"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

zondag 24 augustus 2014

Over bloemen en bijtjes

I would like you to show me, if you can, where the line can be drawn between an organism and its environment. The environment is in you. It's passing through you. You're breathing it in and out. You and every other creature.

Wendell Berry
De laatste decennia is het steeds maar duidelijker geworden, behalve voor de modale burger, dat geen enkel organisme los staat van zijn omgeving en zijn leefgebied. Dat geldt ook voor onze akkergewassen die sterk afhankelijk zijn van de bestuiving door insecten, meestal bijen maar ook hommels, vlinders en andere insecten spelen hier een rol in. Door de schaalvergroting van de landbouw en het verdwijnen van groene elementen, gingen ook deze bestuiversgemeenschappen de dieperik in. Het besef groeit echter meer en meer van wat we aan het verliezen zijn en diverse onderzoeken zijn inmiddels opgestart die eerst en vooral de precieze link van de bestuivers met deze akkergewassen onderzoeken en andere onderzoeken die pogen te vinden welke oplossingen het beste zijn om zoveel mogelijk nuttige insectengemeenschappen te kunnen ondersteunen in de moderne landbouw, niet alleen voor bestuiving maar ook voor pestcontrole. Zo ook Roel zijn onderzoek aan de Université de Liège dat zich richt op verschillende groenstroken die in akkers aangelegd worden en ingezaaid worden met een akkerbloemenmengsel met plantensoorten die zeer nectarrijk zijn en geliefd zijn bij bijen en andere insecten.
Het positieve effect van deze groenstroken is reeds vastgesteld, wat Roel nu probeert uit te vinden is welke combinatie van bloemenmengsels het beste werkt in de groenstroken zelf. Hiervoor heeft hij in Gembloux een proefveld van koolzaad tot zijn beschikking waarvan de opbrengst gewogen wordt en vijf groenstroken in dit proefveld waarin de diverse mixen getest worden door inventarisaties en het vangen van insecten. Ze strekken zich uit onder onze ogen, in de steeds warmer wordende junizon, op het matige reliëf van het proefveld. De pitfalls staan omgekeerd, die hebben hun eerste ronde er al op zitten. Hier worden insecten in gevangen in een plakkerig mengsel, later worden ze op alcohol bewaard voor verdere determinatie onder de binoculair.
In een andere groenstrook stonden ze nog open, een naartsig naar voedsel zoekende klein geaderd koolwitje (Pieris napi) trok er zich weinig van aan.
Nu had Roel vooral hulp nodig bij het opmeten van willekeurig gekozen exemplaren van alle plantensoorten. Deze gegevens worden later meegenomen in de analyse omdat de structuur van een plant ook belangrijk is om microhabitats te vormen voor insecten. Hoe forser, ingewikkelder of vertakter een plant, hoe meer potentiële diversiteit aan "leefgebiedjes" en dus aan insecten deze kan bieden. We moesten een aantal "traits" zoals lengte, stengeldikte en breedte op verschillende hoogtes meten, daarnaast moesten we ook een inschatting maken van de hoek van de bladstand. En dit allemaal voor tien planten per soort, kortom, er was werk aan de winkel zoals bij deze wilde cichorei (Cichorium intybus).
Het veldwerk -nu eens in een echt veld- was zeker geen straf temidden van de prachtige uitzichten op de uitbundig bloeiende margrieten, klaprozen, kaasjeskruiden, ... Ondanks de brandende zon en de snel uitdrogende kelen schoot het werk goed op.
Naast het opmeten van de planten moesten er ook foto's genomen worden, op een gestandaardiseerde manier, van de vegetatiestructuur zelf. Dankzij de zwarte achtergrond kan een computerprogramma later deze structuur in cijfers samenvatten die dan weer in een statistische analyse gebruikt kunnen worden. Mijn job hier was eigenlijk om te dienen als grondanker: ik moest zorgen dat de plaat goed stond en ook bleef staan in de soms felle windstoten.
De twee werkdagen vlogen voorbij in het veld. Het is er stil, op de enkele vliegtuigen na. De gierzwaluwen (Apus apus) tjirpen boven de velden en af en toe zet een sprinkhaan zijn keel open maar je merkt nergens dat je vlakbij een drukke steenweg en studentenstadje zit. Zo typisch voor Wallonië is het feit dat, als je eenmaal het centrum uit bent gekomen, bijna alle bebouwing verdwijnt voor landbouw en natuurgebieden. Ik zou het haast met de Franse slag kunnen noemen. Moe na een hele dag in de zon, met uitgedroogde wangen, keer ik terug naar huis, tevreden met deze kennismaking van een andere tak van de ecologie dan waar ik mij gewoonlijk mee bezig hou. We zijn nooit te oud om iets anders te doen !

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen