"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

zondag 17 november 2013

Zweden - Op vleugelslagen

En de knaap zei onbevreesd
meneer, meneer, ach meneer
ach meneer een mooie vogel wil ik zijn
met sterke vleugels alstublieft meneer Merlijn
een mooie vogel in de lucht
met pluimen, poten, en een vlucht
en alle kleuren van de regenboog aha

Ach meneer, een mooie vogel wil ik zijn
met sterke vleugels alstublieft meneer Merlijn
dan kan ik slapen op een wolk
de lucht doorklieven als een dolk
en het zonlicht vangen met een boog
ach meneer, een mooie vogel wil ik zijn

Tim Visterin - De Vogel
De wolken aan de horizon splitsen zich om de eerste aarzelende, rozige zonnestralen door te laten boven de Oostzee in Lotsvillan, Höllviken. Na een hele dag rijden, 1100 kilometers in de regen de dag ervoor was dit een welkome afwisseling. Roel en ik staan gereed om te vertrekken naar Falsterbo, op het meest zuidwestelijke puntje van het Zweedse vasteland.
Een slaperig dorpje waar men niemand verwacht. Toch staat het er vol met mobilhomes en auto's met buitenlandse nationaliteiten. Want wat gebeurt er hier ieder najaar ? Een spectaculaire vogeltrek! Niet voor niets is er hier het Falsterbo fågelstation ingericht. De vogels die migreren naar het zuiden, op de vlucht voor hongersnood en koude, hebben hier het laatste land onder hun vleugels vooraleer ze de eerste echte barrière moeten overwinnen: de oversteek van de Oostzee. Honderden zangvogels gebruiken dit dan ook als rust- en verzamelpunt vooraleer het erop te wagen. Dit is een van de klassiekste en bekendste trekroutes waar ieder jaar ongelooflijke aantallen vogels passeren, van alle soorten en maten. Dit moest ik toch eens meegemaakt hebben! De trektelpost in de duinen ginds ligt net naast een golfterrein waar men toch best goed oplet...
Na een korte wandeling komt men in de duinen met het uitzicht op de Oostzee. De laatste wolken bieden nog wat weerstand op deze ochtend.
De eerste grote barrière op de lange zwerftochten van de migranten ligt te blinken in de herfstzon...
Maar de trek is reeds op gang gekomen. Na een aantal dagen slecht weer profiteren ze er allemaal van, zoals deze Spreeuwen (Sturnus vulgaris).
Boven het diepblauwe zeewater was er een massale beweging van duizenden Eiders (Somateria mollissima), de vogelsoort die de eiderdons levert dat nog steeds in moderne buitenkledij gebruikt wordt omwille van zijn unieke warmtehoudende eigenschappen. Het zijn prachtige vogels in hun contrastrijke verenkleed. Een andere verrassing op zee was een Alk (Alca torda) in winterkleed die op het water aan het rusten was. Dat doet mijn vogelhart steeds weer plezier om een lid van de Alcidae te zien !
Enkele Brilduikers (Bucephala clangula) genieten van de rust die deze beschutte baai hun geeft.
Een Groenling (Chloris chloris) komt op krachten in de rozenbottelstruiken vooraleer de verdere reis aan te vatten.
Ook de Kauwen (Corvus monedula) waren volop op trek, op zoek naar voedselrijke en warmere oorden. Van alle Corvidae zijn zij bij de kleinste maar ze trekken veel meer dan onze klassieke Kraaien (Corvus corone). Niet te onderschatten dus! Het zijn intelligente vogels die zelfs aan voedseldelen onder soortgenoten doen, meer nog dan bijvoorbeeld onze verwant de chimpansee. Waarom ze dat doen is nog niet zeker maar er zijn twee hypotheses: "voor wat hoort wat", de voedseldonor verwacht dan ook voedsel te krijgen of "Laat me met rust", ze kopen rust af van soortgenoten. Ornithologie blijft toch een boeiend iets.
Van vroeg in de ochtend zijn al eenzame Sperwers (Accipiter nisus) op doortrek. Zij zijn actieve vliegers en hebben dus geen thermiek, opstijgende warme lucht, nodig om lang te kunnen vliegen. Af en toe profiteren ze ook van een snelle brunch als ze tussen de honderden doortrekkende Pimpelmezen (Cyanistes caeruleus) vliegen. Plots ziet men dan een Sperwer van zijn baan afwijken, recht in een groepje mezen, recht op zijn uitgekozen prooi af. In een seconde is het voorbij en is de Sperwer aan de dis begonnen.
Naarmate de zon klimt, wordt het warmer en beginnen de eerste thermiekvliegers te komen. Vandaag zouden dat vooral Buizerds (Buteo buteo) en Ruigpootbuizerds (B. lagopus) zijn. We begeven ons rond tien uur 's morgens naar de Ljung heide: een plaats waar er meer thermiek is boven de zandvlakte en waar de roofvogels verzamelen en klimmen vooraleer in zweefvlucht de oversteek te wagen. Hier zouden we op zo'n vierenhalf uur meer dan 800 Buizerds tellen... En wij zijn niet eens geoefende tellers!
Maar wij doen al snel de rest van de tellers na, met onze kampeerstoeltjes, lunch en kijkers ... Kijken maar!
Boven die lange bomenrij zagen we de roofvogels aankomen, de Buizerds bleven dan meestal cirkelen, steeds hoger en hoger en steeds kwamen er vogels bij of gingen er weg. Die groepen konden soms meer dan honderd vogels omvatten, steeds cirkelend om te stijgen, zo hoog mogelijk zodat ze zolang mogelijk kunnen blijven zweven over de Oostzee richting vasteland. Indrukwekkend. Zo indrukwekkend dat ik helemaal vergat er een foto van te nemen. Ik bleef maar kijken in bewondering ... Hetzelfde gebeurde er met de paar adulte Zeearenden (Haliaeetus albicilla) die lokaal op doortocht waren, op zoek naar voedsel. Soms is genieten belangrijker dan een paar foto's nemen ... !
Maar ook de Rode wouwen (Milvus milvus) waren spectaculair in kleuren en in aantallen, we zouden er maar liefst meer dan 60 tellen! Vaak vlogen ze mee in de thermiekbellen waar de Buizerds verzamelden, met hun slanker profiel en hun typische staart waren ze er zo uit te halen met de verrekijker.
De enkele koeien die de heide openhouden door begrazing trekken zich allang niks meer aan van al die vogelaars.
Wij logeerden in Lotsvillan, een huurhuisje in Höllviken tegen het Falsterbo kanaal, waar in de zomer deze strandhuisjes wellicht bruisen van het leven. Nu staan ze er stilletjes bij in de strelende zon, wachtend op een nieuwe zomer.
Het Lotsvillan huis was het huis van de scheepsloodsen, gebouwd in 1951, die er woonden met 30 man, ze hadden zes schepen tot hun beschikking die aangemeerd lagen in het Falsterbo kanaal. Ze waren broodnodig om de andere schepen te beschermen tegen de verraderlijke onderwaterklippen in die tijden voordat sonar en radar gemeengoed werden.
Plots horen we een toeterend geluid dat ons duidelijk maakt dat we nog in het noorden zitten: Kraanvogels (Grus grus) ! Ze vliegen in een strakke formatie over, een beetje uit koers geblazen door de westenwind.
De laat bloeiende Zeeraket (Cakile maritima), een pioniersplant van de Atlantische en mediterrane kusten, orneert de betonnen pier.
Het nadeel aan Scandinavië in de herfst is dat het vroeg donker wordt! We brengen de avond door met koken en lezen en de Zweedse kronen te bewonderen, zoals het briefje van 100 Kronor dat Linnaeus afbeeldt: de bioloog die voor het eerst een classificatie op basis van vaste Latijnse genus- en soortnamen voorstelde om over alle talen heen zeker te zijn dat men over dezelfde soort sprak.
De volgende morgen willen we nog profiteren van de vogelrijkdom van dit schiereiland en trekken we naar een reservaat op een andere landtong, de Oresund, waar koeien de polders begrazen en honderden Brandganzen (Branta leucopsis) de lucht vullen.
Rietgorzen (Emberiza schoeniclus), hier eentje in zijn eerste winterkleed, genieten van de rijkdom aan zaadjes.
Brandganzen, de typische bezoekers van het hoge noorden, komen ieder jaar in de winter in onze contreien overwinteren. In het Engels heten zij "barnacle goose" naar de zeepokken. Men geloofde in de middeleeuwen namelijk dat deze ganzen zoals zeepokken op drijfhout geboren werden en hierop volgroeiden, ook door de witte tekening op hun koppen en doordat ze ineens vanuit de zee het land opkwamen.

They are produced from fir timber tossed along the sea, and are at first like gum. Afterwards they hang down by their beaks as if they were a seaweed attached to the timber, and are surrounded by shells in order to grow more freely. schreef Giraldus Cambrensis in zijn "Topographica Hiberniae" uit 1187. Zei ik al dat ornithologie boeiend is ?
Weerom ziet men ze boven de zee opduiken, laag overvliegend over de vele Smienten (Anas penelope) en kan men best begrijpen waar die folklore vandaan kwam ...
Dan stuiten we ineens op een vliegensvlug groepje Fraters (Linaria flavirostris), typische noordelijke vinkachtigen die in de herfst bij ons arriveren om te overwinteren langs de kust. Maar zo mooi kunnen besluipen en fotograferen, dat was mij in ons Belgenlandje nog niet gelukt ! Ze zaten zaadjes te plukken van tussen de aangespoelde wieren.
Men moet er soms iets voor overhebben als amateur natuurfotograaf ...
Een andere Frater zat te genieten van de rijpe kamillebloemen...
Simpel en eerlijk, ze bloeien tot ver in het najaar door, blijven het interessante planten die het laatste beetje bloemenkleur geven aan het landschap vooraleer de winter invalt. Met het gegak van de ganzen nazinderend in onze oren begeven we ons terug naar de Passat, klaar om door te rijden naar een volgend verhaal in het noorden ... Meer over dat in een volgende blog !

donderdag 7 november 2013

Op de Simon Stevin

Raconte-moi la mer
Dis-moi le goût des algues
Et le bleu et le vert
Qui dansent sur les vagues

Raconte-moi la mer - Jean Ferat
Het is een vroege morgen in Oostende, de milde septembertemperaturen klimmen rustig omhoog terwijl het water aan de kaden klotst en slaat. De RV Simon Stevin dobbert rustig op zijn aanlegplaats, bijna klaar voor weer een werkdag op de grillige Noordzee. Sarah en ik zijn vandaag vrijwilligers in een doctoraatsonderzoek van het ILVO omtrent de populatiestructuur en migratie van de commercieel erg belangrijke platvissen in de Noordzee (Tong, Tongschar, Pladijs en Schar).
Andreas en Kevin, de twee doctorandi, en de bemanning van de Simon Stevin zijn de hele dag in de weer met de boomkor en planktonstaalnames. Met de boomkor worden de vissen zelf gevangen, opgemeten en geteld. Met de planktonstalen worden de eitjes van platvissen eruit gezeefd. Beide monsteringstechnieken werden over de hele breedte van de Noordzee van Nieuwpoort tot De Panne uitgevoerd.
De vangsten van de boomkor dienden nadien uitgesorteerd te worden en daar was het dat Sarah en ik actief werden ingezet samen met thesisstudent Jasper die toch moest geduld oefenen vooraleer hij op de locatie kwam voor zijn staalnames van de benthos (bodemfauna). Hij gaat deze opkweken in het labo om invloed van de verzuring van het water (door CO2) na te gaan op de respiratie van nematoden die in de bodem leven.
Met de boomkor, het klassieke vangtuig van de visserij, sleept het net over de bodem. Behoorlijk verwoestend en er worden volop alternatieven ontwikkeld maar deze zijn nog niet commercieel inzetbaar. Het resultaat zie je onder andere in de enorme aantallen aan bijvoorbeeld Strandkrabben (Carcinus maenas) en Gewone zwemkrab (Liocarcinus holsatus) die gevangen worden. Een standaard protocol is om 1/3e van de vangst van de boomkor opzij te houden om dichtheden te schatten. In één zo'n derde deel telden we tot meer dan 200 krabben ...
Heel schattig zijn de Atlantische dwerginktvisjes (Sepiola atlantica), deze soort wordt tussen de twee en vijf centimeter groot en komt over heel het Atlantische gebied van IJsland tot Marokko voor.
Een voorbeeldje van een overvolle mand vers uit de boomkor, merk ook de vele schelpen op en de slangsterren (Ophiura ophiura) die in sommige vangsten de hele mand domineerden.
Ook werd er af en toe een zeldzaamheid gevangen zoals deze Zwarte grondel (Gobius niger). Deze soort, die voornamelijk in de Atlantische oceaan voorkomt, staat als gevoelig op de Nederlandse rode lijst.
En dan zie ik voor het eerst ook eens een Kabeljauw (Gadus morhua), waar de IJslandvaarders van weleer hun dagen en nachten, hun leven en gezin aan gaven in de eindeloze drang voor het bestaan.
We worden even uit onze routine gehaald door de snelle wieken van de Seaking, een Westland Sea King Mk.48, die ingezet wordt door onze luchtmacht, het 40e squadron, voor zoek- en reddingsacties (SAR) op zee en het bijstaan van vaartuigen in nood. De bemanning van de Seaking kwam een oefening doen op de Simon Stevin.
Maar ook wij zorgden zelf voor spektakel, daar heb je alleen maar enkele vastzittende emmers voor nodig ...
Een Harnasmannetje (Agonus cataphractus), een schorpioenvisachtige, weet niet goed wat hij van die rare biologen moet denken ...
Moeders mooiste is het misschien niet maar schoonheid ligt dan ook in de ogen van de toeschouwer, ik vond deze Zeedonderpad (Myoxocephalus scorpius) toch wel iets hebben...
Het rustige kabbelen van de onnatuurlijk kalme Noordzee blijft de hele dag voortduren en ik word er maar weer eens aan herinnerd dat niets zo grillig en onvoorspelbaar kan zijn als de zee. Al mijn uitvaarten op de Noordzee verliepen telkens heel anders !
De leuke waarnemingen blijven zich opstapelen zoals deze Pijlinktvis (Loligo sp.). Het zijn visuele predatoren die bij het jagen met hun ogen een prooi uitkiezen in een school vissen, zichzelf katapulteren in het water en de gekozen vis uit de school grijpen. Ze kunnen ook hun kleuren aanpassen naargelang de omstandigheden en gebruiken dit als camouflage of communicatie.
Pladijs (Pleuronectes platessa) links, te herkennen aan de vlekken en gladde huid bij aanraking, en Tong (Solea solea) rechts, te herkennen aan onder andere het "droevige mondje" en de meer rechthoekige vorm.
En we bleven sorteren, sorteren en sorteren ...
Zo tussendoor, als het schip onderweg was naar de volgende "sampling location", was er de tijd om uit te kijken op de zee, af en toe Bruinvissen (Phocoena phocoena) te spotten en detailfoto's te nemen van de nieuwste aanwinst voor de Belgische mariene wetenschappers. De RV Simon Stevin is de opvolger van RV Zeeleeuw, op welke ik voer met de mariene ecologie-excursie in 2012, en is in dienst sinds 25 mei 2012. Ze is het product van vijf jaar van afstemming op de diverse wetenschappelijke vereisten en de samenwerking tussen DAB, de Vlaamse rederij, en het VLIZ, de verantwoordelijke voor het wetenschappelijk programma van het schip. Met een lengte van 36 meter, breedte van 9,4 meter en een diepgang van 3,5 meter is ze uiterst geschikt als werkplatform. Ze heeft zelfs een elektromotor dat aangedreven wordt met een dieselgenerator zodat ze "stil" kan varen voor acoustische metingen.
Stilaan ging de lange dag voorbij en begon de lucht te kleuren door de avond.
De taak zat erop en het schip keerde terug naar de veilige haven in Oostende, we passeerden de diverse kustgemeenten zoals Middelkerke.
De route die we die dag afgelegd hadden konden we steeds volgen op deze computer. Het is ook hier dat de onderzoekers precies de locatie en omstandigheden kunnen noteren en hun vangsten kunnen timen.
Het resultaat was er ook naar, heel wat benthosstalen en stalen van de boomkorvangsten voor biomassametingen werden met de kraan op de kade gelost.
Terwijl de septemberzon Oostende een goedenacht kust, gingen Sarah en ik aan wal, op zoek naar een restaurantje om onze knorrende magen te stillen na een dergelijke interessante dag. Marien onderzoek maakt hongerig, dat is alvast een vaststelling !

zaterdag 12 oktober 2013

Verdwenen Hamsters

For the naturalist, every entrance into a wild environment rekindles an excitement that is childlike in spontaneity, [and] often tinged with apprehension, the way life ought to be lived, all the time.

E.O. Wilson
Een ecoloog is altijd blij als een kind bij elke kennismaking met de natuur maar de pijn en teleurstelling kunnen even groot zijn als iets verdwijnt dat vroeger nog een zekerheid leek. Dat gevoel heb ik nu bij de Europese hamsters (Cricetus cricetus) op het plateau van Leefdaal, hier in de Dijleregio. Tot 2009 konden de Natuurstudiegroep Dijleland en Natuurpunt bij hun inventarisaties op de graanvelden nog burchten aantreffen. Want men moet weten, wilde Hamsters zijn schuwe nachtelijke diertjes ter grootte van een cavia. Ronde oortjes, rosse rug, zwarte buik en een paar witte vlekken, gereed om uitroepen van schattigheid uit te lokken. Helaas is het voor deze soort in Vlaanderen nu echt wel één voor twaalf. Bij een inventarisatie deze zomer onder mijn coördinatie vonden we géén hamsterburchten meer in wat eens het bolwerk was voor de soort. Een treurige vaststelling van het feit dat het beleid weer veel te traag reageert. Nu pas, na vijftien jaar vaststellingen van sterke achteruitgang en nu pas, nadat er slechts twee bolwerken over bleven in Vlaanderen, nu pas begint men soortbeschermingsplannen te maken.

Het is wel zo dat de wilde Hamster het overal in Europa moeilijk heeft. Door moderne landbouwtechnieken die weinig oogst verspillen, door wintergraan dat vroeger geoogst kan worden en door het groter worden van akkers in combinatie met minder groene vluchtstroken, is de winteroverleving van de Hamsters in het gedrang gekomen. Waar er in 2000 nog vier leefgebieden waren in Vlaanderen zijn dat er vandaag nog maar twee. Nu Bertem ook bijna verdwenen is, blijft enkel nog het gebied rond Riemst en Tongeren in Limburg over, aansluitend op de enige populatie van Wallonië. Er moet dringend ingegrepen worden met beheersovereenkomsten om graan te laten staan, met educatie van het publiek om te laten zien wat we missen als de Hamster, een stukje erfgoed van de oude landbouwgebruiken, verdwijnt. Eventueel moet men zelfs aan een kweekprogramma beginnen denken en het gebied intussen herinrichten voor de Hamsters. Liever nu dan morgen.

Deze opmerkelijke en spijtige vaststelling beschreven Roel en ik op Natuurbericht.be van Natuurpunt (klik hier). Dit werd ook door de pers opgepikt. Ik heb een korte uitleg gedaan op de regionale TV-zender ROBTV en ook op de radio werd ik gevraagd om meer uitleg te geven. Het radiobericht dat op Radio2 Vlaams-Brabant verscheen op 10/10/2013 kunt u hier beluisteren: klik. Hopelijk haalt het ook iets uit. Hopelijk is het non-beleid van Schauvlieghe nu eens aan het bijdraaien. Een man mag dromen. Een kleine impressie van de vele inventarisaties op de lemige akkers ...
In parallelle banen liepen de vele vrijwilligers de pas geoogste graanakkers af, op zoek naar gaten in de grond: de hamsterburchten.
En we bleven lopen, op de uitgestrekte stoppels...
... maar helaas werd er niets gevonden. Niet op deze avond, niet op de avonden ervoor ... het begon er erg slecht uit te zien.
De boeren vragen af en toe wat we aan het doen zijn op hun akkers maar reageren steeds vol begrip, ook omdat we enkel op de geoogste velden lopen. Maar de wilde Hamster ? Nog nooit van gehoord ! Educatie is dus echt wel belangrijk.
Onder de zomerse zon liggen de strobalen te drogen.
Ik wil alle vrijwilligers nog eens extra bedanken, zeker omdat ik net in de hamsterperiode een aantal weken verstek moest laten gaan wegens een zware hielontsteking. Maar hun enthousiasme en leergierigheid maakten veel goed ! Jan documenteerde een typisch momentje in zo'n inventarisatie waarbij een gat in de grond gevonden was en dat dan nagekeken werd of het een hamsterburcht was.
Gevonden gaten werden opgemeten en gepeild om te zien of ze doorliepen of niet. Een typische hamsterburcht is meestal een gat of meerdere gaten van zo'n tien centimeter in doorsnede waar een biljartbal in kan passen. De burcht heeft vaak ook een typische architectuur bestaande uit een schuine pijp met een hoopje grond ervoor: de graafpijp, en in een halve meter in de omtrek meestal ook een loodrechte pijp naar beneden: de valpijp, waarin de Hamsters zich effectief laten vallen om aan belagers te ontkomen. Soms kunnen deze valpijpen tot 80 centimeter diep reiken ! Dit was een voorbeeld van een andere situatie met een onregelmatig gat dat 40cm onder de grond stopte zonder andere doorgangen. Dit was dus eerder uitgegraven door een woelmuis of dergelijke. Ook moeilijke zaken zijn uitgeregende gaten van bijvoorbeeld molshopen die de juiste grootte bereiken door het wegspoelen van de grond zoals kan gebeuren bij hevige onweersbuien.
Gelukkig zijn er ook andere dingen te vinden op zo'n groot akkerplateau, zoals deze sporen van een Haas (Lepus europaeus)
En dan valt de schemering weer in op het plateau, de boeren zijn nog hard aan het werk met hun grote machines. En ik ? Ik denk aan de paar Hamsters die nog ergens op onze gronden kunnen leven, denkend aan wat de dag van morgen zou brengen...

woensdag 9 oktober 2013

Nazomer in de Viroin

“One of the penalties of an ecological education is that one lives alone in a world of wounds. Much of the damage inflicted on land is quite invisible to laymen. An ecologist must either harden his shell and make believe that the consequences of science are none of his business, or he must be the doctor who sees the marks of death in a community that believes itself well and does not want to be told otherwise.”

Aldo Leopold
Bovenstaand citaat reflecteert duidelijk wat een ecologisch inzicht meebrengt in onze moderne maatschappij: men ziet de succesjes en Successen maar nog meer dan dat ziet men het falen van beleid en het verdwijnen van biodiversiteit. Toch mag men zich daar niet op toespitsen. Men moet blijven vechten. Voor de dag van morgen. Dat dagelijkse gevecht ziet men ook in de Viroinvallei waar de kalkgraslanden van weleer versnipperd zijn en een schaduw zijn van hun glorierijke zelf honderd jaar geleden. Maar men vecht voor het behoud van de soorten en een stabiel systeem waarin nog plaats is voor tijd en rust en voor schapen onder een loden zomerzon.

Zelfs als allerhande fracties beweren dat natuurbeheer ook door jagers en privé-eigenaren kan gedaan worden zonder voorkennis en met willekeur en zelfs in tijden van economische crisis kan ik het niet genoeg benadrukken: we hebben natuur nodig. Biodiversiteit, want die levert ons stabiele systemen met de bijhorende voordelen voor de mens, niet alleen economisch -waterzuivering, houtproductie, geneesmiddelen, bestuiving van landbouwgewassen en fruit- maar ook psychologisch. Soms moet hiervoor monotoon bos gekapt worden of stukken land net beschermd -denk aan de oude bossen- net om onze ecosystemen te helpen in een wereld van menselijke druk... Aan alle portefeuilletrekkers en pessimisten kan ik alleen maar mijn mijn vader beamen: "trekt uw ogen 'ns open !"...
Als bastions van biodiversiteit, tot vijftig plantensoorten per vierkante meter, staan de kalkheuvels van de Viroin in Zuid-België te blinken in de hete septemberzon. Een stralende blauwe hemel en temperaturen die het derde tiental voorbijstreven zorgen voor een mediteraan gevoel. Gert en ik zijn 's morgens in Leuven vertrokken en lopen hier nu al zwetend en lachend rond, op zoek naar de kleine en grote verrassingen.
Het is een prachtige nazomer en een aantal planten staan zelfs nog in bloei zoals dit fijnbesnaarde ogentroost (Euphrasia sp.). Als halfparasieten op grassen onttrekken ze water en voedingsstoffen aan de wortels van andere planten maar zijn ze zelf nog in staat tot fotosynthese. De onderdeling in soorten verschilt per flora maar dit is vermoedelijk Stijve ogentroost (Euphrasia stricta).
Het hoogtepunt voor vlindersoorten is een beetje voorbij maar Gert en ik worden nog zeer aangenaam verrast door deze derde (!) generatie van Paarse parelmoervlinder (Boloria dia).
Een Aardwants (Lygaeus equestris) begeeft zich dapper naar de top van de grasstengel. Dit insect leeft van plantensappen, vooral van paardenbloemen (Taraxacum sp.), Voorjaarsadonis (Adonis vernalis) en Witte engbloem (Vincetoxicum hirundinaria). Deze staan in alle kalkgraslanden.
Een andere verrassing is deze Duitse gentiaan (Gentianella germanica), voor ons een onbekende plant tot we ze begonnen op te zoeken. Het is blijkbaar een tweejarige plant dat een kensoort voor kalkgraslanden vormt. Ze komt voornamelijk voor in Zuid-Duitsland, Beierse alpen en Jura, maar heeft ook een versnipperde verspreiding in de Benelux. De Duitse gentiaan bloeit van augustus tot november in de typische vijftallige kroonvorm, lila of wit gekleurd.
Na een kleine maar leuke dwaaltocht bereiken Gert en ik eindelijk het bekende kruis op de Roche à l'Omme. Dit kijkt uit op de hele Viroinvallei.
Dan breekt de middag aan, het warmste uur van de dag en op die snel opwarmende kalkgronden merkt men dat de watervoorraad dan toch niet voldoende was. Een snelle stop in de lokale superette in Nismes en we kunnen er weer tegen, op naar de Fondry des Chiens. Dit is een andere klassieke stopplaats waar we door de hoge temperaturen helaas niet veel zagen en waar er minder planten in bloei stonden. Toch blijft de geologie van het gebied boeiend met de gekende karststeenkloof die door eeuwenlange erosie en inzakkingen is ontstaan. Ook dit is het behouden waard omdat mensen steeds behoefte hebben aan een rustpunt in hun schaarse vrije momenten, een punt waar de natuur nog wild lijkt. Dat stelt de oeroude, primitieve hersenkronkels in ieder van ons weer even gerust.
Een laatste hooibeurt wuift ons uit als we weer richting Leuven rijden met de aangename geur van coumarines in onze neus die voor de typische zoetige hooigeur zorgen. Opgeladen en paraat voor het dagelijkse gevecht, voor de dag van morgen. Hopelijk u ook ?