"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

dinsdag 8 juni 2010

De Maten

Achtentwintig april, een zoveelste dag in sucessie van andere zeer warme lentedagen. De vroege morgen brengt verfrissing die niet al te lang meer zal blijven want we zetten koers naar een open heidegebied waar de zon genadeloos brandt op de schrale zanderige bodems waarbij onze ster de planten geselt met UV-straling en ze bedreigt met droogte en excessieve verdamping. We gaan naar de Maten in Genk, Limburg, een gebied in beheer van Natuurpunt. In het kader van een reeks excursies voor ons geïntegreerd practicum (waarbij we al Neigembos aandeden) ligt de focus vandaag op de aanwezige flora, hun ecologische aanpassingen aan deze zware leefomstandigheden en de geassocieerde fauna. Fauna zoals de Heikikker (Rana arvalis) en talrijke insecten zoals libellen en waterjuffers die hier als koudbloedigen zich in hun sas voelen. De illustrerende foto's werden getrokken met een goedkope HP compactcamera en zijn dus niet de gewoonlijke kwaliteit van mijn Canon.

De Maten zijn een mooi voorbeeld van een zeer divers landschap met mesotroof -en dus vrij arm- laaglandveen in de dalen en dan een gradiënt van natte naar droge heide met tussendoor nog een vijfendertigtal vijvers die in de 12e à 13e eeuw aangelegd werden als visvijvers om op de schrale gronden toch wat voedsel te kunnen winnen. Bovendien werd het slib van de vijvers gebruikt als natuurlijke meststof. De realiteit in het heden is een realiteit van een nutriëntenoverschot (eutrofiëring) en vervuiling waar de omleiding van vervuild water al veel aan gedaan heeft. Ook exoten beheersen het eens zo natuurlijke systeem van de vijvers en zijn een erfenis van de viskweek. Amerikaanse soorten zoals de Dwergmeerval (Ameiurus sp.) en de Zonnebaars (Lepomis gibbosus) getijen hier welig.

Om hiervan een illustratie te geven hadden de assistenten een drietal dagen eerder visfuiken geïnstalleerd in twee verschillende vijvers, een die afgevist werd en waar Snoek (Esox lucius) uitgezet en een vijver zonder benoemenswaardig beheer. Drie lieslaarzen waren meegenomen en enkele werkers met de juiste schoenmaat mochten het water in om voorzichtig de fuiken leeg te maken in de grote bak water zodat wij de gevangen soorten konden determineren op de oever. Bij de onbeheerde vijver leverde dit bijna alleen maar grote aantallen van Dwergmeerval en Zonnebaars op met een occasioneel Vetje (Leucaspius delineatus), een inheemse planktivore vis. Ook de microfauna werd bestudeerd met speciale fijngazige netjes en bokalen waarin we onder andere Watervlokreeftjes zoals Copepoda en Daphnia konden bestuderen.

Ik breng een volle visbak verder de oever op, foto door Boris Godfroid.

Op weg naar de tweede vijver kwamen we langs een van de beken die snel stromen en zo extra zuurstof in het water mengen. Hier gebruikten we de elektrische verdoofmethode om de vissen te vangen en te determineren. Door een milte voltage op het water te zetten verstoren we de gevoelige sensorische zijlijnorganen van vissen die hierdoor verdoofd worden en bovendrijven. Geen enkele exoot werd gevonden maar wel soorten zoals Zeelt (Tinca tinca), Rietvoorn (Scardinius erythrophthalmus) en Rivierbaars (Perca fluviatilis) werden gedetermineerd. Deze soorten zoeken zuurstofrijk water en zijn inheems.

De tweede vijver gonste van leven aan de oevers, talrijke Lantaarntjes en Azuurwaterjuffers vliegen flitsend tussen het loof van de Gele lis door terwijl Oeverzwaluwen (Riparia riparia) boven ons zich bedienen van het uitgebreide insectenbuffet. Ook het water zit vol leven. Hier werd de vijver afgevist een aantal jaren geleden en Snoek werd uitgezet bij het terug vullen.Deze Snoeken houden de vispopulatie onder de duim en zorgen ervoor dat bodemomwoelers zoals karpers amper de kans nog krijgen. Zo ontstaat er een evenwicht met helder water waarin planten ook een bufferend effect op algengroei hebben. Hier zat er effectief een Snoek in de fuik en het was een imposant gezicht, die spitse kop met venijnige tanden, het beest ziet er gewoon uit als een toppredator ! Ook een Paling (Anguilla anguilla) werd gevangen samen met Zeelt, Vetje en Rietvoorn. Zonnebaars werd ook nog veel gevangen maar was in hoeveelheden wel minder dan in de eerste vijver. Ook de macro-invertebraten profiteren van het heldere water en het lage visbestand en zo vingen we heel wat Waterschorpioenen en Roeipootkreeftjes tezamen met heel water libellenlarven en nog veel meer diverse soorten.

Enkele van de vrijwillers (Boris, Laurens en Jochen) in de lieslaarzen aan een van de fuiken in de tweede vijver.

De beruchte Snoek.

De droge heide vinden we terug hoger in de Maten, dat op een veertig meter hoog plateau ligt dat over het hele gebied daalt met twintig meter. Hier ziet men typerende landduinen die door planten zoals Zandzegge (Carex arenaria) worden vastgelegd en daarna verder gekoloniseerd worden door planten als Gaspeldoorn, Heidespurie en Bundgras.


Langs de randen van de vijvers zijn in de natte heide Zwarte els en wilgen zoals Geoorde en Grauwe wilg terug te vinden, in de droge heide overheerst de Kruipwilg met de Dop- en Struikheidevegetatie en tussendoor nog een paar geplagde plaatsen met Heidekartelblad of Kleine zonnedauw (Drosera intermedia) : een van de weinige insectenetende planten in onze contreien die op deze stikstofarme gronden haar stikstof uit de vertering van insecten haalt die blijven kleven op de vloeistof die het plantje afscheidt dat ook verteringsenzymen bevat. Een ander zeldzaam plantje is het Hondsviooltje (Viola canina) waarbij het bloemetje wel wat wegheeft van een karikatuur van een hond.

Deze foto van een Kleine zonnedauw werd genomen door de compactcamera op mijn omgekeerde verrekijker te zetten en in te zoomen, zo verkreeg ik een rudimentaire macrolens. Het plantje zelf is misschien maximaal twee centimeter groot ...

Een van de vijvers is een van de al te weinige Belgische innovatieve maatregelen in natuurbeheer, namelijk de amfibieënvijver waar zowel oevers, rietkragen als omgeving geschikt zijn voor soorten als Heikikker, Rugstreeppad (Epidalea calamita) en Knoflookpad (Pelobates fuscus) die expliciet losse zanderige randen zoekt om zich in te graven. Deze vijver wordt in heel Europa bewonderd en nagedaan. Hier zochten we naar Heikikkers, de soort werd door enkele mensen wel waargenomen maar hem vangen voor nader bezichtiging lukte ons niet. Wel kruisten vele Bruine en Groene kikkers net als enkele Gewone padden ons pad.


Wel vonden we vele libellen zoals Smaragdlibel en Bruine winterjuffer en in de rietkraag zong een Kleine karekiet het hoogste lied. Hier vlakbij vingen we ook een Levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) die te onderscheiden valt van de Muurhagedis (Podarcis muralis) door een gekartelde rand van de nekkraag waar de Muurhagedis een mooie rechte rand heeft.

Pieter houdt een determinatiepotje met de Levendbarende hagedis vast.

Ook de gevleugelde invertebraten kregen de nodige aandacht.

Brem, een typische pioniersplant van verstoorde zandgronden, groeit op sommige plekjes in dichte bosjes en vormt samen de omgeving een uitgelezen voortplantingsgebied voor het Groentje (Callophrys rubi), een vlinder van de familie van de Blauwtjes -what's in a name ?-. Hoog boven ons vlogen regelmatig Boomvalken op jacht en in de verte een doortrekkende Wespendief.

De dag wordt beëindigd met een Watermunt-geurproef, de grote problemen van de Heide waaronder voornamelijk de vergrassing door Pijpestrootje door stikstofdepositie van omringende landbouw en het beheer dat vooral uit begrazing bestaat door schapen of runderen. Deze runderen zochten ook het frisse water op deze snikhete dag die bij velen voor rode schouders en gezichten en voor een acute dehydratering zorgde. Een Roodborsttapuit wuift ons uit als wij ons op de iets koelere bus begeven terug naar Leuven en terug naar de koelkast vol water !

Een van de runderen die in het water verfrissing zochten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen