moet ik in Breskens een veerboot nemen naar Vlissingen en bevind ik mij dus op de grote zeedijk voor Breskens.
Een van de twee veerboten ligt in panne en de dienstregeling is noodzakelijkerwijze aangepast. Ik nuttig mijn brunch dan ook met het zicht op Vlissingen.
Na iets meer dan een uur wachten kan ik met mijn trouwe fiets dan eindelijk inschepen op de "Prinses Maxima". Het is mijn eerste boottocht op een catamaran en ik kijk ernaar uit. Dit type van schepen is dan wel sneller, het is ook minder stabiel dan de klassieke designs met één boeg en dat lijkt merkbaar, zelfs bij het rustige water van de Westerschelde op deze zonnige dag.
Het verkeer bleef doorvaren, dag in, dag uit. Een ware ader van de wereldeconomie.
Het duurt echter niet lang of ik sta weer op vaste grond in Vlissingen. Vlissingen is een stad door en voor de grillige Noordzee en de Schelde gevormd. Een verhaal van visserij, landbouw en talrijke stormen tekent zich duidelijk af in de vele historische gebouwen en standbeelden die de Zeeuwen hier oprichtten. De Oranjemolen uit 1699 is daar een prachtige getuige van, hier op de uitgestrekte rivierdijk. Na een restauratie omstreeks 2000 is deze molen, in het bezit van de gemeente, nog steeds regelmatig in bedrijf.
De grillige zee is hier nooit veraf en dat is ook duidelijk in dit standbeeld dat Frans Naerebout eert. Deze loods redde op 24 juli 1779 het leven van 87 opvarenden van de Woestduin, een schip in dienst van de VOC, de Vereenigde Oostindische Compagnie, dat terug kwam van Batavia en in een storm in stukken sloeg op de zandbanken voor Westkapelle. Er zouden nadien nog meer reddingen volgen in vaak zware stormen en Frans Naerebout, samen met talrijke andere kloeke schippers, krijgen nog steeds erkenning voor hun daden.
Nu is het historische centrum in rust gehuld maar deze stad heeft woelige tijden gekend, niet alleen veroorzaakt door de natuur maar ook door haar strategische ligging aan de riviermonding. Ze heeft Spaanse, Franse en Duitse veroveraars over de vloer gekregen in haar 1400jarige geschiedenis.
Zo werd er hier in de twintigste eeuw nog zwaar gevochten door de geallieerden om het eiland Walchteren te bevrijden van de Duitse bezetter. Verschillende polders en dorpen werden door gerichte dijkdoorbraken onder water gezet. Het woelige oorlogsverleden is nog terug te vinden langs het beboste fietspad in de vorm van de vele antitanklinies van gewapend beton.
Eenmaal in Westkapelle aangekomen wordt het verleden nog tastbaarder in de vorm van een oude tank die bij de landing achterbleef en nu als monumentale herinnering dient.
Het is ook in Westkapelle dat je dit interessante fenomeen aantreft: een kerk omgebouwd tot vuurtoren. Het "Hoge licht" of "Zuiderhoofd" is een overblijfsel van een gotische kerk die in de 18e eeuw afbrandde. In de 19e eeuw besloot men er een baken op te plaatsen zodat het gebouw als vuurtoren dienst kon doen, ook al was het aan de landzijde van de dijk. Dit werd bewust gekozen zodat er minder schade zou zijn bij eventuele overstromingen.
Het "IJzeren torentje" uit gietijzer werd in dezelfde periode ook op de zeedijk aan de waterkant geplaatst. Samen met het "Hoge licht" vormt dit een lichtlijn om de schepen het Oostgat in te leiden richting Westerschelde. Een baken in Vlissingen leidt de scheepvaart dan de uiteindelijke Westerschelde in. Eigenlijk moet ik dit in de verleden tijd schrijven want hoewel de bakens nog werken en bruikbaar zijn bij technische problemen, is hun glorie tanende door de ontwikkelingen in navigatie (GPS), sonar en scheepscommunicatie via computer en radio.
Talrijke woelige eeuwen later rusten de polders nu onder de milde lentezon, de blik gericht op wat de toekomst zou brengen met de klimaatsveranderingen en de ecologische en economische crisissen. Maar de koeien, zelfs de ijzeren exemplaren, grazen rustig verder.
Stilaan wordt het tijd om de wielen terug te wenden naar Vlissingen om de veerboot terug te nemen. De kanonnen en de Oranjemolen staan fier op de dijk in het dalende avondlicht.
Terwijl de zeewind aanwakkert en mijn gezond sportzweet droogblaast, denk ik terug aan wat ik achter mij laat. De voorpost van het "echte" Zeeland met zijn eilandbewoners, brede fietspaden, zijn eeuwige gevecht tegen het water en vooral het interessante vogelleven dat men er kan aantreffen. Zoals steeds weet ik dat ik binnenkort mijzelf weer ergens op die eilanden zal bevinden.
En voor ik het weet bevind ik me weer in de ruime polders van het stukje Zeeuws-Vlaanderen dat zich aan België hecht. De zon daalt en ik heb nog een aantal kilometers te gaan en hoewel mijn benen het beginnen te voelen, voel ik mezelf heel blij in de open ruimte en wind van de Noordzeekust. Ik zou het niet kunnen missen, mijn tijd om te ademen...



PS: blijkbaar is de algemene en wetenschappelijke benaming van soorten zoals "kluut" en "sleedoorn" stilaan algemeen aanvaard met kleine letter in plaats van hoofdletters. Er zijn nog steeds twee stromingen maar het wordt steeds algemener om het met kleine letter te schrijven en dat zal ik voortaan ook proberen te doen. Er zijn alleen enkele lastige gevallen zoals de gewone zeehond (Phoca vitulina) waar men het ook moet lezen als een soortnaam en niet als "oh, het was maar een zeehond". ;)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen