"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

zondag 10 juli 2011

Meerdaalse vlinders

"We do not inherit the Earth from our Ancestors,
we borrow it from our Children.
"

Indiaanse spreuk
Minder poëtisch, meer prozaïsch was de redelijk warme eerste julidag wanneer Jan en ik uit de Passat stapten met onze vlindernetten in de aanslag. Door een uitzonderlijk warm en droog voorjaar zijn er een hele rits zeldzame soorten in de Dijlevallei opgedoken waaronder Kleine ijsvogelvlinder (Limenitis camilla, een echte bossoort die op Kamperfoelie (Lonicera) haar eitjes legt), Keizersmantel (Argynnis paphia) en Grote vos (Nymphalis polychloros). Anno 2011 zijn deze erg zeldzaam in Vlaanderen en als we niet opletten verliezen we nog meer soorten aan de vergetelheid : dit jaar werd er een nieuwe Rode lijst vrijgegeven door het INBO (klik hier) waaruit blijkt dat maar liefst 65% van Vlaamse dagvlindersoorten op een of andere manier bedreigd is ! In een dichtbevolkte regio als het onze is dat ook weinig verwonderlijk. De effecten van versnippering zijn voor vlinders een cruciaal nadeel. Voor soorten zoals de tot tien jaar geleden algemene Argusvlinder (Lasiommata megera) worden zelfs soortbeschermingsplannen opgesteld op dit moment.

Ik hoop dat ik ooit mijn vlindernet en determinatieboek ter lering en waardering kan doorgeven aan mijn kinderen die zelf in onze Vlaamse contreien op pad zouden kunnen gaan én dat ze nog iets zouden vinden in de groene bebloemde weiden en bossen die wij zo vaak verkwanselden !

Maar dit warme voorjaar zorgde voor een nieuwe impuls en populaties beginnen uit te zwermen. In de voorbije examenperiode werden er diverse zeldzame vlinders waargenomen doorheen de regio; zodanig zelfs dat Jan en ik amper konden blijven zitten achter onze boeken. Dat is ons gelukkig wilskrachtig gelukt en vandaag is het dé dag. Het is tien uur in de voormiddag, de zon schijnt en de temperatuur begint langzaam te stijgen. We trekken langs het Denteneerpad waar vele plekken opengekapt zijn geweest, ideale warme plekjes voor vlinders.

Niet alleen dagvlinders maar ook andere ongewervelden zoals deze Bramensprinkhaan (Pholidoptera griseoaptera) profiteren van deze vlug opwarmende delen in een anders koel bos.

Een Groot dikkopje (Ochlodes sylvanus) zont met zijn vleugels typisch in de 45°-stand waardoor ze echt als zonnepanelen werken.

Dit Groot dikkopje zont niet maar slurpt met zijn lange tong lustig van de nectar van een braam.

En dan heeft Jan prijs ! Een van onze drie doelsoorten kunnen we vandaag afstrepen : de Kleine ijsvogelvlinder. Het blijven prachtige vlinders.

Wat verderop schrikken we een Ree (Capreolus capreolus)op tussen de hoge Adelaarsvarens terwijl we achter de vele oranje vliegende wendbare vlinders lopen. Na twintig minuten slaagde ik erin er een te vangen : het is een grote dagactieve nachtvlinder, een Huismoeder (Noctua pronuba). Ook vele kikkers en padden zijn actief in de vochtige onderbegroeiïng.

Ook de gemakkelijk herkenbare Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album) is erg actief.

In Mollendaalbos vinden we een bloedende eik die erg populair is bij de grootste wespensoort die we kennen : Hoornaars (Vespa crabro) schuimen de wond af belust op het zoete sap vol suikers en andere voedingsstoffen.

Ook Jan werkt blijkbaar op zonne-energie !

Tevreden met zo'n tien dagvlindersoorten en het gekwetter van Zwarte spechten (Dryocopus martius) verlaten we Meerdaalwoud, beiden een beetje moe maar zeer voldaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen