"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

zaterdag 31 juli 2010

Vissen

Als ze me missen, dan ben ik vissen
Als ze me zoeken, dan ben ik snoeken
Als ze me missen, dan ben ik vissen
Ja, zo vissen ze achter het net

Nico Haak - Als ze me missen

Het is een zomer van nostalgie met een opgegroeid randje aan het worden. Binnenkort zit ik weer aan de boeken in de harde realiteit van een student maar de afgelopen vier weken heb ik me ondergedompeld in het buitenleven dat ik zo adoreer. Het lijkt bij momenten misschien overdreven voor buitenstaanders maar voor mij is het als zuurstof, ik kan geen hele dagen binnen zitten of ik kwijn weg in dromen van velden, zeeën en bossen. Ook in de studeerperiodes kan ik niet buiten mijn dagelijkse avondwandelingen, nu met mijn jonge viervoetige vriend Darko.

Een van de dingen die ik sporadisch graag eens doe is vissen oftewel de "hengelsport" met nadruk op hengel. Want sport, daar doe ik niet aan, vissen is bij mij ontspannen turen naar de dobber, wat naar de vogels rond de vijver kijken met de verrekijker, een vis vangen, determineren en teruggooien. Als jongere snaak ging ik met mijn vader Guy iedere zomer wel eens vissen in een visvijver in Neerijse waar we kansen waagden op de vele forellen en witvissen. 's Morgens was het om zes uur opstaan en om zeven uur ter plaatse zijn. De Volkswagen Passat, Opel Omega of Audi A6 met de kofferbak vol hengels gestouwd met ernaast mijn vaders onafscheidelijke rieten visgerief-kist annex zetel : een gigantische en vrij lompe kist met een kokostouw als draagtouw en een kussentje dat erop genageld is.


Soms wij alleen, soms met mijn zus en/of mijn opa erbij zaten we dan de voormiddag uit in puur familieverband, soms met de nodige avontuurtjes. Hierbij reken ik dingen zoals een privé-behoefte uit te voeren tegen een boom terwijl ik in een mierennest stond of een karper die ineens met een hengel ervandoor schoot waardoor ik de achtervolging moest inzetten met een klein roeibootje en half nat werd door mijn enthousiasme.

Dat laatste avontuur gebeurde zo'n zes jaar geleden bij Albert, een vriend van mijn opa die in de buurt van Kortenaken woont en een grote vijver heeft waar hij graag mensen ontvangt met de jovialiteit een Vlaamse bakker en duivenmelker eigen. Deze zomer wilden ik en mijn vrienden toch graag eens gaan vissen als pure mannenbezigheid en we namen contact op met Albert die ons direct welkom heette op zijn grond en alwaar we een rustig kabbelend namiddagje beleefden met een gebroken teennagel bij ondergetekende. De drie anderen, Pieter, nog een Pieter en een Jan kregen van mij een initiatie in het vissen wat zij nog nooit of enkel als kleine van zes jaar gedaan hadden.

Sheba, Alberts grijze kat, keek toe, jaagde een Bruine kikker op en keek nog eens toe hoe ik de anderen de werptechnieken leerde.

Na een uurtje was iedereen vertrokken en in die vijver vol karpers en witvissen hing er soms al na twee seconden een andere vis aan de haak, moeilijk was het dus niet, een grotere uitdaging vormde een grote sterke karper die we aan de haak sloegen vanaf het roeibootje of de kleine zeldzamere Rietvoorns die blijkbaar toch nog in deze vijver voorkomen. Rondom ons vlogen de libellen en waterjuffers meermaals voorbij en in de verte krijste een Sperwer vanuit een boomtop. Ja, dit is leven.

Pieter ontwart een lijn, een delicate oefening als geweten is dat vishaakjes gemeen scherp zijn.

Ondertussen heeft de andere Pieter al een witvis beet.

Vissen losmaken leerden ze snel zoals Pieter demonstreert maar de moeilijke gevallen waren steeds voor mij zoals een hopeloos vastgerukte karper waarvoor ik een tangetje uit de alom tegenwoordige Passat moest gaan halen.

De werptechnieken worden geoefend, soepelheid moet er zijn, Jan is een voorbeeld hoe het soms niet moet ... Daarna werd het stukken beter.

Ondanks mijn voeten in het water bleven de vissen goed bijten. In de haak weliswaar, niet in mijn tenen.

Een Riet- of Ruisvoorn, een planktivore vis met opvallend rode vinnen, bij deze voorn staat de rugvin veel verder naar achteren dan de buikvinnen in tegenstelling tot de Blankvoorn.

Glijdend over het water vallen bijna als vanzelf de ogen toe tot een paar dikke waterdruppels de geest weer tot tegenwoordigheid roepen, een traditionele nationale wolkbreuk staat te trappelen om los te barsten op deze al even traditionele warme 21 juli, de Belgische feestdag. Snel rapen we onze spullen bijeen en zwaaien we Albert gedag. Het was een leuke en "chille" voormiddag in de rust van het Hageland. Dit wordt ongetwijfeld vervolgd. Het was mijn allereerste keer zelfstandig met het visgerief van mijn vader en dat vroeg even wat coördinatie maar het is wonderwel gelukt, zodanig zelfs dat Albert mij vergeleek met Hoss uit Bonanza, een western TV-reeks uit zijn jeugd met deze woorden "Met die hoed zijt ge juist Hoss uit Bonanza, van toen ik nog jong was, dat was ook zo'n plantrekker."

Zo voel ik me ook precies !

Andere foto's zijn te vinden in mijn Picasa-album.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen