"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

maandag 1 februari 2010

Doode Bemde

Het is 2010. Het internationale jaar van biodiversiteit. Laat ons hopen dat het geen hol begrip wordt maar dat mensen beseffen dat biodiversiteit ook voor ons een gezonde en stabiele toekomst verzekert. In het kader van biodiversiteit engageer ik mij al twee jaar in lokaal natuuronderzoek; de Huiszwaluwen van Blanden, trektellen en de Vuursalamanders. Daarnaast organiseer ik natuureducatieve dingen zoals groepsexcursies voor studenten, sinds dit academiejaar als Groenverantwoordelijke binnen BIOS, de Leuvense biologenkring. Ik vind het belangrijk mensen te laten inzien welke schatten er buiten hun deur liggen te wachten, je hoeft daarvoor zelfs niet eens ver te gaan, ook op jouw eigen stoeprand kan je natuur beleven. Zie je daar boven jouw hoofd die Huiszwaluw die gracieus zwevend insecten vangt voor zijn kroost ? Oh en kijk daar ! Daar groeit Vogelmuur tussen de verweerde stenen van een oude kerkhofmuur. Natuur is overal met een beetje moeite van onzer kant, vergeet niet dat de som van kleine dingen 'n groot ecologisch geheel kan vormen; kleinschalige elementen zoals tuinhagen en dergelijke kunnen al een grote hulp zijn. Het is dus niet enkel de verantwoordelijkheid van de tegenwoordige machthebbers maar ook een mentaliteitswijziging is noodzakelijk.

Een van de middelen die ik als natuureducatie beschouw, is fotografie. Fotografie is een ideaal medium om zowel kennis als schoonheid weer te geven in één krachtig beeld. Fotografie is geliefd bij het grote publiek, een feit dat we moeten gebruiken want niemand zal naar duizend woorden luisteren.

Bij mij dient fotografie dus vooral het natuureducatieve doel en daarmee zijn we bij het hoofdonderwerp van vandaag gekomen; de Doode Bemde.

De Doode Bemde is een natuurreservaat dat voor de tweede wereldoorlog vooral uit natte hooilanden bestond met hier en daar wat ruigtes. Doorheen het gebied stroomt de Dijle die zo via het zuiden Leuven binnenkomt. De Dijle is de rivier die de universiteitsstad groot heeft gemaakt en nu dient ze als ecologisch voorbeeld voor heel wat natuurbeheerders uit alle uithoeken van de Europese Unie. Een ander hydrologisch gegeven is de Ijse die in het noorden van het natuurgebied in de Dijle uitmondt. Aangezien deze hele vallei een alluviale vlakte is, is landbouw er totaal niet rendabel en hierin vinden we de oorsprong van de naam dat eigenlijk een onvruchtbare beemde, moerassig gebied, betekent.

Laarzen zijn in natte dagen onontbeerlijk.

Mijn grootmoeder, een echte boerendochter uit Korbeek-Dijle, heeft er nog gewerkt in de jaren '40 van vorige eeuw om te hooien en de koeien naar de weilanden te brengen in de zomer. Hierbij moesten ze telkens de Ijse doorsteken aangezien deze geen brug kende in die tijd. De boeren hadden toen land op de "koppen", de meanders van de Dijle. Er werd ieder jaar gehooid op het einde van juni met de "toemaat" in augustus. Er werd amper bemest, hooguit met groenbemesters zoals klavers die dan weer vele vlindersoorten aantrokken. Het water van de Dijle zelf was helder en vol leven en de oevers waren gekenmerkt door arme zanderige bodems waarop veel plantensoorten getijden die nu in onze geëutrofiëerde maatschappij de concurrentie met bijvoorbeeld Grove brandnetel niet aankunnen en zeldzaam worden.

De winterse Dijle

Dat klopt, na de oorlog veranderde alles. Veel kleine boeren konden de toenemende schaalvergroting niet bolwerken en zochten een uitweg om geld te verdienen op die "nutteloze" percelen natte grond. Toen was België nog rijk aan zware industrie en de bijhorende fabrieken. Een ervan was de Union Allumetière, fabrikant van lucifers die logischerwijze veel hout nodig hadden, dit hoefde niet van goede groeikwaliteit te zijn. Dus wat deden de grondbezitters, ze plantten alles vol met populieren die snel groeiden, die wel vochtige voeten konden verdragen en amper onderhoud vroegen. Zo werd de eens zo open valleilandschap bijna helemaal bebost met monoculturen. Het hoeft geen betoog dat dit een drastisch effect had op de biodiversiteit in het gebied. Ook werden er visvijvers gegraven, bijna allemaal met karpers bezet, een echte bodemwroetende vissoort dat zorgt voor troebel water en een slechte leefomgeving voor andere organismen. Er werd gejaagd en in de jaren '80 werden er zelfs 4x4-tochten georganiseerd. Er kwamen illegale weekendhuisjes met exoten als beplanting in hun tuin, exoten zoals bamboe en fijnspar. Dat was de Vlaamse milieumentaliteit tot ver in de jaren '80.

Vanaf 1980 begonnen de dingen te keren. Een twintigtal jaar terug was de E40 autosnelweg aangelegd, een enorme technische prestatie maar die in onze regio ook offers vroeg onder de vorm van bosareaal, er werd een heel stuk van Heverleebos doorsneden door deze nieuwigheid. Er werd een groepering opgericht in een decennium dat getuigde van een groeiend milieubewustzijn : de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud, kortweg VHM. VHM begon zich in te zetten voor het welzijn van de lokale natuur en daarbij vielen een paar percelen overgebleven weiland in de Doode Bemde op. Deze paar weilanden, ofwel tegen een kunstmatige vijver gelegen zoals het perceel Pallieter ofwel tegen de tallud van de spoorweg gelegen, zoals bijvoorbeeld het perceel Vonck, omvatten een ongezien hoog soortenaantal, onder andere ochideeën die goed gedijden op de arme gronden.

En sinds enkele jaren vond ook de Europese bever (Castor fiber) zijn weg naar de Doode Bemde.

Ook veranderden de tijden, het tijdperk van de kleine boeren met enkele koeien was voorbij, de schaalvergroting was de maat en veel oude boeren vonden geen opvolger meer en hun natte gronden, die voor de boerenstiel amper iets waard zijn, kregen ze niet verkocht. Dit was de moment en de VHM begon percelen op te kopen met ledengeld en subsidies. Zo groeide het prille reservaat tot de meer dan 230ha oppervlakte die het nu omvat waarvan rond de 180ha officiëel erkend natuurgebied.

Om toegankelijk te blijven, ook bij overstromingen, is er op sommige stukken een knuppelpad nodig.

Maar de ecologische strijd was nog niet helemaal gestreden ... Meer hierover in een volgende post.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen