vrijdag 7 mei 2010
Lente-impressies uit de Dijlevallei
Het was een mooie tweede helft van april en een heerlijk voorsmaakje op de zomer, een sfeerimpressie kon dus niet ontbreken want tussen de vele groepswerken en verslagen trok ik er ook al 'ns op uit...
Een vlieg op onze kerselaar.
Een Dagpauwoog (Aglais io) vlakbij de campus.
Een Kleine plevier aan de Zandvang, Heverlee
Het mooie landschap van de Koeheide, Bertem.
Een van de wegen in de Koeheide, Bertem. Koeheide is een oude toponiem want veel heide is er tegenwoordig niet meer te vinden maar het is een gebied dat toch wel een grote landschappelijk waarde vertegenwoordigt.
Grote muur, een lid van de anjerfamilie en een van onze simpelste en mooiste voorjaarsbloeiers.
En voor de vlinders wordt 't weer opletten, Rasta-Roel is weer op determinatiepad !
maandag 3 mei 2010
Lente in Egenhovenbos
Een van de eerste mooie aprildagen en het is nog steeds Paasvakantie. Darko heeft al langer de lentekriebels in zijn buik en wilt niks lievers dan erop uit gaan. Deze zonnige maandag geef ik hem volmondig zijn "goesting" zoals we zeggen en we trekken samen naar Egenhovenbos. Daar staat Jan op ons te wachten om zijn herbariumspecimens wat aan te vullen.

Egenhovenbos is het kleinste bos van de regio ten zuiden van Leuven en behoort tot de beheersregio Meerdaalwoud en wordt dus door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) beheerd. Men vind er onder andere genetisch inheemse eiken die speciaal bewaard blijven met specifieke maatregelen en wiens zaad men oogst voor de zaadbank van INBO waar het dient als inheemse reserve voor andere gebieden om zo hybridisatie van soorten tegen te gaan.
Een andere wetenswaardigheid is dat Egenhovenbos eigenlijk vooral een overstromingsbos is met dus veel elsen en esdoorn maar ook aangeplante Moerascypres met luchtwortels en al.

Dwars door Egenhovenbos ligt een verlaten spoorwegdijk, nog door de Engelsen aangelegd voor de wereldoorlogen maar waar men onverwachte moeilijkheden bij kreeg. Intussen is deze dijk uitermate geschikt gebleken om een buffer te zijn voor het overstromingswater van de Dijle, bij piekdebieten sluit men de sluizen en loopt het bos onder.
Egenhovenbos omvat ook een aantal natte hooilanden waar nu de Dotterbloemen in bloei staan en de Gevlekte orchis bloem begint te vormen voor eind juni.
Jan met een Dotterbloem dewelke in het ijzerrijke kwelwater groeide.

In het oud bos zelf is er een heel tapijt van voorjaarsbloeiers te vinden zoals de zeldzame Eenbes, de sierlijke Slanke sleutelbloemen, Gevlekte Aronskelken, Bosanemonen en het Donkersporig viooltje.

En dit alles op slechts 400 meter van onze Campus Arenberg in Heverlee ...
Egenhovenbos is het kleinste bos van de regio ten zuiden van Leuven en behoort tot de beheersregio Meerdaalwoud en wordt dus door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) beheerd. Men vind er onder andere genetisch inheemse eiken die speciaal bewaard blijven met specifieke maatregelen en wiens zaad men oogst voor de zaadbank van INBO waar het dient als inheemse reserve voor andere gebieden om zo hybridisatie van soorten tegen te gaan.
Een andere wetenswaardigheid is dat Egenhovenbos eigenlijk vooral een overstromingsbos is met dus veel elsen en esdoorn maar ook aangeplante Moerascypres met luchtwortels en al.
Dwars door Egenhovenbos ligt een verlaten spoorwegdijk, nog door de Engelsen aangelegd voor de wereldoorlogen maar waar men onverwachte moeilijkheden bij kreeg. Intussen is deze dijk uitermate geschikt gebleken om een buffer te zijn voor het overstromingswater van de Dijle, bij piekdebieten sluit men de sluizen en loopt het bos onder.
Egenhovenbos omvat ook een aantal natte hooilanden waar nu de Dotterbloemen in bloei staan en de Gevlekte orchis bloem begint te vormen voor eind juni.
In het oud bos zelf is er een heel tapijt van voorjaarsbloeiers te vinden zoals de zeldzame Eenbes, de sierlijke Slanke sleutelbloemen, Gevlekte Aronskelken, Bosanemonen en het Donkersporig viooltje.
En dit alles op slechts 400 meter van onze Campus Arenberg in Heverlee ...
dinsdag 20 april 2010
donderdag 15 april 2010
Zanderige affaires
Laat ik maar ineens met de deur in huis vallen.
Ik ben verliefd.
Jawel, ik ben verliefd !
Ik ben verliefd op een Noord-Hollands eiland, met name het waddeneiland Texel.
Ik die nooit veel van het land van onze noorderburen moest weten, deze ik is verliefd geworden op Texel. Het polderlandschap dat dit zanderig eiland doorkruist vol bloeiende bloemen en blatende schapen zorgde in de aprilzon voor taferelen die nog steeds mijn netvlies doorkruisen samen met het lied der zee. Om nog maar te zwijgen van de ongerepte natuur die angstvallig beheerd wordt maar die iedereen mag leren kennen. Texel is een schoolvoorbeeld van natuurbehoud en ruimtelijke planning, het enige ding dat mij jaloers maakt op Nederlanders.
Het begon al op de eerste dag, het was onze eerste vakantie met een hond erbij dus er waren heel wat twijfels die snel vervlogen in de stralende blauwe luchten onderweg. Darko hield zich heel rustig en paste zich snel aan de nieuwe situaties aan. Na een voorspoedige rit van zowat tweeënhalf uur kwamen we aan in Den Helder alwaar we op de veerboot van de rederij "Teso" reden met mijn vaders Audi A6 2.0 TDI. Voor de hond was dit een totaal nieuwe ervaring en de eerste keer dat hij de zee zag. Bij de overzet wapperden de haren en vlogen de meeuwen af en aan om te bedelen bij de opvarenden die op het open dek genoten van de zoute en zuivere lucht op deze engte waar de Noordzee de Waddenzee ontmoet.
De Audi A6 op de boot.
Een Kleine mantelmeeuw rust in de haven van Den Helder.
Toen we aankwamen in De Koog, aan de westkust van het eiland, ging ik direct na het uitladen met onze hond wandelen wiens energie aanstekelijk werkte. Met mijn nieuwe Columbia's aan mijn voeten die een heerlijke steun bieden, trokken we door de typische naaldbossen op zoek naar de zee. Maar de paadjes liepen door elkaar en nergens stonden duidelijke wegwijzers, uiteindelijk heb ik op mijn richtingsgevoel en Darko zijn neus moeten vertrouwen om er te geraken. Na een uur zoeken vonden we eindelijk de echte duinen en de opwinding nam toe. Darko zag zijn eerste konijntjes lopen en voelde dat er iets op til was.
We beklimmen de laatste duin en jawel, ver uitgestrekt en glanzend ligt ze daar, rustig als een slapende dame in een droom verwikkeld, golvend als altijd, de Noordzee. Darko spitst zijn oren en kwispelt even naar zijn baasje. Hij vindt deze nieuwe speelterreinen maar al te leuk en wil zo snel mogelijk naar beneden stormen om alles te verkennen en de nieuwe geuren die hem overvallen op te snuiven. Onverzadigdbaar loopt hij langs de vloedlijnen en pakt meteen enkele schelpjes op om op te eten. Waarom pakt het baasje die toch steeds af ? Hij vraagt het zich serieus af maar hij blijft lopen naar dat rare golvende ding daar voor hem. Een vijver is het niet, daar drinkt hij van en dat is lekker fris, dit is maar een rare smaak, een beetje zoals de hesp die het baasje hem soms geeft. Een rivier ook niet, dat ruist en ruikt heel anders, dat kent hij al van het lievelingsterrein van het baasje. Wat is het toch ?

Wat is dat ? Het baasje neemt een grote stap en roept hem. Nee, dat durft hij niet, dat stroomt veel te hard naar dat onbekend golvend ding vol water ginder. Het lijkt wel een rivier en daar is hij toch maar voorzichtig mee. Het baasje probeert hem te lokken met snoepjes maar Darko denkt na en kiest toch maar eieren voor zijn geld, hij blijft rustig en onaangeroerd zitten tot groot jolijt van een jong koppel. Mensen hebben het maar gemakkelijk met hun rare lange poten. "Ah we gaan terug !"
Darko blaft vrolijk en trekt met zijn tandjes aan de leiband om het baasje aan te sporen sneller te wandelen, Darko wil meer zien, meer beleven, meer ruiken, meer ... meer ... meer ... zien !
Wat is dat nu ? Het baasje blijft staan ! Flauw hoor, Darko gaat maar even liggen en ziet het baasje zijn fototoestel tevoorschijn halen voor een ijzeren ding op al dat water, waarom moet dat nu ? Konijntjes zijn toch veel interessanter baasje ? Het baasje vraagt of hij het fijn vindt, Darko kwispelt en doet even zijn oogjes toe, ja, hij geniet.
Een garnalenvisser van het eiland zelf.
Na deze lange wandeling, waarbij Darko mij op de terugweg letterlijk de duinen omhoog trok, was het goed slapen voor de volgende dag. Bij het ontbijt de volgende morgen heeft mijn vader een mapje mee dat hij net gekocht had, allemaal wandel- en fietsroutes op het eiland. Meteen beslis ik een wandelroute in de buurt te doen met een afstand van zowat 12 kilometer. Ik vertrek in De Koog aan strandpaal 20 en stap stevig door, gestreeld door een stralende zon. Het strand is quasi verlaten en de oude stormlijnen zijn bijna onaangeroerd. Zo vind ik tientallen skeletten van zeeklitten maar ook een aangespoelde en dode Alk waarvan ik de schedel recupereerde. Maar de stranden van Texel leveren altijd verrassingen op, dat is iets wat ik bij dit al te korte verblijf leerde.
Texels stilleven.
De Columbia's in actie in hun geliefkoosd biotoop
Zulke beelden zijn amper mogelijk aan onze door bebouwing gekwetste kust.
Strandjutters vinden hier de meest contrastrijke dingen.
Op weg naar het natuurreservaat De Slufter kom ik een stel Scholeksters tegen. Heel kalm klik ik de 2x extender en de 300mm lens op mijn Canon Eos 350D en sluip ik op mijn buik dichter naar de vogels toe waarbij ik mijn rugzak als statief gebruik.

Na zowat vijf kilometer kwam ik aan De Slufter. Dit is de enige plaats in heel Nederland waar de zee nog ongehinderd het land kan binnenstromen en zo een uniek biotoop vormen dat sterk gelijkt op Het Zwin in België. Er groeit veel lamsoor en de typische duinvogels zoals de Graspieper vergezellen de wandelaar met hun gefluit. Ook is dit de meest zuidelijke broedplaats van de Eidereend, een mollige vogel die men inderdaad in grote getallen kan aantreffen op en rond Texel.
Een Graspieper die mij zeer dicht naderde, dicht genoeg voor de 300mm lens.
Nadien voltooi ik de wandeling door De Muy, een gebied in de duinen waar het talrijke vee graast. Het vee hier bestaat, net als op de andere waddeneilanden, vooral uit schapen die weinig kieskeurig zijn wat hun menu of het weer aangaat. Alle dijken worden door deze dieren begraasd en de wolindustrie is vrij belangrijk met onder andere de productie van dekbedden en dergelijke. Heel typisch voor Noord-Holland zijn de oude schapenstallen die her en der in het landschap verspreid staan.

Na deze wandeling heb ik een stevige eetlust ontwikkeld en keer ik weer huiswaarts om krachten op te doen voor de volgende dag op dit ruwe eiland dat mij langzaam in bekoring kreeg. De volgende morgen huur ik een fiets met 4 versnellingen en doe ik een rondje rond heel de noordkant van eiland; vanuit De Koog naar Oosterend en Oost en dus langs de dijken die de Waddenzee temmen zo naar De Cocksdorp terwijl ik onderweg frequent stop om mijn telescoop boven te halen en te genieten van de gevleugelde natuur.
Zo zie ik een mannetje Blauwe kiekendief op amper tien meter van mij laag zwevend over de grond jagen, helemaal geconcentreerd op zijn bezigheid om mij op te merken, ik stond in volle bewondering en totale stilte toe te kijken. Ook zie ik een glimp van een van de drie Lepelaarskolonies op dit eiland samen met tientallen Kluten, Scholeksters, Tureluurs en een Bontbekplevier. De Eidereenden zijn massaal aanwezig en vormen een wit deken op het rustige water terwijl boven mij ineens een groep van zowat duizend luid snaterende Rotganzen overvliegt die na wat aarzelen toch op het water landen. Deze Rotganzen broeden en brengen hun jongen groot in Siberië en brengen de winter in warmere streken door waarbij Texel een van hun belangrijkste haltes is.
In totaal leg ik zowat vijftig kilometers af, de laatste tien dwars door de duinen waar ik alle Nederlanders inhaal die zulke heuvels niet gewoon zijn ...
Dit is De Schicht, een kunstwerk in de buurt van De Cocksdorp, het werd daar neergezet ter ere van de nieuwe dijkaanleg in 1981 en stelt eigenlijk de globale en algemene gekantelde doorsnede van een typische dijk voor.
Een van de velen...
De laatste dag, vrijdag, sluiten we onze vakantie af in Den Burg en Oudeschild om daarna vijf uur in een typische Nederlandse filedag te zitten ...
Misschien was ik toch maar beter gebleven ?
Meer foto's kunnen bezichtigd worden op mijn Picasa.
Ik ben verliefd.
Jawel, ik ben verliefd !
Ik ben verliefd op een Noord-Hollands eiland, met name het waddeneiland Texel.
Ik die nooit veel van het land van onze noorderburen moest weten, deze ik is verliefd geworden op Texel. Het polderlandschap dat dit zanderig eiland doorkruist vol bloeiende bloemen en blatende schapen zorgde in de aprilzon voor taferelen die nog steeds mijn netvlies doorkruisen samen met het lied der zee. Om nog maar te zwijgen van de ongerepte natuur die angstvallig beheerd wordt maar die iedereen mag leren kennen. Texel is een schoolvoorbeeld van natuurbehoud en ruimtelijke planning, het enige ding dat mij jaloers maakt op Nederlanders.
Het begon al op de eerste dag, het was onze eerste vakantie met een hond erbij dus er waren heel wat twijfels die snel vervlogen in de stralende blauwe luchten onderweg. Darko hield zich heel rustig en paste zich snel aan de nieuwe situaties aan. Na een voorspoedige rit van zowat tweeënhalf uur kwamen we aan in Den Helder alwaar we op de veerboot van de rederij "Teso" reden met mijn vaders Audi A6 2.0 TDI. Voor de hond was dit een totaal nieuwe ervaring en de eerste keer dat hij de zee zag. Bij de overzet wapperden de haren en vlogen de meeuwen af en aan om te bedelen bij de opvarenden die op het open dek genoten van de zoute en zuivere lucht op deze engte waar de Noordzee de Waddenzee ontmoet.
Toen we aankwamen in De Koog, aan de westkust van het eiland, ging ik direct na het uitladen met onze hond wandelen wiens energie aanstekelijk werkte. Met mijn nieuwe Columbia's aan mijn voeten die een heerlijke steun bieden, trokken we door de typische naaldbossen op zoek naar de zee. Maar de paadjes liepen door elkaar en nergens stonden duidelijke wegwijzers, uiteindelijk heb ik op mijn richtingsgevoel en Darko zijn neus moeten vertrouwen om er te geraken. Na een uur zoeken vonden we eindelijk de echte duinen en de opwinding nam toe. Darko zag zijn eerste konijntjes lopen en voelde dat er iets op til was.
We beklimmen de laatste duin en jawel, ver uitgestrekt en glanzend ligt ze daar, rustig als een slapende dame in een droom verwikkeld, golvend als altijd, de Noordzee. Darko spitst zijn oren en kwispelt even naar zijn baasje. Hij vindt deze nieuwe speelterreinen maar al te leuk en wil zo snel mogelijk naar beneden stormen om alles te verkennen en de nieuwe geuren die hem overvallen op te snuiven. Onverzadigdbaar loopt hij langs de vloedlijnen en pakt meteen enkele schelpjes op om op te eten. Waarom pakt het baasje die toch steeds af ? Hij vraagt het zich serieus af maar hij blijft lopen naar dat rare golvende ding daar voor hem. Een vijver is het niet, daar drinkt hij van en dat is lekker fris, dit is maar een rare smaak, een beetje zoals de hesp die het baasje hem soms geeft. Een rivier ook niet, dat ruist en ruikt heel anders, dat kent hij al van het lievelingsterrein van het baasje. Wat is het toch ?
Wat is dat ? Het baasje neemt een grote stap en roept hem. Nee, dat durft hij niet, dat stroomt veel te hard naar dat onbekend golvend ding vol water ginder. Het lijkt wel een rivier en daar is hij toch maar voorzichtig mee. Het baasje probeert hem te lokken met snoepjes maar Darko denkt na en kiest toch maar eieren voor zijn geld, hij blijft rustig en onaangeroerd zitten tot groot jolijt van een jong koppel. Mensen hebben het maar gemakkelijk met hun rare lange poten. "Ah we gaan terug !"
Darko blaft vrolijk en trekt met zijn tandjes aan de leiband om het baasje aan te sporen sneller te wandelen, Darko wil meer zien, meer beleven, meer ruiken, meer ... meer ... meer ... zien !
Wat is dat nu ? Het baasje blijft staan ! Flauw hoor, Darko gaat maar even liggen en ziet het baasje zijn fototoestel tevoorschijn halen voor een ijzeren ding op al dat water, waarom moet dat nu ? Konijntjes zijn toch veel interessanter baasje ? Het baasje vraagt of hij het fijn vindt, Darko kwispelt en doet even zijn oogjes toe, ja, hij geniet.
Na deze lange wandeling, waarbij Darko mij op de terugweg letterlijk de duinen omhoog trok, was het goed slapen voor de volgende dag. Bij het ontbijt de volgende morgen heeft mijn vader een mapje mee dat hij net gekocht had, allemaal wandel- en fietsroutes op het eiland. Meteen beslis ik een wandelroute in de buurt te doen met een afstand van zowat 12 kilometer. Ik vertrek in De Koog aan strandpaal 20 en stap stevig door, gestreeld door een stralende zon. Het strand is quasi verlaten en de oude stormlijnen zijn bijna onaangeroerd. Zo vind ik tientallen skeletten van zeeklitten maar ook een aangespoelde en dode Alk waarvan ik de schedel recupereerde. Maar de stranden van Texel leveren altijd verrassingen op, dat is iets wat ik bij dit al te korte verblijf leerde.
Op weg naar het natuurreservaat De Slufter kom ik een stel Scholeksters tegen. Heel kalm klik ik de 2x extender en de 300mm lens op mijn Canon Eos 350D en sluip ik op mijn buik dichter naar de vogels toe waarbij ik mijn rugzak als statief gebruik.
Na zowat vijf kilometer kwam ik aan De Slufter. Dit is de enige plaats in heel Nederland waar de zee nog ongehinderd het land kan binnenstromen en zo een uniek biotoop vormen dat sterk gelijkt op Het Zwin in België. Er groeit veel lamsoor en de typische duinvogels zoals de Graspieper vergezellen de wandelaar met hun gefluit. Ook is dit de meest zuidelijke broedplaats van de Eidereend, een mollige vogel die men inderdaad in grote getallen kan aantreffen op en rond Texel.
Nadien voltooi ik de wandeling door De Muy, een gebied in de duinen waar het talrijke vee graast. Het vee hier bestaat, net als op de andere waddeneilanden, vooral uit schapen die weinig kieskeurig zijn wat hun menu of het weer aangaat. Alle dijken worden door deze dieren begraasd en de wolindustrie is vrij belangrijk met onder andere de productie van dekbedden en dergelijke. Heel typisch voor Noord-Holland zijn de oude schapenstallen die her en der in het landschap verspreid staan.
Na deze wandeling heb ik een stevige eetlust ontwikkeld en keer ik weer huiswaarts om krachten op te doen voor de volgende dag op dit ruwe eiland dat mij langzaam in bekoring kreeg. De volgende morgen huur ik een fiets met 4 versnellingen en doe ik een rondje rond heel de noordkant van eiland; vanuit De Koog naar Oosterend en Oost en dus langs de dijken die de Waddenzee temmen zo naar De Cocksdorp terwijl ik onderweg frequent stop om mijn telescoop boven te halen en te genieten van de gevleugelde natuur.
Zo zie ik een mannetje Blauwe kiekendief op amper tien meter van mij laag zwevend over de grond jagen, helemaal geconcentreerd op zijn bezigheid om mij op te merken, ik stond in volle bewondering en totale stilte toe te kijken. Ook zie ik een glimp van een van de drie Lepelaarskolonies op dit eiland samen met tientallen Kluten, Scholeksters, Tureluurs en een Bontbekplevier. De Eidereenden zijn massaal aanwezig en vormen een wit deken op het rustige water terwijl boven mij ineens een groep van zowat duizend luid snaterende Rotganzen overvliegt die na wat aarzelen toch op het water landen. Deze Rotganzen broeden en brengen hun jongen groot in Siberië en brengen de winter in warmere streken door waarbij Texel een van hun belangrijkste haltes is.
In totaal leg ik zowat vijftig kilometers af, de laatste tien dwars door de duinen waar ik alle Nederlanders inhaal die zulke heuvels niet gewoon zijn ...
De laatste dag, vrijdag, sluiten we onze vakantie af in Den Burg en Oudeschild om daarna vijf uur in een typische Nederlandse filedag te zitten ...
Meer foto's kunnen bezichtigd worden op mijn Picasa.
Labels:
Border Collie,
Darko,
natuur,
Nederland,
Noordzee,
On the road,
Texel,
Waddenzee,
zee
maandag 5 april 2010
Plantentuin Meise
Quiet hour
You have always been my wildflower
Showing up wherever beauty's lost its way
Sheryl Crow - Wildflower
Het zonnetje schijnt barmhartig op een autobus op parking Bodart, randje Leuven. Een hele groep biologiestudenten staat klaar om zich naar de Koninklijke plantentuin van Meise te begeven in het kader van Diversiteit van Planten, Wieren en Fungi. We kijken er al naar uit de leerstof tot leven zien te komen en toevallig valt de uitgestelde excursie nu op de mooiste lentedag van maart, zo'n 20°C en de sfeer zit er meteen goed in. Hoe anders was het begin februari toen het uitgesteld werd wegens plotse en hevige sneeuwval ?
Rond tien uur zijn we in Meise, randje Brussel, en luisteren we naar de ontstaangeschiedenis van deze plantentuin en hun drie voornaamste redenen van bestaan. Deze tuin kent haar onstaan onder Nederlands bewind met een herbarium dat nog vooral Indonesië en dergelijke omvat waar de koopvaardij toen actief was. Na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 gaat dit herbarium naar het thuisland maar wordt er een grote privéverzameling overgekocht vooral met Zuid-Amerikaanse specimens uit Brazilië alwaar België eind 19e eeuw ook erg actief was. Leopold II zocht namelijk een geschikt gebied om te koloniseren en stuurde floralisten de hele wereld rond tot het zwaartepunt bleef liggen in Centraal-Afrika : Congo. Ook nu nog geldt Meise als dé specialist in Centraal-Afrika.
De drie voornaamste redenen van bestaan zijn ten eerste onderzoek, vooral dan in Afrika en in de serres, ten tweede het herbarium dat de laatste jaren weer in trek komt bij onderzoekers om systematiek te onderzoeken middels genetische technieken en ten derde de zaadbank voor korte of lange termijn voor het genetische behoud van soorten en die soms wordt aangesproken voor herintroductie in natuurgebieden.
Ook aanwezig in Meise zijn de grote biomen van de aarde -denk bijvoorbeeld aan woestijnen en regenwoud- in de serres en een grote evolutiekas waar de evolutie van het plantenrijk visueel voorgesteld wordt. Het is de moeite van het bezoeken zeker waard en als biologen genoten we ervan. Hieronder een korte sfeerimpressie.
Abonneren op:
Posts (Atom)