"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

zondag 1 december 2013

Zweden - onder de maan

If you truly love nature, you will find beauty everywhere.
Van Gogh
Na de warme verwelkoming in Grimsö bij onze vrienden die ginder Wildlife biology studeerden, was het tijd om nog eens op een tripje te gaan. Nog eens wild te gaan. Maar enkele dagen in het noorden hadden al wat gevergd van mijn twaalfjarige auto. Alle dorpjes zijn te bereiken via onverharde wegen, enkel gewestwegen en snelwegen kennen de luxe van asfalt. Ondanks dat de Zweden deze onverhardde wegen zeer efficiënt en goed onderhouden zijn enkele kuilen niet te vermijden. Dat laat sporen na ... Gelukkig heeft men in het wildlife centrum in Grimsö een rudimentaire garage waarvan ik gebruik mocht maken onder de wijze woorden van een van de onderzoekers: "We are used to it, cars breaking down all the time".
Onderweg was de beschermingsplaat van de motor gesneuveld, een van de ijzeren beugels die oorspronkelijk dit plastic vasthielden was zo ook onbeschermd en terwijl we elanden zochten op een weg met vrij diepe sporen plooide het dusdanig dat ik overal de weg ploegde in plaats van comfortabel de weg te berijden ... Dit werd opgelost met ijzerdraad.
Helaas mocht noch ijzerdraad noch ducttape baden bij mijn ander probleem. Sinds Falsterbo was de Passat een rare "wobbel" beginnen ontwikkelen. De wagen schokte heen en weer bij bepaalde snelheden. Eerst dacht ik dat het aan de band lag, ik had dat bij mijn vorige wagen ook al meegemaakt door banden van een slechte kwaliteit.
Maar dit zijn Pirelli's, een goed bandenmerk. Toen ik de band eraf haalde zag ik meteen het probleem. Want het is niet echt normaal als men een stuk van de schokdemper kan heen en weer schuiven zonder belemmering ... Verdict ? Een doorgeslagen schokdemper. Daar zat ik, in de Zweedse rimboe, 1600 kilometer van huis en een met een kreupele, volbeladen auto die minstens nog eens die afstand moest afleggen. Een nieuwe schokdemper bestellen kon ik doen maar er was geen Volkswagengarage in de buurt en wie weet hoelang dat zou geduurd hebben. Ik zette het reservewiel erop en, hoewel ik de slijtage van de band in de gaten hield, reed ik er mee voort. Dat kan best, zolang men maar rijdt als een goede huisvader. In Afrika rijden ze rond met grotere "mankementen".
Wij lieten ons er dus niet door tegenhouden. Zeker niet omdat onze eindbestemming, Kloten, slechts dertig kilometer noordelijker lag, midden in de uitgestrekte naaldbossen, een ansichtkaart waard.
Want, hoewel het midden oktober was, had het gesneeuwd en het was een wit wonderland waar de banden over zoefden terwijl de donker wordende dennen de kanten bewaakten.
En dan eindelijk ! Eindelijk worden we beloond met een Eland (Alces alces), een van de dieren die direct voor de ogen lopen denderen als men aan het noorden denkt. Vooral Arne wordt dolgelukkig want voor hem is het de allereerste keer dat hij kennis maakt met deze gigantische hertachtige. Tussen de electriciteitspalen in de roze weerschijn van de avondzon stond ze parmantig. Ze kreeg ons snel in de gaten en ging op een traag drafje het diepe bos in.
Ondertussen had een grote volle maan zich aan de hemel genesteld en deed het landschap baden in haar zachte weerschijn, ongehinderd door menselijk kunstlicht en vervuiling.
Het knetteren van het vuur doorbreekt snel de stilte aan het meer waar we arriveren. Een ideale kampeerplaats: vlakke grond voor de tent, een schuilhut om te eten, een picknickbank en vooral een groot meer, waar de maan in reflecteert, voor ons alleen.
De maan verschaft ons nog een dienst: ze licht de landschappen als bij dag, perfecte en koude omstandigheden om Wolven (Canis lupus) te gaan zoeken.
Jawel. Wolven. In deze contreien zijn ze gemeengoed aan het worden, met de bijhorende conflicten en opwinding. We reden het bos door over bijna steeds kaarsrechte boswegen, op zoek naar open plekken met ver zicht.
Om wolven te horen huilen moet je ze ook "uit de tent lokken", met andere woorden: je moet zelf huilen en goed luisteren. Rein en Arne hadden al eerder succes gehad hier maar bij ons zwegen ze in alle toonaarden. Helaas !
De volgende dag vertoont een blauwe hemel zich aan de berijpte tent. Het is deze nacht -4°C geworden en dat werd wel gevoeld af en toe!
Het kampvuur werd terug opgestookt uit de asse van de vorige dag met nog enkele gloeiende vonkjes. Spoedig werd de lucht gevuld met de geur van verbrand dennenhout, de zware humusgeur van het nat strooisel en het plonzen van het smeltende sneeuw dat van de takken het meer ingleed.
Het water kleurde bijzonder diepblauw, een ware verlokking...
... dus werden de vishengels bovengehaald. Of er werd gewandeld. Of er werd geschreven. Een hele dag zaten we daar, in de zon bij het kabbelende meer. Een beetje vertraging op de anders vliegensvlugge tijd.
Ook het kampvuur heeft voeding nodig, net als wij. Met Roel's grootvaders bijl was dit wel gemakkelijker.
Zoals Van Gogh het reeds zei zovele decennia geleden vindt eenieder die van natuur houdt, overal haar schoonheid...
Het was toch beginnen kriebelen in onze benen en een lange wandeling werd ondernomen. Het leverde ons een héél leuke verrassing op ...
Want zomaar ineens, langs de kant van de weg, lopen forse sporen. Haast hondachtig maar met de kenmerkende voorste kussentjes evenwijdig van elkaar afstaand zonder vooruit te steken.
Het zijn wolvensporen. Wolvensporen die bijna 10centimeter lang zijn. We volgen deze sporen een hele tijd tot ze het bos in verdwijnen, daar werd verder gezocht. Uiteindelijk konden de sporen voor zo'n tweeënhalve kilometer gevolgd worden!
Intussen werden de dagen helaas steeds korter en korter en spoedig werden de donkere dennen weer de bewakers van de weg in het avondlicht. Een herinnering aan een winters voorproefje in het noorden dat mij nog lang zal heugen. Uitgestrekt en wild, het blijft betoveren...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen