"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

maandag 18 januari 2010

Salamandra salamandra

Zoals sommigen onder jullie misschien al weten hou ik mij bezig met de Vuursalamanders in onze regio in kader van de Natuurstudiegroep Dijleland. Daarom trek ik elke twee avonden in maart/april het nachtelijke Meerdaalwoud in en monitor ik het welzijn van de Meerdaalse populatie aan de gekende voortplantingspoelen, ook probeer ik te lobbyen voor onderhoud van deze poelen en waak ik over de geschiktheid. Ik nam de monitoring over van Kelle Moreau, een plaatselijke bioloog die de Vuursalamanders toch wat opvolgde bij zijn nachtelijke werk om territoria van Bosuil te bepalen.

Laat ons beginnen met een korte introductie op de Vuursalamander (Salamandra salamandra). Deze vrij grote (totale lengte tot 20cm), plompe salamander bewoont in onze streken oude en vochtige loofboscomplexen. De volwassen dieren brengen hier heel hun leven in de vochtige koelte van het bos door, om alleen ’s nachts erop uit te trekken om insectenlarven en dergelijke te verorberen. Vuursalamanders zouden slechte zwemmers zijn, al bestaat hier geen uitsluitsel over. Waterpartijen worden in het vroege voorjaar enkel door de vrouwtjes bezocht in het kader van het afzetten van de larven. Ze zijn in staat het sperma van de mannetjes lange tijd in hun lichaam op te slaan en zo, wanneer de omstandigheden geschikt zijn, hun eieren inwendig te bevruchten en de larven levend te baren in het water. Deze larven zijn – in tegenstelling tot hun ouders – uitgerust met kieuwen en groeien zo’n drietal maanden in hun poel tot de metamorfose zich voltrekt. Uiteindelijk ruilen de kleine salamandertjes het water in voor een leven op het land. De Vuursalamander is daarmee de enige echte landsalamander in ons land.


Ten zuiden van de taalgrens zijn Vuursalamanders in België nog relatief makkelijk te vinden. In Vlaanderen daarentegen is deze soort zeldzaam, met ‘kwetsbaar’ als huidige Rode Lijst-status (Bauwens & Claus, 1996). Er zijn slechts enkele kleine populaties gekend waarvan de meeste in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant voorkomen (Bauwens et al., 1996). In onze Leuvense regio is vooral de populatie van Meerdaalwoud gekend.

Het was alweer een tijd geleden dat iemand de Vuursalamanderpopulatie in het Meerdaalwoud in de gaten hield. De laatste berichtgeving hierover in de Boomklever dateert inmiddels reeds van 2004 (Moreau, 2004). Via dit medium heb ik ook kennis gemaakt met dit boeiende beestje. Inmiddels heb ik het opvolgen van de Vuursalamanders op mij genomen en ga ik sinds dit jaar in het voortplantingsseizoen meerdere avonden het bos in naar de ons bekende poelen waar deze amfibieën zich voortplanten. Ik documenteer de individuele exemplaren aan de hand van foto’s – de tekening is uniek voor elk individu – en ik hou ook toegankelijkheid en geschiktheid van de poelen in de gaten. Volgens de vakliteratuur zijn het veeleisende beestjes die voor hun voortplanting heldere en zuurstofrijke brongebieden in bossen nodig hebben, maar de praktijk leerde al dat ze onder meer in Meerdaalwoud (maar bv. ook in bosgebieden in het Oost-Vlaamse Munte, Jooris, 2002) hun larven ook in verlandende bospoelen en zelfs in karrensporen kunnen onderbrengen.


Meer informatie over de resultaten van 2009 en de toch wel speciale vondst dat toen gedaan werd, komen in de volgende post uitgebreid aan bod. Deze tekst werd enigzins aangepast overgenomen uit de Boomklever (juni 2009) uit het artikel dat ik schreef samen met Kelle Moreau. De foto's heb ik zelf gemaakt met mijn Canon Eos 350D met standaard 18-55mm in 'n stikdonker bos, scherpstellen moest met een zaklamp gebeuren ...

Tot de volgende episode,
Gert

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen