"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

vrijdag 4 juni 2010

Neigembos


When I grow up
I want to be a forester
run through the moss on high heels
that's what I'll do
throwing out a boomerang
waiting for it to come back to me

Fever Ray - When I grow up


Als jong kind droomde ik altijd al van een job buiten, in het veld, in open lucht. Een job dat de vibraties van leven in zich vervat had, een job dat geleefd wordt. Een pure kantoorjob, zo wist ik als jonge snaak, zou mij ziek maken, ik heb frisse lucht nodig en aarde onder mijn voeten in plaats van airconditioning en marmeren tegels. Jaren liep ik in gedachten rond als een boswachter, houthakker of een dierenarts, een nieuwe Indiana Jones of iemand die milieurampen oploste, mijn fantasieën introduceerden telkens weer hetzelfde frisse gevoel : buiten.

Momenteel krijgt dit oude verlangen langzaam vorm in mijn opleiding tot bioloog en vanaf tweede bachelor, waar ik nu beland ben, zijn er ook excursies naar alle uithoeken van het land naar heel wat specifieke en enorm intrigerende biotopen zoals de kalkgraslanden van de Viroinvallei, de polders en kusten van winters Zeeland, de nationale plantentuin in Meise die ik al voorstelde of de spelonken van het natuurhistorisch museum in Brussel.
Zo kan ik de enorm boeiende plaatsen blijven opnoemen waar mijn tomeloze nieuwsgierigheid steeds een tijdelijke bevrediging kreeg, telkens weer zag ik het gigantisme van onze biodiversiteit. Een korte indruk kan hier dus niet ontbreken vond ik en deze excursies zullen het onderwerp worden van de volgende blogs.

We begonnen de excursieweken kort na de Paasvakantie met een uitstap naar Neigembos tegen Ninove (Oost-Vlaanderen). Een van de weinige "oude" bossen of met andere woorden een bosbodem dat continu bebost is geweest sinds de Ferrariskaarten opgesteld werden. De zogenaamde Ferrariskaarten werden tussen 1771 en 1778, op last van de Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia en keizer Jozef II, opgemaakt onder leiding van Joseph Jean François Graaf de Ferraris en zijn voor het huidige natuurbeheer enorm belangrijk om richting te geven aan hun plannen, wilt men terug naar de oorspronkelijke toestand of niet en hoe kunnen we dit laten evolueren ? Om op ons onderwerp terug te komen; doordat Neigembos zulks een oude bodem heeft is het heel rijk aan de typische voorjaarsbloeiers voor een meer Atlantisch klimaat, zo zit de Boshyacinth (Hyacinthoides non-scripta) hier aan zijn meest noordoostelijke verspreidingsgebied, twintig kilometer verder in een vergelijkbaar bos zoals Meerdaalwoud zal men deze plant niet meer vinden.

Een Boshyacinth in de comfortabele beschutting van een Beuk (Fagus sylvatica).

http://lh6.ggpht.com/_uAdp6JGKFks/TAGeo5KFxAI/AAAAAAAAAc8/KmQFzGsiAyg/s512/21-04-10%20Neigembos%20Ninove5.JPG
Voorjaarsbloeiers zoals de Boshyacinth maar ook Daslook (Allium ursinum), Bosanemoon (Anemone nemorosa), Klaverzuring (Oxalis) en vele anderen die in bossen voorkomen hebben zware zaden en verspreiden dus zeer langzaam. In een vers aangeplant bos zal men dus vele jaren, zo niet eeuwen, moeten wachten eer men deze climaxsoorten terugvindt in de bodemvegetatie. Er zijn aanwijzingen dat nu pas verstoringen door de Romeinse overheersing herstellen en aan het herstellen zijn, tweeduizend tot duizend-vijfhonderd jaar duurt het dus eer men zulks een climaxvegetatie bereikt. Deze planten zijn dus zeker niet algemeen te vinden en vormen een eigen biotoop.

Voor de biologen is het een fijne uitstap zoals Lin bewijst.

Een andere eigenheid aan Neigembos is het reliëf met in de diepste dalen kwelwater -grondwater dat doorsijpelt-, dan langzaam een gradiënt van Daslook en Boshyacint in de meer basische dalen tot Meiklokjes (Convallaria majalis) op de zuurdere toppen, uitgespoeld door de regen. Op bepaalde plaatsen heeft dit bos zelfs nog een Goudveil-essenbos of Essenbronbos, een uiterst zeldzaam bostype in ons geëutrofieerd Vlaanderen. Hier groeien Paarbladig (Chrysosplenium oppositifolium) en Verspreidbladig goudveil (C. alternifolium) onder Essen en Zwarte elsen (Alnus glutinosa) in een zeer vochtig kwelgebied waar het grondwater absoluut zuiver is.

Het reliëf
.
Assistent Tobias legt het oude bosbodemprincipe uit en wat het betekent voor de ecologie van het gebied.

Een mooie voorjaarsdag in een statig beukenbos zorgt voor roerende sfeerbeelden.

Een laatste focus van deze excursie lag op de voorjaarsvlinders en de verschillende soorten zweefvliegen om een idee te hebben van diversiteit in insectenfauna. Oranjetipjes (Anthocharis cardamines) en Bonte zandoogjes (Pararge aegeria) werden veelvuldig waargenomen. Met de vlinderfauna gaat het al jaren slecht in Vlaanderen en bij uitbreiding ook in de gehele Europese Unie. Het verlies aan geschikte biotopen is hier de grote zondebok, het volstaat niet om voldoende waardplanten te hebben, ook het habitat errond dient geschikt te zijn voor de vlinder. Een treffend voorbeeld is de Aardbeivlinder (Pyrgus malvae) die we in de kalkgraslanden van de Viroinvallei tegenkwamen, die legt zijn eitjes op Aardbeiplanten maar heeft zonnige warme ruigten nodig die snel opwarmen. Deze combinatie is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend. Een ander voorbeeld is het Zoniënwoud, een eeuw geleden gerenomeerd om de grote diversiteit aan vlindersoorten door de diverse habitatten dat het gebied de vlinders kon aanbieden maar nu zijn de geleidelijke bosranden verdwenen en komt de landbouw letterlijk tot de hoge steile wand van het bos, stikstofovermaat zorgt voor verruiging met bramen en brandnetels en de habitats worden eenvormiger waardoor enkel opportunisten onder de vlindersoorten konden overleven.

Ik zoek het Bont zandoogje op in mijn Levington's vlinderginds om het geslacht van een net gevangen exemplaar te kunnen bepalen. Foto gemaakt door Siel Wellens.

Koen, Jan, Pieter en assistent Koen proberen een zweefvlieg op naam te brengen, deze beestjes zijn kampioenen in mimicry.

Het was boeiend om te zien hoe, op enkele kilometers van Brussel, nog zulke mooie oude bosfragmenten bewaard gebleven zijn, helaas in ons gefragmenteerd landschap nog des te sterker benadeeld in termen van overbrengen van soorten naar nieuwe geschikte biotopen, zo is hun bewaring des te belangrijker. Ik wil dit afsluiten met volgende quote uit een onderzoek van de VN om het belang van onze biodiversiteit aan te tonen, niet alleen voor de morele gemoedsrust maar ook voor de portemonnee (bron : deredactie.be).

Het verlies van planten- en diersoorten kost de mensheid jaarlijks tussen de 1.000 en de 3.000 miljard euro. Dat heeft het milieu-agentschap van de Verenigde Naties berekend. Het milieu beschermen is goedkoper dan het te vernielen, zegt de studie.

Siel zoekt een fotografeerbaar landschap, Maud en Nicolas zwaaien met de netjes en ik zwaai jullie uit tot de volgende post !

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen