"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

maandag 8 februari 2010

Birding Belgische kust

De frisse lucht van een vroege februarimorgen begroet mijn longen als ik om 7u 's morgens aan het station van Leuven sta om Roel, Pieter en Jan op te pikken voor een dagje vogelspotten aan zee, oftewel "vogelen" zoals het in de vriendenkring dubbelzinnig genoemd wordt tussen flauwe moppentapperij en mannenpraat. Met de Passat als commandoschip zetten we koers richting de IJzermonding in Nieuwpoort, in Wereldoorlog I een strategisch hoogtepunt en de aanleiding tot de loopgravenoorlog, nu een steeds waardevoller wordend natuurreservaat dat kadert in het "Plan Zeehond". Deze sympathieke zeezoogdier werd als ambassadeur gekozen voor het natuurlijk herinrichtingsproject en is aldaar regelmatig te gast waar het geniet van de beschutting en het vele voedsel dat de omgeving biedt. Geduldige spotters zien er wel al 'ns opduiken, vooral in de herfstmaanden. We komen aan na wat verkeersellende, voornamelijk op de Brusselse ring, en na wat gerommel in de kofferbak voor de telescopen, onmisbare ANWB Vogelgids of Petterson Vogelgids, verrekijkers en fototoestellen, scannen we het gebied met geduldig plezier af.

Ons geduld werd beloond met foeragerende Zilverplevieren, Scholeksters, Bontbekplevieren en af en toe een Grote mantelmeeuw. De slikgebieden boden een schuilplaats aan een zestigtal Bergeenden en ondanks de bewolking is het een mooi zicht. We komen onderweg wilde Konijnen tegen, Wulpen, een Zwarte roodstaart en niet te vergeten; een "Robotapke" , een Roodborsttapuit dus.

Een Zilverplevier net voor de kijkhut.

Een vissersboot vaart de haven binnen.

Langs de pier vonden we een dertigtal Kanoeten en zes actieve Paarse strandlopers, prachtige dieren om te zien. Op de kop van de pier, aan de waarschuwingstorens, stonden zoals gewoonlijk een aantal oudere vissers, met gepekelde wangen en af en toe georneerd met rode neuzen, te jongleren met hun lange hengels om schol en dergelijke boven te halen zodat moeder de vrouw die avond niet te klagen zou hebben. Ik vind het fascinerend om te zien, het hoort bij de golfslag van de Noordzee zoals een boer op zijn veld hoort.

Een Paarse strandloper met 'n Steenloper wat uit het beeld.

De Nieuwpoortse vissers.

Ikzelf heb altijd de neiging om te strandjutten. Het begon toen ik nog een Gertje was, tien lentes jong en voor het eerst alleen op het strand op mocht onder het toeziende oog van mijn moeder vanuit de op zee uitkijkende huurflat. Ik leerde het leven van mollusken en stekelhuidigen kennen, Golfbrekeranemonen en Wenteltrapjes hadden geen geheimen meer voor mij. Ook nu nog kriebelt het in mij als ik de zee zie en de uitgestrekte vloedlijnen, de schelpenbanken en de golfbrekers. Niet enkel het natuurlijk leven maar ook menselijke spilzucht levert soms mooie vondsten op zoals twee dagen eerder met Martijn wanneer ik twee plastic eenden vond, gekleurd als Smienten, duidelijk lokeenden voor de jacht. Eveneens zag ik die dag voor het eerst een intact skelet van een Hartegel oftewel Gewone zeeklit, van de familie van de zee-egels. Het blijft een fascinerend beestje dat zijn borstelharen gebruikt om water met broodnodig zuurstof langs de kieuwen te laten stromen.

Na Nieuwpoort was het inpakken geblazen en we stoomden richting de koningin der badsteden, de trots van koning Leopold de Tweede, de stad van Johan Vandelanotte en Jean-Marie Dedecker. Oostende. We bezochten niet de winkels noch het statige station noch de gezellige pleintjes maar gingen naar de Spuikom. Wikipedia zegt over spuikommen : een spuikom bestaat uit bassins of polders die in verbinding staan met een zeehaven via een spuisluis en die men in vroeger tijden bij hoogwater liet vollopen om ze vervolgens bij laagwater met grote kracht te ledigen. Zo kon overtollig slib uit de havens verwijderd worden, zelfs zonder de hulp van baggerschepen.

In Oostende is ze nooit voor dit doel gebruikt omdat ze te krachtig was en de kademuren beschadigde. Na vernieling van de sluizen in WOI werd in 1926 besloten het niet te herstellen. Zo bleef de ruim 80ha grote kunstmatige plas onaangeroerd en kon de watersportrecreatie zich ten volle ontwikkelen zoals een zeilclub en de duiksport. Om de duikers iets te geven om naar te kijken ontwikkelde ook de natuur onder water zich en soms worden er zelfs zeldzame levende weekdieren in aangetroffen die wellicht meekwamen met vis of dergelijke. Aangezien de Spuikom veel vis bevat is het een ideaal biotoop voor viseters zoals sierlijke Futen, kleine en snelle Dodaars, Aalscholvers en die dag zelfs een Parelduiker, een zeldzame vogel !

Een uurtje later, na een partijtje verstoppertje waarin de Parelduiker de hoofdrol op zich nam, trokken we naar de Baai van Heist. Een echt kustreservaat blootgesteld aan de grillen der getijden in de beschutting van de wereldhaven van Zeebrugge, hier vinden vogels vaak een rustige plek om te vertoeven en vele schaarse en zeldzame schelpen spoelen hier aan en blijven liggen, overgeleverd aan de prille duinvorming dat hier nog een kans krijgt. Hier vind ik twee intacte exemplaren van Stekelhoren, een schelp dat nu niet meer levend voorkomt in ons Noordzeegebied maar hier wel voorkwam in het Eemien, de tijd tussen de twee vorige ijstijden. Schelpen die nu nog aanspoelen zijn dus veelal fossiel van aard en daarom alleen al zo fascinerend. Ik identificeer mijzelf soms met deze robuuste en rustieke schelp dat straalt van de eenvoud.



Om de dag toepasselijk te eindigen trokken we naar de Uitkerkse polders, een uitgestrekt poldergebied als natuurreservaat ingericht dat sinds 1989 bestaat. In het reservaat is er een nauwe samenwerking met de plaatselijke boeren en in de winter vinden vele soorten ganzen hier hun relaxatieoord. We treffen grote groepen Kolgans en Grauwe gans aan her en der in de weidse weiden. Het is een poldergebied dus doorsneden met talrijke slootjes en kanalen waar honderden Smienten en wat Slobeenden hun toevluchtsoord vinden.



Langs zo'n slootje zien we nog net een Hermelijn in wintervacht wegvluchten, te snel voor een foto helaas maar wel een ontmoeting dat ik niet snel zal vergeten. Maar de absolute kers op de taart zijn de vaste wintergasten van dit gebied : de Velduilen (Asio flammeus). We vinden er uiteindelijk eentje majestueus en waardig op een paaltje gezeten, rustig de totale schemering afwachtend om dan in actie te schieten. Even later zien we er twee cirkelen, ze wisselen elkaar af en vliegen laag over het gras van de weiden. Ze lijken ons voor een zekere mate wel te volgen. Een spektakel in de winterse lucht zoals men niet vaak ziet en mentaal voldaan keren we terug naar de auto die in de modder staat te wachten.

De Velduil op het paaltje, foto genomen vanop statief met mijn Canon 75-300mm met Soligor 2x extender tot 600mm.

De Passat in de polders

De vogelaars op pad

Om ook de fysiek in ere te houden, besluiten we onze hongerige magen te stillen met een goede grote friet en wat bijpassende proteïnen. Terwijl we in het friethuis onze bestelling doorgeven, merkt een voorgaande klant lachend op dat wij nogal klei aan onze schoenen/laarzen hebben. Jan repliceert met "Dat heb je nu met die vettige polderklei." waarop ik inval met "Zonder die klei zouden die patatten er niet zijn die u nu lekker gaat verorberen". De nabespreking bij de grote friet luidt als volgt; 57 vogelsoorten, de toestand van het wegendek en DNA-onderzoeken. Kortom, een welbestede dag.

Meer is te vinden op Picasa.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen