"Et j'irai loin, bien loin, comme un bohémien, Par la Nature, - heureux comme avec une femme."
Arthur Rimbaud

zondag 19 december 2010

Winterpret in de Dijlevallei

Sinds een kleine maand werd België al een paar keer vergast op een sneeuwtapijt, al een paar keren zorgde dit voor verkeerschaos en blije jonge gezichten en werd het door de biologiestudenten en vele andere studenten met open armen ontvangen. Momenteel kreunen we echter onder meer dan 15cm sneeuw, omstandigheden die ik heerlijk vind maar die voor drie kwart van de West-Europeanen ondoenlijk blijkt te zijn. Waren we maar allen Scandinaviërs ...

Dit zorgt voor leuke scènes als de biologen onder ons een nachtelijke excursie houden of overdag een hond uitlaten, als de biologen onder ons de veldwegen trotseren in een oude Passat die smalend een stoer doende Jeep Wrangler voorbij steekt door een nachtelijke sneeuwbui. Een foto-impressie kon ook weer niet ontbreken.

30/11/2010 in Ormendaal : Rein, Simon en ik zijn in een zoektocht verwikkeld naar inmiddels weggevlogen Kraanvogels en een Wilde zwaan

De Wilde zwaan (Cygnus cygnus) door mijn telescoop getrokken op zo'n 200 meter afstand.

Ormendaal, tussen Oud-Heverlee en Korbeek-Dijle strekt dit landbouwgebied zich langs de Dijle.

Kleurige kano's kantelen zich op hun kant aan de Dijle.

02/12/2010 : Pieter speelt met Darko in Mollendaalbos (Meerdaalwoud).

Darko houdt enorm veel van sneeuw, een Border Collie is er tenslotte voor gemaakt met dat gure weer in de Highlands. Hij voelt zich dus kiplekker.

Het zonnetje verwaardigt zich even om een paar stralen op een stil winterlandschap te werpen in Mollendaal.

Diezelfde avond gaan we in een volle sneeuwbui met een aantal biologen op pad langs de veldwegen in Vaalbeek in de hoop om wild te zien en zo mogelijk te fotograferen. We komen inderdaad in totaal vier vossen tegen, soms op een paar meters van ons maar foto's nemen is niet mogelijk, snel en schuchter dat die dieren zijn. Maar dat slimme blikje en die pluimstaart zal ik niet snel vergeten, net zomin als de aanblik op Rein, Simon, een andere Gert en Marian die een veld inlopen om toch te proberen ze te fotograferen. In al dat sneeuw en ijs rij ik weer weg na een twintigtal minuten om in een bocht een Jeep Wrangler voorbij te steken waarvan de berijder maar al te raar keek naar die oude Passat die ook door de sneeuw ploeterde.

In die sneeuw lukte het ons niet om foto's te maken van het "wild" zelf maar de sporen van een vos waren in Meerdaalwoud onder andere prachtig te zien, deze foto werd door Simon gemaakt. Merk het patroon op van 2+2, een vos loopt steeds met een voor- en achterpoot van dezelfde kant gelijk op.

In Meerdaalwoud hebben we minder succes maar daarom niet minder pret ! Hoe dat zo zal mijn lezer zich nu wel afvragen ...

Simpel : ik had een slee mee die Rein en Simon hier welwillend demonstreren. Biologen hoeven niet altijd beestjes en plantjes te zoeken ...

Een paar dagen later ging ik dan weer op pad met Jan en Capi, na een vruchteloze Ransuilenzoektocht op de "Delle" in Leefdaal gingen we op stap in de Doode Bemde. We zagen weinig in die ijskoude regen maar het was gezellig. Let op, deze sneeuw was er pas ruim twee weken na de gigantische overstromingen die Vlaanderen nog maar net geteisterd hadden...

En toch was het niet helemaal vruchteloos, de waterdichte Canon Powershot mocht zijn kunstjes vertonen onder het ijs van de sloten en poelen in het reservaat. Ja ik was zo gek om mijn handen in dat koud water te steken ...

Maar deze aanslag op mijn handen werd goedgemaakt door de mooie beelden die ons gegund werden vanonder het ijs, verkregen op deze manier. Hier een waterlelie uit een aparte hoek die ingevroren in het ijs de dooi afwacht.

Een paar dagen later in Mollendaal terug zijn de boeren druk bezig om uit de hoge hopen her en der op de velden hun laatste suikerbieten op vrachtwagens te scheppen voordat hun kostbare centen kapot zouden vriezen.

Want ondanks de dooi van een paar dagen eerder zitten we weer in een reeks van ijsdagen verwikkeld. De zonsondergangen worden er niet lelijker door.

Om deze fotoreeks mooi te beëindigen, gingen we weer eens het Meerdaalwoud in waar we getrakteerd werden op een vrouwelijke Bosuil die zich lang en luid liet horen en ook een paar Agabus guttati -een waterroofkever- in een bronbeekje zoals Rein op de foto hierboven laat zien.

Maar ook verse reeënsporen waren ons deel, ondanks een lange stilte konden we er geen ontdekken.

We sloten de avond af in Oud-Heverlee waar we op zoek gingen naar Bevers, we vonden ultraverse sporen terug maar de dieren zelf waren al gevlogen. Gert en Kaat banen zich hier een weg door het riet...

... om deze net aangepakte boom te vinden waarmee ik deze post besluit, we zijn nog zonder succes op Bevertocht geweest maar we gaan blijven proberen om ze te zien en natuurlijk te fotograferen.

"Stay tuned !"

woensdag 8 december 2010

Een beetje teveel water

Een aantal weken geleden werd er in Vlaanderen de ergste regenval in vijftig jaar geregistreerd en dit liet dan ook zijn sporen na, voornamelijk in de bekkens van de Demer en Dender : de klassieke rechtgetrokken rivieren waar men het water zo snel mogelijk wilt afvoeren maar zo stroomafwaarts gelegen gebieden doet overstromen. In onze Dijlevallei toont men al dertien jaar lang aan dat het ook anders kan. Deze aanpak, die Leuven voor het lot behoedde dat Diest en Halle en zovele anderen moesten ondergaan, krijgt steeds meer aandacht in de media met zelfs een Terzake reportage op de Vlaamse televisiezender Één (klik hier om te bekijken) met mijn peter Désiré die de uitleg verstrekt.

Amper twee weken later werd al duidelijk dat er nog steeds méér bouwvergunningen in overstromingsgebieden vrijgegeven werden, een falend beleid van ruimtelijke ordening in Vlaanderen die zoals zo vaak niet kan tippen aan haar Nederlandse tegenhanger. Een doctoraatstudente van de VUB berekende onlangs nog dat, indien men aan dit tempo volbouwt zonder "recuperatie" van oude terreinen, er binnenkort 65% van de beschikbare ruimte in de Vlaamse driehoek, te weten tussen Gent, Antwerpen en Brussel, volgebouwd zal zijn. Slecht nieuws voor een natuurlijk overstromingsbeleid ... Ik kan alleen maar in beelden tonen wat de reportage ook toont : de Doode Bemde werkt.

De natte hooilanden van de zomer staan nu blank, gevuld met tientallen Kokmeeuwen.

Het middenpad in de komgronden was nu onbereikbaar, zelfs met laarzen.

Ook de wandelroutes leden onder het water en zo werd het een heel avontuur om, zonder uitglijden en zonder af te gaan als een gieter, erdoor te geraken.

De waterstand van de Dijle was alweer een beetje gedaald maar men ziet goed aan de slijkgrens op de oeverwallen tot waar het water kwam.

De in stand gebleven natuurlijke komgronden van de Dijle deden hun werk naar behoren. Nu is natuurbeheer wel noodzakelijk, want een boer met dergelijke grond wilt deze zo droog mogelijk. Jaarlijks koopt de VHM dan ook rond de 10ha aan aan beide kanten van de rivier.

Op de hoger gelegen oeverwallen trekken de vierhoevigen zich van niets aan.

De IJse, een zijrivier, stortte zich met een grote kracht in de Dijle.

Ook op de zuidelijke wandeling langs de tramdijk was het vervallen populierenbos helemaal ondergelopen. De buffer werkt.


-foto's gemaakt op 17 november 2010, drie dagen na de zware overstromingen, met de Canon Eos-

zaterdag 27 november 2010

Leuvens verborgen natuur


Aan het randje van de stad Leuven torent al zo'n 40 jaar Gasthuisberg op, bekroond met het UZ Gasthuisberg ziekenhuis alwaar ook les gegeven wordt op de campus en alwaar baanbrekend onderzoek wordt gedaan, onder andere op stamcellen. De hoge grijze gebouwen zijn onmiskenbaar en bezetten de hele heuvel, op een park voor patiënten na is er weinig natuur te beleven. Of lijkt dat alleen maar zo ? Op deze, bij studenten beruchte, heuvel reed ik al een paar keren mijn fiets stuk, dan eens een pedaal eraf getrapt, dan weer een remkabel los, de mogelijkheden zijn onbeperkt. Het hoeft weinig betoog dat op die steile stukken een fietser amper rond kijkt omdat hij al zijn aandacht bij de klim houdt.

Vorig weekend echter werden er vijf Pestvogels (Bombycilla garrulus) gesignaliseerd op de mailinglist van de Dijlevallei : deze opvallende vogels waren aan het genieten van de lijsterbessen die massaal rond de parking staan. Deze mooie vogels bleven zitten tot maandag maar werden op dinsdag niet gezien. Ik kon evenwel pas op woensdagvoormiddag gaan kijken samen met Reinhardt. De Pestvogels vonden we niet meer, wel een Groene specht (Picus viridis), Staartmezen (Aegithalos caudatus) en een voorbijvliegende Grote Bonte specht (Dendrocopos major). Dan ontdekten we een verborgen, half wild parkje aan de andere kant van de heuvel, vrij toegankelijk; dat lieten we ons geen twee keer zeggen : we zijn tenslotte biologen in spe en in die hoedanigheid dol op zulke verlaten hoekjes !

Het eerste wat de aandacht trok waren de prachtige beuken, weids uitgesperde takken orneerden magnifieke brede en verweerde stammen. Zo'n bomen zijn de belichaming van de micro-biodiversiteit ...

Zo was er deze paddenstoel die uitgebreid profiteert van de vochtige omstandigheden langs de "stem flow" van een van deze bejaarde beuken.

Niet alleen het parkje bood ons heel wat exploreerplezier, ook een oude boomgaard met bomen die nog steeds vrij zoete appeltjes dragen zo laat in het seizoen vonden we. Dit veldje bood ons stammen met spechtholten, een omgevallen boom met mogelijk een nestingang van een marterachtige -we roken de muskusachtige lucht- eronder, een welluidend zingend roodborstje en vele paddenstoelen ...

Een van de vele paddenstoelen (ongedetermineerd) in de boomgaard.

Reinhardt geniet van een appeltje als ontbijt ...

Langs deze dreef daalden we de heuvel terug af, ons verheugend dat hier ook Aalbes (Ribes rubrum) en Europese vogelkers (Prunus padus) groeit en niet de Amerikaanse vogelkers (P. serotina), die exotische, o zo moeilijk uit te roeien woekeraar van de Vlaamse bossen zoals in Heverleebos ...

Deze korte uitstap was een welkome adempauze in een tijd vol bachelorproefdrukte ... Ik kan het iedereen maar aanraden onbekende stukjes naast de deur te verkennen, vaak liggen er mooie verrassingen te wachten !


-Foto's werden gemaakt met de Canon Powershot D10-

vrijdag 19 november 2010

In het labo

The greatest discoveries in science don't start with "Eureka !" but with "That's funny ..." - Isaac Asimov

In Heverlee, diep in het Arenbergpark ...

... staat het Plantkundig instituut, vergeven van biologen.

Hier werk ik net als alle andere biologiestudenten van het 3e jaar aan onze eerste deel van het eindwerk of moderner benoemd met "bachelorproef". Dit semester kreeg ik een onderwerp toegewezen uit de moleculaire/fysiologische labo's en ik had, net als bij ecologie, ook hier vooral voor plantkundige onderwerpen gekozen. Mijn onderwerp is het razend interessante analyseren van de rol van suikers en bijhorende afbraakenzymen bij het mechanisme van de zeer snelle bloemopening in Morning glory (Ipomoea purpurea).

Ipomoea is een genus dat klimplanten omvat die erom bekend staan diep blauw te bloeien in de morgen en al te verwelken in de namiddag. Algemeen wordt bij bloemopening aangenomen dat de afbraak van reservesuikers een rol speelt : door het verhogen van de concentratie aan glucose en fructose, de enkelvoudige suikers, nemen de plantencellen steeds meer water op door osmose. Dit veroorzaakt een verhoogde turgordruk waardoor de cellen uitzetten en zo kan de bloem opengaan. Mijn opdracht was nu om na te gaan of in Morning glory ook suikers afgebroken werden, zo ja, welke suikers en via welke enzymen werden ze afgebroken ?

Na heel wat extracties, namiddagen gespendeerd aan prepareren van stalen in het verder dan ijskoude vloeibare stikstof om de enzymatische reacties stil te leggen en heel wat "runs" in onze HPLC-meettoestel (zie foto) voor de suikerconcentraties hebben we de basis voor een mechanisme bijeen kunnen rapen.

Na zowat 60 uren in het labo leverden onder andere deze extracten een eerste antwoord : in Morning glory werd verrassend genoeg een zeer hoge concentratie aan vacuolaire invertasen aangetroffen die sucrose afbreken en hun activiteit was het hoogste in de stalen van de net geopende bloem. Zij spelen dus absoluut een rol in bloemopening. Fosforylasen die zetmeel afbreken in samenwerking met alfa-amylasen zijn ook actief bij bloemopening maar de grootte van hun bijdrage is nog te onderzoeken.

Al met al ben ik zeer tevreden, net als mijn begeleider die in de bijna twintig jaar dat hij in dit labo nog nooit zo'n hoge concentratie aan invertasen had gezien en die in deze bloemen een intellectuele uitdaging vond om nieuwe methodes te gebruiken die hij voordien nog nooit gebruikt had voor onder andere de fosforylasen. We hebben de basis gelegd voor verdere onderzoeken en daar ben ik intens tevreden over.

Zo voelt het dus ... om een wetenschapper te zijn.

Gewoonweg ... geweldig...

zaterdag 13 november 2010

Herfst aan de Noordzee

Damped wet my jacket
leaking eyes
in a sore wind
I found me talking to the skies
in a light grey and dim
and inside of me the waves leach
a roughly lined and soft grin
a day on the northern beach

On the northern beach - VAG

Herfst. Noordzee. Voor mij zijn deze woorden onlosmakelijk met elkaar verbonden. Al als ukkie van een jaar oud namen mijn ouders mij mee in de herfstvakantie naar Middelkerke aan de Belgische kust. Men kan stellen dat ik mijn halve jeugd in dit badplaatsje doorbracht, in alle seizoenen en in alle weders die de kust maar te bieden heeft. Het jaar dat ik een eerste tiental oud werd, mocht ik van mijn moeder dan eindelijk alleen het strand op waar ik de golfbrekers afstruinde naar dierlijk marien leven zoals Golfbrekeranemonen en zeesterren. Intussen verrijkte ik mijn kennis over de diverse soorten schelpen en ik vervelde tot een ware strandjutter, op het strand te vinden bij de ergste stormen en nadien de vloedlijnen aflopend, hopend op leuke vondsten.

Ook dit jaar, als jonge man, tweeëntwintig jaar oud, voel ik nog steeds die opwinding en rust tegelijk die deze zo bekende stranden in mij oproepen. Zij waren een van de vele kweekvijvers die mij tot de biologie-student maakten die ik nu ben. Maar ik ben niet meer alleen. Ook Darko, mijn nieuwe levensgezel, geniet nu van de stranden van mijn jeugd en speurt met mij de vloedlijnen af. Toch is niet enkel Darko een factor die veranderd is, ik ben inmiddels bevriend met velen gelijkstemden en ook zij komen eens langs aan zee, klaar om de natuurreservaten af te gaan en vogels te kijken.

Toch enkele zaken blijven een heerlijke constante : de zilte lucht, de ruizende golven, het geloei van de soms onverzettelijke wind en het zachte knisperen van de zandkorrels in het appartement na een lange dag buiten. Een foto-impressie ...

De zotste dingen kunnen afspoelen, in 2006 vond ik de ochtend na een zware storm een houten reddingssloep en ging dit aangeven bij de politie, dit jaar was het minder spectaculair maar even interessant.

Darko dacht er echter anders over : het enige echt boeiende aan de vloedlijnen zijn de stokken in overvloed en af en toe zelfs een verloren tennisbal.

Het eikapsel van een Wulk (Buccinum undatum), een maritieme roofslak en voor sommigen een culinaire lekkernij.

Het strand is niet alleen een vindplaats maar ook een "jachtgebied", de vele vissers zijn druk in de weer met hun garnalennetten die nadien gezeefd worden.

Enkele vissers zeven hun vangst in het barmhartige herfstzonnetje.

Toch is garnalen vissen in een oliepak van alle tijden, alle leeftijden en alle weer ... Ook als de zon niet schijnt en de regen in het gezicht priemt trotseren deze mannen de golven, moeizaam het net vooruit trekkend en hopend op een goede vangst.

Ik vroeg mij al een tijdje af wat de hengelvissers zoal vingen in deze tijd van het jaar. Ze staan van 's morgens vroeg in de dauwende zeemist op het strand of op de golfbrekers, klaar voor een nieuwe dag met een emmer vol strandpieren. Waarvoor ? Deze visser die ik aansprak gaf mij het antwoord : "Joat, in deis periode is 't veural wijtink en schar, soms al 'n kiêr een jonge kabeljauw, die komen in deis periode noar de kust afgezakt." Nee, die dag had hij nog niks gevangen maar dat komt en gaat om het met zijn woorden te zeggen. Nee, dat vond hij niet erg, zolang hij maar buiten was. Ik kon hem alleen maar gelijk geven. Ik vroeg ook waarom hengelvissers zo vaak op de golfbrekers zaten. "Ah ja," was mijn antwoord, "soms hebt ge zo al 'ns den indruk da ge wa meterkes tekort komt, zo'n 10 à 20 meters, dat de vissen 'n stroming volgen die wat te ver liggen. Op deis golfbrekers wint ge al wat aan meters om in bereik te komme." Met een glimlach nam ik afscheid, ik had weer wat geleerd.

Toch ik heb niet alleen oog voor de stranden maar ook voor de duinen van Raversijde-Middelkerke. Duindoorn (Hippophae rhamnoides) is een bekende, wat bittere vrucht, rijk aan vitamine C. Deze vrucht wordt dan ook gebruikt in gelei. Hier staan de struiken barstensvol, klaar is de wintervoeding voor talrijke vogels.

Deze duinen beginnen stilaan een zeldzamere flora te ontwikkelen. Zo vond ik er in de zomer nog Bokkenorchis (Himantoglossum hircinum), nu bloeide de Zeeraket (Cakile maritima) volop.

Een vuurtoren staat in vlam door de opgaande zon in Oostende aan het Oosterstaketsel.

Een bootje in winterrust in de Spuikom van Oostende.

Een derde luik, naast het strand en de duinen, was te vinden in het vogels kijken. Zo ook in Oostende waar we een poging deden tot trektellen ondanks tegenvallende cijfers maar waar we een adult vrouwtje Ijseend (Clangula hyemalis) ver in zee vonden, zo ook in de Ijzermonding in Nieuwpoort waar tientallen Zilver- en Goudplevieren (Pluvialis squatarola/apricaria) zich lieten bewonderen samen met tientallen andere soorten vogels.

"Vogelen" is wel degelijk een deugdzaam werkwoord zoals Pieter hier demonstreert.

Een Oeverpieper toont zich meermaals langs de kaden van de Nieuwpoortse haven.

We trotseerden ook de hoogste duinen in België : de Schipgatduinen in Koksijde, op een tevergeefse zoektocht naar Kuifleeuweriken. Roel en Pieter zijn druk in een bespreking hoe we de zoektocht zullen aanpakken.

Hier in de Schipgatsduinen staat de Blauwe zeedistel (Eryngium maritimum) nog in bloei tussen de vele Duindoornbosjes.

Maar ook de Uitkerkse polders achter Blankenberge zijn een oase van rust voor vele weidevogels, trekvogels, dwaalgasten zoals de Sneeuwuil (Bubo scandiacus) in 2008 die heel vogelkijkend België in rep en roer bracht en op deze dag stelt het gebied wederom niet teleur met twee Koereigers (Bubulcus ibis)! Deze Zuid-Europese soort doet zijn naam en faam ere aan door ook een keer op de koeien te gaan zitten, een machtig zicht !

Arne, Simon en ik genieten een uur lang volop van deze twee kleine reigerachtigen die kwik en vief tussen de grote zoogdieren door bewegen. De telescoop was hier vooral erg handig zoals Simon welwillend demonstreert.

Een van de twee Koereigers. Duidelijk zichtbaar is de beperkte grootte, de vrij korte en felgele snavel en de wat gedrongen nek. De kwaliteit van de foto laat veel te wensen over maar de afstand tussen ons en de reigers was dan ook meer dan 500 meter. Mijn Soligor 2x extender op de Canon 75-300mm lens zonder statief op een houten hekwerk deed zijn best.

Een zekere mate van humor kan men de West-Vlamingen zeker niet ontzeggen. Dit hangt aan het bezoekerscentrum van de Uitkerkse polders.

Zoals in zoveel poldergebieden vindt men hier ook oude, bijna vervallen boerderijtjes terug. Fotogeniek zijn ze zeker, een zekere romantiek gaat er nog steeds van uit maar in tijden als deze zijn ze een doorn in het oog van mensen die op de portefeuille letten.

Arne, dolgelukkig met de vondst van twee Koereigers, kust het straatnaambordje waar we deze vogels vonden.

Kortom, zowel ik als Darko genoten van ons weekendje zee ... !


De foto's werden voornamelijk gemaakt met de Canon Powershot D10 buiten de foto's in Oostende, in de Schipgatduinen en de foto's van de Koereiger en Oeverpieper : daar deed mijn oude trouwe Canon Eos 350D zijn best.